Categorie: Informatica

Verslag conferentie digitale geletterdheid

Reageer »
codingDigitale gelettterdheidInformatica

Foto: Frans Peeters

Jan Lepeltak

De presentaties van Felienne Hermans zijn altijd een feest om naar te luisteren. Met haar Vlaamse collega Pedro de Bruyckere vormen zij de eredivisie in sprekersland (benieuwd wanneer de Speakersacademy Felienne ontdekt).

Felienne, die met een team programmeeronderwijs onderzoekt aan de Universiteit Leiden, verzorgde de keynote op deze (bijna 30e) I&I conferentie (I&I is: Vakvereniging voor informatica & digitale geletterdheid in het Nederlandse Onderwijs) die ditmaal in het kader stond van digitale geletterdheid. Van de 150 bezoekers bleek dit jaar een substantieel deel van de aanwezigen in opleiding als docent informatica. Dat betrof vaak zij-instromers met een wisselende achtergrond die werkzaam zijn geweest bij IT- en consultancybedrijven of docenten die soms na jaren onbevoegd lesgeven worden geacht een bevoegdheid te halen. Het aantal studenten leek wat minder groot. Het zijinstromen gaat niet altijd over rozen. Uit gesprekken bleek dat men soms weliswaar vrijstellingen krijgt voor onderdelen, maar ook bepaalde delen van de zijstroomcursus als weinig zinvol ervaart. Het is mede daarom dat I&I op korte termijn een meldpunt opzet waar men terecht kan voor vragen en opmerkingen, zo maakte voorzitter Ramon Moorlag bekend. Moorlag mocht ook nog in commissie voortijdig Sinterklaas spelen toen bleek dat het Franse bedrijf Numworks voor alle aanwezigen een splinternieuwe grafische calculator voor het voortgezet onderwijs bij zich had. Opmerkelijk aan de ‘Numworks’ is dat het ook de programmeertaal Python aan boord heeft. De Numworks kost tussen de ca. € 80,- en €100,- .

Felienne Hermans ontpopte zich in haar presentatie ‘Hoe leer je programmeren’ wederom als een gedreven directe instructie evangeliste, waarbij ze haar argumenten mede ontleent aan literatuuronderzoek en eigen onderzoek. Ze brak een overtuigende lans voor het hard oplezen door leerlingen van code (‘Sound matters’). Ook probeert ze een pedagogisch-didactische discussie rond programmeeronderwijs van de grond te krijgen (de ‘programming war’); een discussie zoals die ook in andere vakgebieden bestaat. Een goed idee, mits het echter niet de kant op gaat als bijvoorbeeld de zogenoemde ‘Math war’, waarbij de deelnemers elkaar nog net niet te lijf gaan.  Seymour Papert staat nu een beetje in het verdomhoekje omdat hij niet van de directe instructie was.  Dan moet ik toch aan Einstein denken: “It is the supreme art of the teacher to awaken joy in creative expression and knowledge” Zie The Quotable Einstein, pg. 70. Princeton University Press 2005. Dat bracht Papert zeker tot stand.

Graag gebruikt Felienne het adagium: ‘You don’t become an expert by doing expert things’. Prima, maar je leert ook niet zwemmen door expliciete directe instructie (EDI) en iets leren over en kunnen programmeren betekent niet dat je expert moet worden. Dat geldt ook voor wiskundelessen, maar we vinden het overbrengen van die kennis toch belangrijk.

Uiteindelijk is EDI prima om leerlingen op weg te helpen, maar leerlingen helpen elkaar ook en sommige luisteren nauwelijks. Ook niet als Professor Kirschner of Felienne Hermans of wie dan ook iets uitlegt. Knutselen blijft ook heerlijk. Het is het vakmanschap van de docent om uit uit de didactische mogelijkheden de voor de groep meest werkzame aanpak te kiezen of mogelijkheden te combineren. En ja daar behoort EDI zeker toe.

Internet of things (IoT). Gaat dat het worden?

Interessant was de presentatie van Eelco Dijkstra over netwerken en the Internet of Things (IoT). Dijkstra stelt dat we begonnen zijn aan een nieuwe periode, het begin van een nieuwe revolutie, die hij vergelijkt met de introductie van bijvoorbeeld email, internet en het World Wide Web. Dijkstra werkt men een aantal scholen en docenten aan de ontwikkeling van lesmateriaal waarbij men gebruikmaakt van de principes van LoRaWAN (Long Range Wide Area Network). Het gaat hier om het gebruik van een telecomnetwerk geschikt voor langeafstandscommunicatie met weinig vermogen. Er zijn gateways in veel gebieden beschikbaar en men kan ze vaak vanaf een behoorlijke afstand gebruiken (er zijn voorbeelden van 30 km in landelijke gebieden)

De technologie wordt gebruikt voor machine-to-machinecommunicatie. Binnen IoT stuurt men allerlei apparaten aan en/of verzamelt men gegevens door middel van sensoren. Het gaat niet om grote datapakketten. De aanvullende hardware is niet kostbaar. Men hoeft binnen een school geen gebruikt te maken van het bestaande wifi-netwerk. Bekende alledaagse toepassingen zijn het weergeven van vrije plaatsen op een parkeerterrein tot aan een alarmknop die ouderen permanent bij zich dragen voor het geval er iets gebeurt. Maar er kan zoveel meer. Denk aan de gezondheidszorg. Hartpatiënten kunnen door middel van IoT in permanente verbinding staan met een ziekenhuis.

Eelco Dijkstra demonstreerde de benodigde relatie simpele hardware die men nodig heeft en die Cisco voor scholen gratis beschikbaar stelt onder de vlag van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De eerste echt door leerlingen ontwikkelde IoT  toepassingen zullen in de loop van dit schooljaar beschikbaar komen. Onder andere de docenten Hakan Akas, leraar op Metis in Amsterdam, en Ramon Moorlag werken er met hun leerlingen aan.

Algoritme-onderwijs unplugged

Dat je zonder computer zinnig aan algoritmes kan werken in de klas werd aangetoond door Jacqueline Nijenhuis-Voogt, Tim Steenvoorden en Jacco Gnodde van de Radboud Universiteit. Na de interactieve presentatie over sorteeralgoritmes en datastructuren van Nijenhuis-Voogt, presenteerde Tim Steenvoorden een interessant thema rond berekenbaarheid en vooral onberekenbaarheid / onbeslisbaarheid. De zaal mocht nadenken over wat in het kader van berekenbaarheid door een computer als acceptabel kan worden gekwalificeerd, dan wel als onacceptabel of als onberekenbaar/onbeslisbaar. Die laatste categorie is het interessants en het lastigst, omdat wat in het verleden op wiskundige gronden als onbeslisbaar/onberekenbaar werd beschouwd door anderen, mede door de grote computersnelheid en -kracht nu wel als acceptabel wordt gezien. Denk aan het handelsreizigersprobleem. Kun je de meest optimale route op een dag tussen een aantal steden af te leggen door een handelsreiziger berekenen? Nee, zegt de wiskundige; ja, zeggen sommige informatici.

Curriculum.nu: polderen in leerplanland

In een interessante presentatie ging Kees Buiter (ICT-coördinator in Groningen) in op de voorstellen Digitale geletterdheid van Curriculum.nu. Ze zijn volledig democratisch tot stand gekomen. Ja, dat is vragen om moeilijkheden. Ook hier werd begonnen met het uitgangspunt: de opnieuw uitgevonden driedeling van onderwijsfilosoof Biesta: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Heeft het laatste onderdeel niet geleid tot kritische opmerkingen en een aangenomen motie in de 2e kamer? Het Curriculum.nu-voorstel voor digitale geletterdheid is inmiddels uitgedijd tot een document van 90 pagina’s met voor ieder wat wils. Leren in de cloud krijgt met dit wollige document een geheel eigen betekenis. Het resultaat lijkt nauwelijks implementeerbaar. De waarschuwing aan de ontwikkelgroep om op het gevaar van overladenheid te letten lijkt verworden tot een lege letter.

Bij de als alternatief ontwikkelde SLO-leerlijn ziet men een meer overzichtelijk geheel van vier onderdelen: Computationeel denken, ICT basisvaardigheden, Info vaardigheden en Mediawijsheid. Curriculum.nu stelt dat men hier een schil omheen heeft geplaatst bestaande uit een aantal thema’s/gebieden: 1. Data en info; 2. Veiligheid en privacy; 3. Werking en creatief gebruik van digitale technieken; 4. Digitale communicatie en samenwerking; 5. Digitale burgerschap; 6. Digitale economie. En dat moet allemaal binnen het initieel onderwijs. Dat kan slechts leiden tot oppervlakkigheid of, bij de invoering van digitale geletterdheid als nieuw vak (samen met burgerschap), een volledig strippen van het curriculum. Wie zal zeggen wat er moet verdwijnen? Dat kan nog een aardige discussie opleveren. De reactie dat er onderdelen ook in andere vakken zullen moeten worden geïntegreerd is niet erg overtuigend.

Ook bij Curriculum.nu zag men terecht twee ‘uitdagingen’ de professionalisering van het huidige lerarenbestand en het vernieuwen van veel lerarenopleidingen. Het goede nieuws, dat ook door Ramon Moorlag is genoemd, is de vertaling en bewerking van het materiaal van een succesvol Amerikaans project : The Beauty and Joy of Computing. Met dit materiaal, dat gebruik maakt van de educatieve programmeertaal Snap! een broertje van Scratch, kunnen leerlingen en leerkrachten direct aan de slag. Een deel van het al vertaalde materiaal is hier te zien.bjocimg_3299
De voorstellen van Curriculum.nu zullen waarschijnlijk in februari in de 2e Kamer worden besproken. De volgende stap moet zijn het distilleren van kerndoelen uit het materiaal. Geen simpel karwei, zachtjes uitgedrukt. Het gevaar is wel, dat bij afwijzen het kind met het badwater wordt weggegooid en er van programmeren en computationeel denken in het initiële onderwijs niks terecht komt.

Europees voorstel: maak Computational Thinking/Coding een verplicht schoolvak !

Reageer »
codingComputational thinkingICTInformatica

Drie grote internationale informatica-organisaties hebben de handen ineen geslagen om de invoering van computational thinking en coding in het primair en voortgezet onderwijs in Europa te stimuleren. Zij schaarden zich tijdens een eind februari gehouden seminar in Brussel achter een strategiedocument getiteld Informatics for All.

 

Initiatiefnemers zijn ACM–Europe, de Europese tak van de invloedrijke American Association of Computing Machinery, waar leden uit bedrijven als Google, Apple, Microcoft en IBM bij zijn aangesloten; Informatics for All (een organisatie van zo’n 120 Europese academische informatica-opleidingen uit 30 landen) en CEPIS, de organisatie van Europese professionele verenigingen zoals de British Computing Society en in Nederland de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Informatieprofessionals.

 

De Europese landen delen gemeenschappelijke uitdagingen zoals het groeiende tekort aan ICT-specialisten, met name software-engineers, en hoogwaardige informatiewerkers die in alle sectoren van de samenleving nodig zijn. De vraag is enorm. In Nederland ziet 30% van de bedrijven zich belemmerd in hun ontwikkeling door een tekort aan ICT’ers, zo meldde het CBS afgelopen zomer. De EU stelt in een recent rapport dat het tekort in 2020 zo’n 500.000 ICT-kenniswerkers zal bedragen.

 

Het Informatics for All (IfA) initiatief bevat twee aandachtspunten. Het pleit nadrukkelijk voor een apart schoolvak Computational Thinking (CT) dat zowel in het basis- als voortgezet onderwijs wordt gegeven. Daarnaast moeten onderdelen ook worden geïntegreerd in andere schoolvakken. Volgens IfA moet lesmateriaal aantrekkelijk en uitdagend zijn voor leerlingen. Het curriculum dient de kernbegrippen uit de informatica te bevatten, waarbij de constructieve aspecten van de discipline aan de orde komen. Aan de rol van informatica bij creatie en innovatie moet nadrukkelijk aandacht worden besteed. Daarbij vervult informatie een rol binnen de stimulering van STEM (Science, technology, informatica, Engineering and Mathematics).

 

Onder voorzitterschap van Dame Wendy Hall (foto), hoogleraar informatica en oud-voorzitter van ACM, werd gediscussieerd over de beste strategie. Een aantal landen presenteerden de huidige situatie in het onderwijs van hun land en bevestigden impliciet nogmaals de achterstand en trage ontwikkeling die wij in Nederland zien.

 

Frankrijk: CT voor iedereen in het eindexamen

 

Frankrijk pakt de zaken voortvarend aan. Zo bleek uit de presentatie van Pierre Paradinas van de Société Informatique de France. Vanaf het komende schooljaar dienen alle leerlingen voor het centraal examen (het baccalauréat) dat toegang geeft tot de universiteit ook een examen af te leggen in Sciences Numériques et Technologie (SNT). Dit vak zal anderhalf uur per week worden gegeven aan alle leerlingen. Verder is er het meer theoretische vak Numériques et Sciences Informatiques (NSI) dat tussen de vier en zes lesuren per week zal vergen.

 

Er gebeurt wat D66 kamerlid Paul van Meenen al eerder bepleitte, wil informatica een serieus vak worden. Dan moet het deel gaan uitmaken van het centraal schriftelijk eindexamen en niet, zoals nu, een facultatief schoolexamenvak waarbij feitelijk elke docent op zijn/haar eigenwijze toetst. Het facultatieve vak informatica in de bovenbouw van het VO is in Nederland een vrij marginaal vak geworden, terwijl het vak informatiekunde in de eerste jaren van het VO zelfs geheel dreigt te verdwijnen.

 

In het Franse basisonderwijs (groep 2 -3) komen kinderen al vroeg in aanraking met ICT. Het gaat dan vooral over de devices die men gebruikt. Maar als de leerlingen 7 – 10 jaar zijn komt Computational Thinking om de hoek kijken. Er is aandacht voor digitale media, algoritmes, informatica en tools. In de onderbouw (middenschoolachtig) van het voortgezet onderwijs worden zaken als wiskunde en technologie, analoge en digitale informatie, algoritmes en programmeren, netwerken, en applicatie, design en het ontwikkelen van simulaties behandeld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de aan het MIT ontwikkelde educatieve programmeertaal Scratch.

 

De ontwikkelingen in landen als Denemarken, Polen en Israël zijn vergelijkbaar. Denemarken is sinds Davos 2016 actief bezig informatica een vaste plek te geven in het Deense curriculum. In januari van dit jaar is de Deense regering begonnen met het nemen van concrete stappen in het basisonderwijs. De plannen maken deel uit van het programma Strategy for Denmarks digital growth. De Deense hoogleraar Michael Caspersen gaf aan dat begonnen wordt met een proef voor leerlingen van groep 1 – 8. In twee lessen per week wordt jaarlijks aandacht besteed aan vier competentiegebieden: computational empowerment, digital design, computational thinking, technologische kennis en vaardigheden.

 

Ook het Verenigd Koninkrijk is, net zoals Ierland, al zeer ver met het vormgeven van het curriculum in het funderend onderwijs.

 

Scholing van docenten is in alle landen het kernprobleem. Nederland heeft, zoals zoveel Europese landen, een lerarentekort. Wij moeten een dubbelslag maken: er moet iets gedaan worden aan het groeiende lerarentekort en we moeten de leraren gereed maken voor de digitale uitdagingen van deze eeuw.

 

Nederland kiest voor een zeer voorzichtig ontwikkelingsmodel dat geheel volgens de polderfilosofie is opgezet. Nagenoeg iedereen mag zijn zegje doen en commentaar leveren op de voorgestelde curriculumplannen, kerndoelen en eindtermen van het project Curriculum.nu (voorheen Curriculum.2032).

 

In 2021 zou een en ander moeten worden vastgesteld door het parlement, wat betekent dat invoering op zijn vroegst in het schooljaar 2022-2023 kan plaatsvinden. In de huidige opzet van de breed samengesteld ontwikkelgroepen is Computational Thinking onderdeel van Digitale geletterdheid. Het bevat zinnige onderdelen, maar maakt samen met andere onderdelen als Computational Thinking, informatievaardigheden, mediawijsheid en ict-basisvaardigheden een overladen indruk. De vraag is of de invoering van de Digitale Geletterdheid in het Nederlandse curriculum gaat lukken. Voor een overzicht van de invoering van informatica in het voortgezet onderwijs zie bijgaand artikel.

 

De deskundigen van bovengenoemde internationale informatica-organisaties stellen zelfs dat twee uur per week te weinig is als je de kerndoelen en eindtermen echt wil vernieuwen. De geschiedenis van 25 jaar geleden dreigt zich geheel te herhalen. Ook nu gaan ambitie en haalbaarheid niet gelijk op. Zie ook een eerdere publicatie van KomenskyPost hierover. Het toenmalige kamerlid en latere staatssecretaris Netelenbos haalde van de noodzakelijke honderzestig uur (dus vier uur per week), honderdtwintig uur af voor onder andere het vak verzorging (dat inmiddels bijna nergens meer wordt gegeven). Inmiddels afficheert zij zich nu als EU-ambassadeur Coding. Het kan verkeren.

 

Jan Lepeltak

Uitreiking prijzen Profiel-werkstukken KNAW

Reageer »
ICTInformaticaInnovatie

“Alles kan als je maar doorzet”. Dat verklaarde Jelle Feitsma, mede-ontwerper en ontwikkelaar van een long-board en een van de prijswinnaars van de jaarlijkse profielwerkstukkenprijsvraag van de KNAW (Koninklijke Akademie van Wetenschappen). Hierbij een selectie uit de inzendingen die op 12 juni in de prijzen vielen.

Er waren, stelde natuurkundige Wim Saarloos, per 1 juni de kersverse nieuwe KNAW-voorzitter, 337 inzendingen van 155 vo-scholen. Uit de longlists werden van de vier profielen per profiel drie genomineerden geselecteerd. www.knawonderwijsprijs.nl

In de categorie Natuur & Techniek ging de eerste plaats (alle inzenders waren jongens) naar Stijn Nowee en Wouter Witteman, twee nuchtere Eindhovense scholieren van het Van Maerlant college die net hun eindexamen 6 vwo achter de rug heben. Ze ontwikkelden een ingenieuze ‘lichtinstallatie’ voor de racefiets van Wouter. Het woord installatie is wat misleidend, omdat het om een minuscule applicatie gaat in het racestuur van de fiets. Afslaan met een lichte racefiets is niet ongevaarlijk wanneer je het stuur bij het hand uitsteken even met één hand in de bocht vast moet houden. Zou daar niets op te vinden zijn? De heren deden aan marktonderzoek, maakten een ontwerp en bouwden en testten hun ontwerp. De LED-lampjes zijn in het stuur geïntegreerd. Er zijn rem- en waarschuwingsknipperlampjes. Afhankelijk van het aantal tikjes op het stuur bedien je de lichtjes en kun je zien hoe vol de batterij is. Deze is net zoals je I-phone via een USB-aansluiting op te laden. Inmiddels hebben de heren prijzen gewonnen aan de Radboud Universiteit en ook in Servië en Turkije. Beide ontwerpers willen volgend jaar electronic engineering gaan studeren in respectievelijk Eindhoven en Twente.

overzichtsfotoknaw-kl

Voor het profiel Cultuur & Maatschappij vielen twee documentaire inzendingen op. “Het laatste beeld” van Mila Haak van het Het Goese Lyceum. Een documentaire over haar 85-jarige opa die in de oorlog als 11-jarige jongen zijn ouders verloor. In dialoog met zijn kleindochter kijkt hij in zijn laatste levensfase met humor en berusting terug op zijn leven. Bij de presentatie werd alleen een ‘trailer’ vertoond. Graag zou je de hele film zien. Hij is in Middelburg vertoond, begreep ik. Mila wil mogelijk naar de filmacademie. Dat lijkt me een zinvolle keuze. Nu maar hopen dat ze wordt aangenomen en het haar niet vergaat als cameraman Hoyte Hoytema. Hij werd afgewezen en moest zijn geluk elders beproeven (in dit geval de beroemde filmschool in het Poolse Łodz) om daarna wereldberoemd te worden.

De andere documentaire was “Romijn” van Lotte Peters van Het Zaanlands Lyceum in Zaandam. Een documentaire over hoe haar elfjarige autistische broertje het gezinsleven beinvloedt. Jammer dat haar presentatie niet de vorm had van een trailer van haar film, zodat je een indruk kon krijgen van de vorm en inhoud. Volgens de jury zou de docu zo in Nieuwsuur uitgezonden kunnen worden.

Akoestische versterker

Een eerste prijs in de categorie Natuur & Gezondheid was er voor Lot Hartevelt en Isis Verhaag (Lyceum Sancta Maria, Haarlem). Zij ontwikkelden een akoestische versterker voor de Iphone 6 die de gang naar Schoonenberg wellicht overbodig maakt. Hij moest een hard en zuiver geluid voortbrengen. Daartoe verdiepten de dames zich in de natuurkunde van geluid en bestudeerden ze verschillende versterkers en gingen op bezoek bij de fabrikant van een bestaande commerciële versterker. Daarna werd met een 3D-printer een akoestische versterker gebouwd inclusief opzetstukje voor de Iphone. Wat blijkt na meeting? De gebouwde versterker is beter dan de bestaande commerciële. De hoorn versterkt het geluid van 65 decibel naar 80 decibel wat beter is dan menig commerciële akoestische versterker.

The boy problem

Even verwarring in de zaal. Werd de video bij deze inzending gepresenteerd door een jonge docente? Het bleek inzender Lucia Otten (Ignatius Gymnasium, Amsterdam) te zijn. Haar werkstuk ging over het verschijnsel dat jongens sinds de jaren ’90 zijn ondervertegenwoordigd op universiteiten; ze doen langer over hun studie en tellen meer voortijdige schoolverlaters. Kortom ze presteren minder goed. In haar werkstuk benoemt ze de oorzaken, beschrijft ze mogelijke oplossingen en toetst deze en interviewt ze experts. Ze ontwikkelde een speciaal lesprogramma voor jongens dat in twee vierde klassen werd uitgeprobeerd. Ze kon geen noemenswaardige verschillen vinden tussen de ‘boys class’ lessen en de normale lessen. Maar ja een lessenserie van vier weken is natuurlijk een beetje kort, gaf ze zelf aan.

De eerste prijs Cultuur & Maatschappij ging naar Sara Haverkamp (Scala College, Alphen aan de Rijn) met “Making or Braking the News”. Volgens de jury een werkstuk met masterscriptie kwaliteiten. Het gaat over de wijze waarop Poetin en Trump met de media omgaan. Ze deed veel literatuuronderzoek en sprak met diverse experts. Uit haar filmpje bleek overigens niet echt wat haar bevindingen waren. Haar docente kwam relatief lang aan het woord en uit de samenvatting van haar doorwrochte, academische 140 pagina’s tellende scriptie kwamen niet echte nieuwe zienswijzen naar voren.

Volgens de KNAW-voorwaarden mogen alleen vwo-leerlingen meedoen. Aangezien er op het hbo tegenwoordig ook interessant toegepast onderzoek wordt gedaan lijkt dit een onterechte beperking. Daarbij kunnen havo leerlingen ook enkele vakken op vwo-niveau volgen. Ook moet een profielwerkstuk een academisch karakter hebben. Dat laatste lijkt voor sommige profielen een lastige zaak. Bij de origineelste inzendingen kan je je afvragen of dit het geval is, maar niemand had ze willen missen. Kortom, KNAW, schrap die voorwaarde en/of organiseer iets samen met de hbo-raad.

Jan Lepeltak

Een van de weinige ICT-successen: de invoering van fysische informatica in het vo

Reageer »
DidactiekInformaticaLeerplanontwikkelingnatuurkunde

Prof. dr.Ton Ellermeijer (foto: J.C.Lepeltak)

 

Interview met dr. Ton Ellermeijer bij wie het 40 jaar geleden allemaal begon

Door Jan Lepeltak

Natuurkunde is het enige eindexamenvak in havo en vwo waar informatica deel van uit-maakt. Het onderdeel fysische informatica is sinds 1992-1993 integraal deel van het natuurkundecurriculum. Leraren zijn nageschoold (zonder enige registerdwang); er is lesmateriaal en hardware beschikbaar; kortom het is een heus, serieus vakonderdeel geworden. Aan de vier in balans voorwaarden van Kennisnet lijkt te zijn voldaan. Hoe is dat zo gekomen?

We bezochten in Amsterdam-Buitenveldert CMA. Deze spin-off van de Universiteit van Amsterdam bestaat in 2017 dertig jaar. Begonnen begin 80’er jaren binnen de didactiek natuurkunde vakgroep aan de UvA en vanaf 1987 als Stichting Centrum voor Micro-computer Applicaties (CMA). Vervolgens werkte CMA samen met het AMSTEL Instituut binnen de Bèta-faculteit (FNWI).  Een overactieve decaan sloot dit gerenommeerde instituut om zijn bezuinigingsdoelstellingen te halen om vervolgens zelf na twee jaar weer naar het bedrijfsleven te verhuizen, waar hij ook vandaan kwam. (meer…)

Wel of niet programmeren in de basisschool?

Reageer »
ICTInformaticarobotica

DSC07064

Deze vraag wordt vaak gesteld en de antwoorden zijn verschillend.  Er zijn goede argumenten om met coding en computational thinking (CT) in het basisonderwijs te beginnen. Maar er zijn evenzogoed valide argumenten om dat nog niet te doen.

Door Jan Lepeltak

Laat een ding duidelijk zijn: leerlingen moeten in ieder geval vanaf het begin van het voortgezet onderwijs met CT in het curriculum in aanraking komen. Dat er nog geen enkel zicht is op wanneer dat gaat gebeuren is onbegrijpelijk en onverantwoord. In dit artikel ga ik in op de argumenten voor en tegen coding en computational thinking (wat niet hetzelfde is als coding).
Toch eerst een stukje geschiedenis. Je politiek verantwoorden met verwijzing naar Dijsselbloem (‘het moet uit het veld komen’) is een handige truc met beperkte houdbaarheid. Er waren in het verleden gelukkig politici die wel over visie, durf en daadkracht beschikten. Sander Dekker zet een VVD-traditie voort. Zijn voorganger Luuk Hermans sprak in een interview dat ik in 1999 met hem had over brede invoering van internet in het onderwijs steeds over eerst een noodzakelijk nut en noodzaakdiscussie. Het was de vermaledijde onderwijsminister Deetman (die zelf uit bestuurlijk onderwijsland kwam) die adviezen over kleinschalige pilots in de jaren ’80 naast zich neerlegde. (meer…)

Wat is het verschil tussen coding en computational thinking?

1 reactie
codingDidactiekICTInformaticarobotica

 

Workshops Robopal

Workshops Robopal

In de codeweek die onlangs werd gehouden lag de nadruk sterk op programmeren. Programmeren is niet hetzelfde als computational thinking (CT). De vraag die men vaak hoort is of programmeren/coding wel thuis hoort in het programma van de basisschool? Als kinderen dat leuk vinden, waarom niet? Er zijn meer zaken leuk die belangrijk lijken en die niet meer bestaan, zoals schoolzwemmen bijvoorbeeld. Vraag is hoe zou een CT-leerplan dat meer is dan puur coding eruit kunnen zien?

Door Jan Lepeltak

De didactiek voor programmeren heeft een lange voorgeschiedenis en begint bij de dit jaar overleden Seymour Papert (hoogleraar aan het medialab van het MIT). Papert ontwikkelde samen met anderen de programmeertaal Logo in de jaren ‘70/’80 van de vorige eeuw. Een kernidee was dat leerlingen kennis ontwikkelen in interactie met de fysieke wereld waarin ze zich bevinden. Dat kan ook gelden voor computers. In de oertijd van Logo leerden kinderen hoe ze een virtuele of fysieke schildpad kunnen aansturen (lees programmeren). Uitgangspunt van Papert was dat kinderen leren ‘in control’ te zijn van de computers en niet andersom.

Het concept van CT kan gezien worden als een verdere verdieping van de ideeën rond programmeren in het onderwijs en past goed in de traditie van Logo en de Maker Educatie. Niet verwonderlijk  als men weet dat Mitchell Resnick, die met zijn MIT-medialabteam Scratch ontwikkelde, een leerling is van Papert.
Jeanet Wing, voormalig hoogleraar computerwetenschap aan de Carnegie Mellon University introduceerde het begrip CT in 2006. Volgens Wing gaat het bij CT niet alleen om coding en programmeren. Er is meer. Het gaat ook over de vraag welk soort problemen door computers kunnen worden opgelost en welke beter door mensen kunnen worden getackeld,  omdat mensen er gewoon beter in zijn. (meer…)

War Child en Connected Learning

1 reactie
asielkinderenbeleidblended learningCommunicatieconnected learninge-learningICTInformaticakrimponderzoekwar childwiskunde

Deze week was ik aanwezig bij een indringende presentatie van Kate Radford, programmamanager bij War Child.  Dit in het kader van een persbijeenkomst rond Connected Learning georganiseerd door Cisco Nederland. Cisco presenteerde  hun concept en visie met betrekking tot Connected Learning.
Het gaat onder meer om het implementeren van robuuste en veilige infrastructuren en het Internet of Everything (dus met domotica-toepassingen) en het integreren van zinvolle toepassingen daarbinnen. Ik beperk me nu even tot het funderend onderwijs, maar er waren ook presentaties vanuit het hbo.
Kansen voor Connected Learning zijn er natuurlijk genoeg in het K-12 onderwijs. Er zijn veel gebieden waar het lesgeven moeilijk is en het een uitdaging is om voor kinderen in hun eigen gemeenschappen onderwijs te verzorgen. Gebieden waar ook sprake is van sense of urgency. Dat kan gaan om bijvoorbeeld de eilanden in Indonesische archipel, kleine scholen in Nederlandse krimpgebieden, maar natuurlijk helemaal in conflictgebieden. (meer…)

Nederland nog steeds sloomste jongetje van de informatica klas

Reageer »
beleidcodingCommunicatieDidactiekICTImplementatieInformaticaInnovatielerarenonderzoek

We beginnen met het goede nieuws. De Vernieuwingscommissie Informatica havo/vwo onder voorzitterschap van Erik Barendsen is onlangs met een degelijk advies gekomen voor het eindexamenprogramma havo/vwo. Hier is over nagedacht. Het voorstel wordt breed gedragen. Het advies zit inhoudelijk goed in elkaar.  Ik mis wel aandacht voor de didactiek. Ideeën over hoe je je examendoelen bereikt zonder te vervallen in traditionele instructie? Wellicht komt dat in de voorgestelde handleiding voor invoering naar de scholen aan de orde.  Verder is het onderscheiden van 18 kennisdomeinen misschien wat veel van het goede. Zelf zou ik het keuzethema Algoritmiek, berekenbaarheid en logica eerder onder het kerndomein grondslagen laten vallen. Zolang we geen quantumcomputers hebben lijkt dit me een vrij elementair en duurzaam onderdeel van de informatica. Heeft men nog van de ervaringen van het  succesvolle vak fysische informatica kunnen leren? Ik lees er niet over.
Maar hoe zit het met het slechte nieuws? Als het om Coding/computational thinking op school gaat, behoren wij langzamerhand tot het slome jongetje in de Europese klas. Zie het onderzoek van het European Schoolnet van 2015 http://fcl.eun.org/documents/10180/14689/Computing+our+future_final.pdf/746e36b1-e1a6-4bf1-8105-ea27c0d2bbe0.
Het keuzevak informatica wordt gekozen door zo’n 12% van de leerlingen. Daar verandert het advies weinig aan. Dat is geen verwijt. De opdracht was nu eenmaal ontwerp een nieuw examenprogramma voor het keuze vak informatica in de 2e fase van havo/vwo. Dit vak  bevindt zich al jaren in negatieve spiraal, zo wordt ook in het advies terecht opgemerkt.  Het advies biedt geen de oplossing biedt. Hoe wordt de computationele kennis van de overige leerlingen geborgd? Niet dit dus.
Het probleem is dat het onze bewindspersonen ontbreekt aan een visie over de plek van Coding/computational thinking in ons huidige onderwijs. Geen visie is ook een visie namelijk de slechts denkbare. Platform 2032 waar de bewindspersonen zo gretog naar verwijzen (‘ik neem alles over’ zegt Dekker) vindt het belangrijk en daar blijft het voorlopig bij. De blik is gericht op de horizon van 2032.  We lezen voorstellen voor procedures van curriculumontwikkeling in het Onderwijs2032 advies. Vooralsnog duurt het, valt te vrezen ,jaren voor er onderwijsbreed iets met Coding gaat gebeuren in ons onderwijs.
Vaak wordt naar Engeland gekeken als het om de voortvarende invoering van coding gaat. Zie ook het Kennisnetrapport waarin het inspirerende project Computing at Schools (CAS) wordt beschreven https://www.kennisnet.nl/fileadmin/kennisnet/publicatie/Computing_onderwijs_in_de_praktijk.pdf . Inmiddels is ook François Hollande bezig met de invoering van zijn nationale programma L’école Numérique. Vanaf komend schooljaar zullen alle kinderen in de basisschool kennismaken met programmeren en de digitale cultuur. Deze lijn wordt in het schooljaar 2016-2017 ook in het voortgezet onderwijs voortgezet, waarbij voor leerlingen ook verdieping mogelijk is. Er wordt daarnaast stevig ingezet op de professionalisering van de docenten. Een jaar nadat de Président de la République de eerste stichting van een Grande École du Numérique bekend maakte, opende deze begin februari 2016 haar deuren. Uiteraard is er commotie over de plannen,  zo hoort dat ook en dat is in Frankrijk te verwachten, maar de voortvarende jonge, charismatische Franse minister van onderwijs Najat Belkacem (geb. in Marokko 1977) houdt stug vol. Zie haar site http://www.najat-vallaud-belkacem.com/. Twitteren doet Najat ook. Zij heeft bijna een half miljoen volgers (Mark Rutte heeft er 50.000 en Jet Bussemaker nog geen 5000).
De directe bemoeienis van president Hollande en Najat Belkacem geven aan hoe belangrijk de Franse politiek L’école Numérique vindt. Dat Sander Dekker zijn directeur-generaal po-vo stuurt om het advies van de Vernieuwingscommissie Informatica havo/vwo eind maart in ontvangst te nemen is weinig hoopvol.

Scratch en Maker education: Beren op de weg?

Reageer »
~Maker movementbeleidcodingCommunicatieDidactiekICTImplementatieInformaticaInnovatieLeerplanontwikkelingmultimediaOverheid

 

Joek van Montfort op de Megadojo in het Ziggodome

Joek van Montfort op de Megadojo in het Ziggodome

Afgelopen twee weken waren er in Amsterdam twee interessante bijeenkomsten rond respectievelijk Maker education (in de Balie) en Scratch (Megadojo in het Ziggodome). De zaal bij de Maker-Education bijeenkomst was bijna geheel gevuld met publiek uit heel Nederland (van Groningen tot de Brabantse Kempen).  Er waren interessante presentaties waarbij Rolf Hut de show stal.   Het was een heerlijk en echt inspirerend verhaal van de auteur van de Maakbare wereld. Hut is werkzaam op de TU Delft als (technisch) natuurkundige. Deze man moet een eigen tv-programma krijgen. Ik heb genoten van de gedreven presentatie van Astrid Poot ontwikkelaar van de Klooikoffers.
Uit de ontwapende presentaties van PO-docente Yvon Boger van het basisschool Het Palet in de Brabantse Kempen bleek weer eens dat je geen hardcore Bèta hoeft te zijn om goed met Makered bezig te zijn.  Belangrijk omdat de school van Astrid veel  juffen kent (althans zo lijkt op hun website) en we zien dat handvaardigheid richting Maker ed verschuift.
Jammer alleen dat er telkens bij de Baliebijeenkomsten zo weinig tijd/ruimte is voor deelname van het publiek. Op het einde van de bijeenkomst werd bekendgemaakt dat er nu makered-vouchers beschikbaar zijn. Leuk dat dit idee, dat ik bij de bekendmaking van het Codepact eerder ook heb geventileerd en dat nu bij de Makered’s praktijk wordt. De vouchers zijn tussen de € 250-500 Euro waard.  Dat is goed nieuws.  Helaas is er slechts € 25000,- beschikbaar is. Nu ja een beginnetje zou je kunnen zeggen. Gevaar is dat hiermee nieuwe initiatieven worden afgekocht. “Kijk is wat we allemaal al doen” ik hoor het Sander zeggen. Maar welke andere initiatieven? Er is geen Bussemaker/Dekker-beleid in dezen. (meer…)

Argumenten tegen de hbs zien we nu weer terug bij de coding-discussie

2 reacties
beleidcodingCommunicatieDidactiekgeschiedenis Ict en onderwijsICTInformaticaInnovatienatuurkundeOverheid

 

Aleid Truijens waardeer ik zeer als biografe van de schrijver Hotz en als columniste van soms zeer rake onderwijscolumns.  Maar als het om ICT gaat geeft zij blijk van een schokkend gebrek aan kennis dat zij paart aan een grote mate van stelligheid. Dat zien we ook deze week.  Recent was ik op een bijeenkomst van het  European Schoolnet waar naar aanleiding van een Europees onderzoek weer eens bleek dat ons voorgezet onderwijs wat betreft coding behoort tot de achterhoede in Europa behoort. Dat zal grote gevolgen hebben ondanks het komende bezoek van Mark Rutte aan Siliconvalley en het rapport Onderwijs2032.  De argumenten van Truijens komen mij bekend voor. Het zijn de argumenten die ook werden gebruikt toen de hbs in de 19 eeuw naast het gymnasium werd opgericht.  De hbs de school van onze grote natuurkundigen  en Nobelpriswinaars als o.a. Lorentz en Zeeman . (meer…)