Categorie: VO

Wie voor een dubbeltje geboren is….?

Reageer »
Ongelijke kansenVO
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is brugklas-ig-rond-1960-1024x720.jpg

Jan Lepeltak

Ten onrechte op een te ‘laag’ instroomniveau terecht komen heeft de afgelopen tijd terecht veel aandacht gekregen. Denk aan de serie ‘Klassen’ en de daarop volgende ‘Meetups’ van Human. Ongelijke kansen, verkeerde schooladviezen; iedereen kent wel voorbeelden uit zijn omgeving.

Soms zijn het verhalen over je eigen schoolervaringen. KomenskyPost is op zoek naar deze verhalen. Al was het alleen maar, omdat je er andere jonge mensen een hart mee onder de riem kan steken.

Achterstanden en ongelijke kansen

Amsterdam, voorjaar 1963. Ik voelde mij ’s middags niet goed worden in de 6e klas van de lagere school. Ik moest overgeven en na krampen in mijn buik vond de meester, broeder Bernardo, het beter dat een klasgenoot mij naar huis bracht. Thuis werd de pijn steeds heviger. Ik krijste het uit en mijn moeder belde de huisarts. Dokter Kagenaar kwam snel. Hij woonde bij zijn praktijk op de sjieke Nicolaas Witsenkade en was binnen vijf minuten op de fiets in De Pijp.

Hij onderzocht mij, maar was niet zeker van zijn zaak. Een uur later kwam er een GGD-arts en tegen de avond een ziekenwagen die mij in hoge snelheid naar het Emmakinderziekenhuis aan de Sarphatistraat bracht. De buren keken verontrust toe. Toen de avond was gevallen werd ik de operatiekamer binnengereden en werd mijn blindedarm verwijderd.
Er traden complicaties op wat ertoe leidde dat ik bijna acht weken in het ziekenhuis lag. Maar hoe moest dat nu met mijn toelatingsexamen voor de hbs? Van enige voorbereiding kon geen sprake meer zijn. Mijn schooladvies was mulo, maar na een door mijn ouders afgedwongen psychologische test werd dit gewijzigd in mulo en als ik erg mijn best deed wellicht hbs. Ik was erg laat jarig (in augustus), een jaartje een zogenaamde zevende klas vond de school daarom geen probleem.

Ik deed toelatingsexamen (dat was toen gebruikelijk bij een gedeeld advies) en was zeer nerveus voor de uitslag die werd gepresenteerd op een bijzonder warme zomermiddag in de aula van de vo-school. Toen pater van der Lee, die toen schoolleider was van de onderbouw van de hbs en leraar biologie op het St. Ignatiuscollege, mijn naam noemde viel er een grote spanning van mij af. Ik slaagde echter zonder problemen, al werd ik door mijn leeftijd voorwaardelijk aangenomen, doubleren mocht niet in de 1e klas.
Het hoofd van de lagere school had meer moeite met onze schoolkeuze. De weinige leerlingen die naar een hbs gingen bezochten het St. Nicolaaslyceum. Een enkeling koos voor het meer elitaire St. Ignatiuscollege. Zo ook mijn ouders of beter mijn elf jaar oudere broer die ook het Ig had bezocht. “Wij hadden het hoog in de bol”, liet men blijken.

Achteraf geen spijt, maar toch een beetje jammer dat ik daardoor niet in de klas was gekomen bij de twee weken oudere Louis van Gaal die wel naar de 1e van het Nicolaas ging. Van Gaal opende een aantal jaren geleden nog de nieuwbouw van het Nicolaas aan de zuid-as.

Achteraf een klein wonder dat ik op het Ig ben gekomen en gebleven. Dat was zeker ook te danken aan een aantal moderne jezuïeten die genoeg hadden van een school met vooral kinderen van de Brenninkmeijers, Russels en Hollenkampen. Zij gaven graag kinderen uit andere milieus, bijvoorbeeld uit De Pijp, een kans en ze verzorgden tijdens het eerste schooljaar huiswerkklassen. Zo bracht de school naast een aantal bekende politici (tweemaal een NAVO-voorzitter en de CDA oprichter) ook een Nobelprijswinnaar (chemie 1995) voort. De recent overleden Paul Crutzen kwam ook uit De Pijp en was zoon van een katholieke ober. Hij omschreef zich in interviews als een gewone volksjongen uit de Pijp. kreeg de laureaat voor zijn baanbrekend onderzoek naar het gat in de ozonlaag. Door ziekte behaalde hij onvoldoende resultaten om een beurs te krijgen voor een studie aan de universiteit. Hij ging aan een mts studeren en studeerde later af aan de universiteit van Stockholm. 

Zo zijn er nog legio verhalen te vinden van rare schooladviezen en keuzes, achterstanden die uiteindelijk niet per se een probleem bleken en soms uiteindelijk leidden tot succes. Maar uiteraard zijn er veel meer verhalen die we niet kennen van verloren talent, van mensen die voor een ‘dubbeltje geboren zijn’, en een veel te laag schooladvies kregen, zoals we ook in de serie ‘Klassen’ zagen. Of het nu gaat om de slimste mens, Rob Kemps van de Snollebollekes (“met lts-diploma zwakstroom en een modaal horecadiploma”), of Dave Blank die begon op de lts en nu hoogleraar Nanotechnologie is aan de Universiteit Twente en een internationaal erkend expert. Allemaal hebben ze een merkwaardige schoolcarrière achter de rug.

WiOm met een Slimste Mens-achtige vraag te eindigen: “Wat kunt ú vertellen over de onjuiste adviezen voor vervolgonderwijs die u ontving?” Deel ze.
info@komenskypost.nl

Afstands-onderwijs vergt een andere didactiek

Reageer »
AfstandsonderwijsPOVO

leerlingen van een Ipad-school

Jan Lepeltak

De afgelopen weken kon men op de sociale media veel wanhoopskreten van hardwerkende en teleurgestelde leraren vinden. Het online lesgeven werkte niet. Leerlingen begrepen opdrachten niet of ze haakten af en deden nauwelijks meer mee. Is dat vreemd? Eerlijk gezegd niet. Het eerste grote online project voor afstandsonderwijs uit de jaren ’90 liet dezelfde ervaringen zien. Voor de Waddeneilanden werd toen Waddenonline opgezet. Dat was geen succes. De verbindingen waren storinggevoelig, de teleconferentieapparatuur van Bang en Olufsen was kostbaar maar de belangrijkste oorzaak was, dat het onderwijsconcept niet werkte. Er was weliswaar ‘sense of urgence’: er waren op de vaak zeer kleine VO-scholen te weinig docenten en de kwaliteit liet daarom te wensen over. Men draaide zijn les en liet dat ook online zien.

Men dacht: “Als we onze leerlingen op bijvoorbeeld Schiermonnikoog gewoon met een videoverbinding een Franse les in Drachten laten volgen, dan het komt allemaal goed.” Niet dus. Toen wij een aantal jaren later vanuit de lerarenopleiding van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden met nieuwe ideeën de Waddencampus opzetten, was het moeilijk de leraren op de Wadden weer enthousiast te krijgen.
Een van de grootste struikelblokken bleek dat de deelnemende leerlingen van de verschillende scholen geen band voelden met elkaar. Leerlingen van Schiermonnikoog hingen onder andere spijkerjacks over de camera. “Wij kunnen hun niet zien, dan hoeven zij ons ook niet te zien”, zo redeneerde men.

Op basis van de vakliteratuur (zie hieronder) was onze aanpak anders. De leerlingen van de deelnemende klassen op de eilanden en het vasteland moesten elkaar echt leren kennen. 

Hoe kan men de wetenschap van nu en toen gebruiken in de huidige situatie?

Daarom kort wat belangrijke tips en trucs: 

  1. Elke leerling heeft in principe toegang tot internet en een simpele webcam. Als dit niet het geval is dan kan de school daar via gemeente of overheid in voorzien.
  2. Gebruik goedwerkende gratis programma’s voor de communicatie, zoals bijvoorbeeld Zoom (tot 50 leerlingen tegelijk is het gratis) of een platform/leeromgeving van de school waarmee je onderling kan communiceren. Ook leerlingen onderling. Elke school of koepel heeft wel een ICT-coördinator die dat kan regelen en waarmee je kunt proefdraaien.
  3. Stel heterogene groepjes samen van 4 a 6 leerlingen. Bijvoorbeeld met 2 gemiddelde leerlingen, 2 wat trage leerlingen en 2 snelle leerlingen. Lees wat Kees Vernooy hier over heeft geschreven.
  4. Zorg vanaf het begin dat er een prettig groepsgevoel ontstaat. Stel eerst wat korte vragen waarmee je iedereen op zijn gemak stelt zoals: wat is je favoriete eten, wat vind je een leuk object in je kamer, welke film vond je het mooist, wat is je favoriete zanger/popgroep etc.
  5. Geef je ‘klassikale’ instructies en korte opdrachten aan elke groep afzonderlijk. Stel een rooster op. Geef elke dag wat korte info-prikkels (sparks) om warm te draaien.
  6. Stimuleer ook dat alle deelnemers op elkaars individuele resultaten kunnen reageren en elkaar kunnen helpen.
  7. Door de socialisatie wordt het moeilijk je binnen een groep te ‘drukken’ of af te haken.  Let wel op de rol die iedereen zich (onbewust) aanmeet. Gilly Salmon gebruikt een mooie typologie. Zo heb je de spreeuw die zo nu en dan opduikt en dan het hoogste woord heeft, of het konijn, dat online leeft en steeds heel snel reageert, de muis die je nauwelijks hoort en weinig bijdraagt, het hert dat de discussie domineert, etc.
    Hoe hier op te reageren is voor een volgende keer, al komt Salmon met goede suggesties. Nog even dit. Vaak wordt de term thuisonderwijs gebruikt. Dat is verwarrend. Het doet doet denken aan het concept van homescholing wat echt iets anders is.Wil je je ervaringen delen, graag dat kan onderaan bij de reacties.

Literatuur:

Zie ook:

Zie ook voor een inleidend overzicht waaraan ik heb meegewerkt: https://www.groene.nl/artikel/als-u-beweegt-zie-ik-u-niet-meer

Gilly Salmon. In E-tivities. The key to active online learning. London 2002.


Gilly Salmon. E-Moderating. The Key to Teaching and Learning Online. London 2003.

David Jaques and Gilly Salmon. A handbook for face-to-face and online environments . London–New York 2007.

Etienne Wenger. Communities of Practice. Learning, Meaning and Identity. Cambridge, 2006.

Op de site van Wilfred Rubens over blended learning is ook nuttige info te vinden.