Categorie: Geen categorie

Afstands-onderwijs vergt een andere didactiek

Reageer »
AfstandsonderwijsPOVO

leerlingen van een Ipad-school

Jan Lepeltak

De afgelopen weken kon men op de sociale media veel wanhoopskreten van hardwerkende en teleurgestelde leraren vinden. Het online lesgeven werkte niet. Leerlingen begrepen opdrachten niet of ze haakten af en deden nauwelijks meer mee. Is dat vreemd? Eerlijk gezegd niet. Het eerste grote online project voor afstandsonderwijs uit de jaren ’90 liet dezelfde ervaringen zien. Voor de Waddeneilanden werd toen Waddenonline opgezet. Dat was geen succes. De verbindingen waren storinggevoelig, de teleconferentieapparatuur van Bang en Olufsen was kostbaar maar de belangrijkste oorzaak was, dat het onderwijsconcept niet werkte. Er was weliswaar ‘sense of urgence’: er waren op de vaak zeer kleine VO-scholen te weinig docenten en de kwaliteit liet daarom te wensen over. Men draaide zijn les en liet dat ook online zien.

Men dacht: “Als we onze leerlingen op bijvoorbeeld Schiermonnikoog gewoon met een videoverbinding een Franse les in Drachten laten volgen, dan het komt allemaal goed.” Niet dus. Toen wij een aantal jaren later vanuit de lerarenopleiding van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden met nieuwe ideeën de Waddencampus opzetten, was het moeilijk de leraren op de Wadden weer enthousiast te krijgen.
Een van de grootste struikelblokken bleek dat de deelnemende leerlingen van de verschillende scholen geen band voelden met elkaar. Leerlingen van Schiermonnikoog hingen onder andere spijkerjacks over de camera. “Wij kunnen hun niet zien, dan hoeven zij ons ook niet te zien”, zo redeneerde men.

Op basis van de vakliteratuur (zie hieronder) was onze aanpak anders. De leerlingen van de deelnemende klassen op de eilanden en het vasteland moesten elkaar echt leren kennen. 

Hoe kan men de wetenschap van nu en toen gebruiken in de huidige situatie?

Daarom kort wat belangrijke tips en trucs: 

  1. Elke leerling heeft in principe toegang tot internet en een simpele webcam. Als dit niet het geval is dan kan de school daar via gemeente of overheid in voorzien.
  2. Gebruik goedwerkende gratis programma’s voor de communicatie, zoals bijvoorbeeld Zoom (tot 50 leerlingen tegelijk is het gratis) of een platform/leeromgeving van de school waarmee je onderling kan communiceren. Ook leerlingen onderling. Elke school of koepel heeft wel een ICT-coördinator die dat kan regelen en waarmee je kunt proefdraaien.
  3. Stel heterogene groepjes samen van 4 a 6 leerlingen. Bijvoorbeeld met 2 gemiddelde leerlingen, 2 wat trage leerlingen en 2 snelle leerlingen. Lees wat Kees Vernooy hier over heeft geschreven.
  4. Zorg vanaf het begin dat er een prettig groepsgevoel ontstaat. Stel eerst wat korte vragen waarmee je iedereen op zijn gemak stelt zoals: wat is je favoriete eten, wat vind je een leuk object in je kamer, welke film vond je het mooist, wat is je favoriete zanger/popgroep etc.
  5. Geef je ‘klassikale’ instructies en korte opdrachten aan elke groep afzonderlijk. Stel een rooster op. Geef elke dag wat korte info-prikkels (sparks) om warm te draaien.
  6. Stimuleer ook dat alle deelnemers op elkaars individuele resultaten kunnen reageren en elkaar kunnen helpen.
  7. Door de socialisatie wordt het moeilijk je binnen een groep te ‘drukken’ of af te haken.  Let wel op de rol die iedereen zich (onbewust) aanmeet. Gilly Salmon gebruikt een mooie typologie. Zo heb je de spreeuw die zo nu en dan opduikt en dan het hoogste woord heeft, of het konijn, dat online leeft en steeds heel snel reageert, de muis die je nauwelijks hoort en weinig bijdraagt, het hert dat de discussie domineert, etc.
    Hoe hier op te reageren is voor een volgende keer, al komt Salmon met goede suggesties. Nog even dit. Vaak wordt de term thuisonderwijs gebruikt. Dat is verwarrend. Het doet doet denken aan het concept van homescholing wat echt iets anders is.Wil je je ervaringen delen, graag dat kan onderaan bij de reacties.

Literatuur:

Zie ook:

Zie ook voor een inleidend overzicht waaraan ik heb meegewerkt: https://www.groene.nl/artikel/als-u-beweegt-zie-ik-u-niet-meer

Gilly Salmon. In E-tivities. The key to active online learning. London 2002.


Gilly Salmon. E-Moderating. The Key to Teaching and Learning Online. London 2003.

David Jaques and Gilly Salmon. A handbook for face-to-face and online environments . London–New York 2007.

Etienne Wenger. Communities of Practice. Learning, Meaning and Identity. Cambridge, 2006.

Op de site van Wilfred Rubens over blended learning is ook nuttige info te vinden.

Wordt ‘Old school informatica’ in het leerplan de toekomst?

Reageer »

Door Jan Lepeltak

De keuze voor het vak informatica in de bovenbouw van  het VO loopt terug. Dat is helaas niet onbegrijpelijk voor wie naar het curriculum kijkt. Het is breed, veelomvattend en voor de jonge programmeurs vaak slaapverwekkend saai. Jonge enthousiaste scholieren hebben ideeën en willen die met onder andere digitale hulpmiddelen realiseren. Dat kan gaan om te maken producten (ed-fab), zoals  een met Microbit gemaakte toepassing. Het is, zoals Mitchel Resnick (MIT), een van de Scratch-ontwikkelaars, het eens formuleerde: dicteren en lezen is onthouden, maken is begrijpen.
Wat we nu zien zijn twee parallelle tendensen:  een formele en een informele ontwikkeling binnen het informatica-onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs. Formeel zien we de ontwikkeling van een doorgaande lijn informatica binnen het Curriculum.nu project. Dit is op zich niet slecht, maar er valt over de invulling wel het nodige te zeggen. Maar we zien echter ook allerlei informele ontwikkelingen.

Eerst iets over de formele ontwikkeling. Programmeren, of liever breder gezien Computational Thinking (CT) valt binnen het domein Digitale geletterdheid van het Curriculum.nu ontwikkelteam . https://curriculum.nu/ . Hier werken docenten en schoolleiders, (waarom die eigenlijk?) aan de ontwikkeling rond een aantal leergebieden. Nu is het zeer de vraag of coding/CT wel bij digitale geletterdheid hoort. Binnen Europa kennen we de preciezen en de rekkelijken. De preciezen (soms afkomstig uit de academisch informaticawereld) zeggen op inhoudelijke gronden terecht dat coding/CT niet bij digitale geletterdheid hoort (zie het rapport Informatics for all van de brancheorganisatie ACM Europe). De rekkelijken, vaak uit het niet-academische onderwijs afkomstig, stellen dat je je er beter niet druk over kunt maken en blij moet zijn dat coding/CT nu überhaupt een plek in het curriculum krijgt.

Terug naar het leergebied Digitale geletterdheid van Curriculum.nu. Men onderscheidt: (1) communicatie en samenwerking; (2) digitaal burgerschap; (3) onderzoek en informatie; (4) aansturen en gebruiken; (5 )digitale economie; (6) veiligheid en privacy; (7) duurzaamheid en innovatie en (8) toepassen en ontwerpen. Dat is nogal wat.

We lezen dat het ontwikkelteam (OT) heeft gecheckt of de overzichtelijke inhoudelijke domeinen die de SLO heeft gedefinieerd (coding/CT; informatievaardigheden; basisvaardigheden en mediawijsheid) door de grote opdrachten worden afgedekt. Dat bleek zo te zijn, concludeerde men opgelucht.
Het komt me voor dat ze zó goed zijn afgedekt, dat ze nog nauwelijks zichtbaar zijn.

Gelukkig nam niet iedere beschouwer de voorstellen van Curriculum.nu voor zoete koek. Op de site van Curriculum.nu kan men lezen dat een aantal scholen (ik neem aan de docenten) de definities van de gebruikte termen en concepten vaag vond en het taalgebruik wollig, wat heel vriendelijk is geformuleerd.

De mooie dingen, die leerlingen en docenten enthousiast maken, gebeuren in het informele circuit. Het zijn niet de brede, inhoudelijke compromissen waar ooit de NIVO-scholing ruim 30 jaar geleden door mislukte, maar praktische parels binnen Coderdojo’s of scholen die leerlingen ideële computergames zoals ‘Hoi dokter’ laten maken in samenwerking met professionele organisaties. Ik denk aan het werk van Hakan Akkas, leraar informatica van het Mentis, Eelco Dijkstra en de stichting Codeklas met Tessa van Zadelhoff en Pauline Maassen en haar succesvolle Microbits workshops op basisscholen. Arjan van der Meij en Per-Ivar Kloen en hun Edfab-activiteiten. Leerlingen en leraren genieten en leren er veel van.
Inmiddels is er met Scratch-Snap een krachtiger Scratchversie beschikbaar, zo hoorde ik van Joek van Montfort, die de Scratch-conferentie deze zomer in Boston bezocht. De Universiteit van Californië in Berkeley heeft daar prachtig lesmateriaal voor ontwikkeld onder de prozaïsche naam: Beauty and the Joy of Computing. Wie daar naar kijkt, krijgt gauw iets van snel vertalen en bewerken en dan lekker aan de gang.

Dat laatste is dringend nodig. Al jaren geef ik aan dat Nederland behoort tot de Europese achterhoede als het gaat om informatica in het po-vo. Een school in Amsterdam die veel aan informatica deed, stopt er mee, want de betreffende docent gaat met pensioen en er is geen opvolging!
Behalve over de subsidies aan Kennisnet, het techniekpact en de PO-raad (Slimmer onderwijs met ICT) wordt aan ICT en aan informatica in de onderwijsbegroting geen aandacht besteed. Veelzeggend: het heeft geen prioriteit.

Onze positie in de ict-onderwijswereld wordt er met de huidige voorstellen niet beter op. Ik vrees dat bij de huidige old school benadering eerder het tegendeel wordt bereikt.

De eerste IBM-PC met PC-DOS/MS-DOS

De Agora-challenge

Reageer »

 

Leerlingen van Agor (Foto J.C.Lepeltak)

Door Jan Lepeltak

“Ze moeten het wel willen, anders kunnen ze beter een andere school zoeken.” “Sommige leerlingen hebben gewoon structuur nodig en daar is Agora niet zo geschikt voor”. Aldus enkele leerlingen van de Agora ‘school’ in Roermond tijdens een studiemiddag met als thema Leerlingen aan het stuur.

De Agora was de plek waar het sociale leven zich in het oude Griekenland afspeelde. Het woord agora betekent verzamelplaats. De agora was in eerste instantie een ontmoetings- en vergaderplaats voor de vrije burgers (mannen, want het werk werd in de regel door de vrouwen en de slaven gedaan). Oorspronkelijk kwam hier ook de volksvergadering bijeen. Daarnaast werd de agora gebruikt als marktplaats en als plek waar men zich kon ontspannen. (Wikipedia).

‘Leerlingen aan het stuur’ was opgezet door Gerdien Oort, docent Nederlands aan het Nieuwe Lyceum in Bilthoven, en Nicole Verhoeven, docent wiskunde aan De Werkplaats in Bilthoven. Zij hadden masterclasses gevolgd aan de Nederlandse School. Het was de Nederlandse School die de middag samen met Randstad Uitzendbureau mogelijk maakte. Een enthousiaste Suzanne von der Dunk, directeur onderwijs van Randstad, opende de middag in het imposante hoofdkantoor van Randstad. (meer…)

Bordeaux2017 en de verdere opmars van Scratch

Reageer »
codingICT

Mitchel Resnick (Mr.Scratch)

Mitchel Resnick  (foto: J.C.Lepeltak)

De ‘educatieve’ programmeertaal Scratch zet zijn opmars voort. Dat bleek tijdens de internationale Scratch-conferentie die eind-juli in Bordeaux werd gehouden. Ruim 300 deelnemers (ontwikkelaars, onderzoekers maar ook veel leraren) uit 40 landen wisselden ervaringen uit. Scratch is tien jaar geleden op het MIT ontwikkeld door Mitchel Resnick en zijn team. Scratch kan gezien worden als de opvolger van de 50 jaar geleden door Cynthia Solomon and Seymour Papert ontwikkelde programmeertaal LOGO. Inmiddels heeft de vorig jaar overleden Papert bijna een cultstatus. Ik zou kunnen zeggen dat Papert de profeet is en Resnick zijn evangelist.  Met zijn begin jaren ’80 verschenen klassieker Mindstorms gaf Papert richting aan een geheel nieuwe visie op IT-gebruik door kinderen. Zij moeten bepalen wat de computer doet en niet andersom. In 1986 interviewde ik Papert voor de Volkskrant in het net geopende Medialab van het MIT. Voor meer over Papert zie een PDF van mijn interview https://www.learningfocus.nl/2014/02/25/1986-interview-met-seymour-papert-mindstorms/.
Resnick is ook de denker achter de Computerclubhouse-beweging. Belangrijkste doelstelling kinderen in achterstandsituates toegang geven tot nieuwe media, kids die daar nauwelijks toegang toe hebben. In de jaren ’90 interviewde ik Mitchel Resnick wat leidde tot de oprichting van twee computerclubhuizen in Amsterdam die Mitchel diverse malen heeft bezocht. Zie voor het interview met Resnick en de relatie met de maker movement ook https://www.learningfocus.nl/2014/10/06/luister-en-vergeet-kijk-en-onthoudt-doe-en-begrijp/.

(meer…)

Hoe het vertrek van Prof.Frits Staal de filosofie in NL veranderde

Reageer »

 

books-of-frits-staal

Max Pam ging recent in een column in de Volkskrant in op de persoon en het belang van Staal als taalkundige en filosoof. Het vertrek van Staal uit Nederland had cultuurfilosofisch grote negatieve gevolgen.

Eind jaren ’90 had ik een bijzonder interessant gesprek in het Amsterdamse café de Zwart over de filosofie in Nederland met de inmiddels overleden literatuurcriticus en uitgever Antonie Mertens (1946-2009), en A.F.Th. van der Heijden, een van zijn auteurs.
Ik kende Antonie Mertens nog van mijn studie. Het gesprek ging over de staat van de filosofie in ons land en met name de kwestie Staal, die zich in de tweede helft van jaren ’60 aan de Universiteit van Amsterdam had afgespeeld. De Amsterdamse hoogleraar Frits Staal (1930-2012) werd het middelpunt van een affaire. Staal gold als een eminent en veelzijdig geleerde. Hij studeerde wis- en natuurkunde en filosofie, logica, Indiase filosofie, linguïstiek en Sanskriet.  Een geruchtmakend artikel in de Gids van 1967 was de bron van de controverse. Staal stelde in zijn Gidsartikel namelijk dat filosofie en ook metafysica het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek kunnen zijn.  Hij gaf aan dat er in de hedendaagse filosofie uitspraken gebezigd worden die echter geen zinvolle filosofie opleveren. Uitspraken als “Das Nichts nichtet” (Heidegger) zijn op geen enkele wijze te onderzoeken of te verifiëren en daarom zinloos. Staal’s opmerkingen over Heidegger en andere continentale (Duitse en Franse) wijsgeren werden hem door niet-analytisch ingestelde filosofen niet in dank afgenomen en leidden tot een hoog oplopende ruzie met zijn collega en voormalig docent Duits  de hoogleraar Jan Aler (1910-1992). Aler schreef zijn proefschrift bij Heidegger (een actieve nazi en antisemiet) maar promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam in 1947. Waarschijnlijk omdat Heidegger toen nog een beroepsverbod had.
Staal vertrok uiteindelijk na de nodige pesterijen naar de VS waar hij een mooie carrière opbouwde. Hij was o.a. hoogleraar aan het MIT en later de University of California in Berkeley.

Mertens maakte tijdens ons gesprek een opmerking die mij altijd is bijgebleven. Door het vertrek van Staal zijn we in Nederland een geheel andere kant uit gegaan.  De continentale filosofie, met wortels in het Duits idealisme werd dominant. Zelfs het gerenommeerde Instituut voor Grondslagenonderzoek en Filosofie der Exacte Wetenschappen, opgericht door de internationaal bekende wiskundige en filosoof Evert Beth, verdween.

 

Bij het overlijden van René Franquinet

Reageer »

 

Foto: Met dank aan Ramon Moorlag

Foto: Met dank aan Ramon Moorlag

 

Midden jaren ’80 heb ik René Franquinet leren kennen tijdens de eerste NIOC-conferentie (Nederlandse Informatica en Onderwijs Conferentie) die werd gehouden in Maastricht. René was de enige Neerlandicus die mijn presentatie bijwoonde. Deze ontmoeting was het begin van een jarenlange, vriendschappelijke samenwerking.

René was een erudiet en veelzijdig mens, een pionier op het terrein van de informatica in het voortgezet onderwijs. Hij behoorde tot de eerste die de zware 1e graads nascholing informatica met succes volgde en was waarschijnlijk ook de eerste leraar Nederlands die het diploma haalde.

Onze samenwerking betrof vooral zijn redacteurschap van het maandblad Computers op School. Door de scrupuleuze wijze waarop hij zijn rubriek verzorgde en de eindredactie voor zijn rekening nam, was hij een belangrijke steunpilaar.
René was een heer, die met zijn charmante eloquentie iedereen voor zich innam.  Van pensionering was bij hem geen sprake. Na onze gezamenlijke Computers op Schoolperiode (die zeker 15 jaar in beslag nam) was hij betrokken bij de vernieuwing van het onderwijs o.a. in de vereniging I&I , de veldvereniging voor informaticadocenten, waarin hij verschillende bestuursfuncties bekleedde. Verder maakt hij ook deel uit van onze maatschap die enkele jaren bestond.

Na zijn pensionering als leraar Nederlands en informatica bleef hij actief.  Zowel in de Onderwijscoöperatie, waarover we vaak heerlijk konden discussiëren en van mening verschillen, als binnen de vereniging I&I. René hield ook van het goede leven. Hij en Corry hielden van Venetië waar ze regelmatig kwamen.  We wisselden graag ervaringen over onze geliefde Italiaanse keuken uit.  Ik kan me ook herinneren dat we begin deze eeuw met onze echtgenotes een uitstekend Italiaans restaurant in Berlijn bezochten dat Rene kende.   Hij zocht voor onze redactiereünies altijd het restaurant uit.  Ons Computers op School reüniegroepje dat bestonde uit Frits, Tessa, John en Rene  wordt nu na het verscheiden van John en Rene wel steeds kleiner.

Het voor ons plotselinge overlijden van Rene kwam als een schok. We wensen Corry en de familie veel sterkte. We zullen hem missen.

‘Echte jongens’

1 reactie

De PO-raad ontdekte onlangs dat er wel erg weinig mannen voor de klas staan

In 2012 schreef ik dit blog

‘Echte jongens’

Kinderen op de basisschool hebben doorgaans een juf. Van de leraren basisonderwijs die jaarlijks afstuderen is ca. 12% een man. Na enkele jaren heeft bijna de helft van hen het onderwijs al weer de rug toegekeerd. Is dat erg? Is het erg als een jongen uit een eenoudergezin tot zijn puberteit alleen met juffen te maken heeft gehad? Kort voor de zomer was ik bij een bijeenkomst vanwege een film die Katinka de Maar voor de VPRO-tv aan het maken is over dit onderwerp. De titel  van de film is ‘Echte jongens’. Er waren naast de documentairemaakster, wetenschappers , enkele VPRO-medewerkers, een beleidsmedewerker van OCW en een specialist op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt, die zich bezighoudt met het stimuleren van ‘hij-instromers’.

In het begin maakte een van de aanwezige onderzoeksters principieel bezwaar tegen de titel van de documentaire. ‘Echte jongens’ vond zij stigmatiserend en te stereotype ten opzichte van bijvoorbeeld homostellen. Katinka stelde terecht dat de titel discussie uitlokt en ook ironisch kan worden opgevat.

Maakt alleen vrouwen voor de klas iets uit bij het leren van jongens? De onderzoekers meenden van niet. Er was geen wetenschappelijk bewijs voor. Maar de resultaten van een grootschalig  Engels onderzoek dan dat begin 2012 werd gepubliceerd? De reden waarom jongens minder presteren in de klas komt doordat ze beoordeeld worden door een vrouw, althans dat stelt de Engelse kwaliteitskrant The Independent. Een nogal stevige conclusie. Uit het Engelse onderzoek onder 1200 scholieren in 29 scholen, bleek dat vrouwelijke docenten aan jongens significant lagere cijfers geven dan anonieme mannelijke examinatoren.  Dat leidde tot verontwaardigde reacties op de Independentsite. Zie: http://www.independent.co.uk/news/education/education-news/female-teachers-accused-of-giving-boys-lower-marks-6943928.html .

 

In de meeste West-Europese landen staan in het basisonderwijs veel meer vrouwen dan mannen voor de klas. Rolmodellen zijn belangrijk in het onderwijs. Meer vrouwen als docent in de bèta-vakken maakt echt uit, zo weten we. Maar het is toch complexer. Het is merkwaardig dat Nederland uitzonderlijk slecht scoort als het gaat om het aantal vrouwen voor science (6,1%),  wiskunde en informatica-beroepen. Duitsland, Frankrijk en Italië hebben bijna het dubbele percentage vrouwelijke studenten in dit soort studies. (Bron: Eurostat september 2011). Terwijl daar ook in het merendeel vrouwen voor de klas staan. Italie, met bijna overwegend vrouwen voor de klas, scoort in Bèta-studies en engineering aanzienlijk beter dan Nederland.

Het blijkt dat rond de leeftijd van 14 jaar meisjes besluiten dat bèta en techniek niets voor hen is. Er moet dus iets eerder gebeuren. Het heeft misschien toch met de lerarenopleiding te maken.  Op de PABO zijn vakken als beeldende vorming, bewegingsonderwijs, handvaardigheid, dans, drama en muziek bij veel vrouwelijke studenten erg geliefd. “De studiekeuze wordt vaak bepaald door het idee om lekker met kinderen bezig te zijn” vertrouwde  een PABO-docent mij toe. Toen ik jaren geleden zelf les gaf op een PABO en aan jongens vroeg waarom ze stopten met de opleiding, kreeg ik vaak als antwoord dat ze de studie te weinig uitdagend vonden, te soft en eigenlijk te makkelijk. Inmiddels is er het nodige aan het veranderen en komt er meer aandacht voor de kennisvakken en techniek. We kennen nu ook de academische PABO (waarvoor je een VWO-diploma moet hebben). Er moet echt meer gebeuren dan alleen maar ‘echte jongens’ voor de klas. Over een ding was iedereen het die middag wel eens: een organisatie met overwegend vrouwen is evenmin wenselijk als een organisatie met alleen maar mannen. Gemengde organisaties functioneren en presteren nu eenmaal beter.

 

Jan Lepeltak

 

KomenskyPost vanaf 1 mei

Reageer »
asielkinderenbeleidbesturencodingCommunicatieconnected learningDidactieke-learningICTImplementatiekrimpLeerplanontwikkelinglerarensocial media

KomenskyPost header nieuw

De hoeveelheid informatie over ontwikkelingen op het gebied van innovatie en onderwijs zoals die via blogs dagelijks tot ons komt is voor een individu niet meer bij te houden. KomenskyPost selecteert, vat kort samen, schrijft zelf en linkt. Zo wil de redactie iedere geïnteresseerde op de hoogte houden. De redactie is daarbij volledig onafhankelijk.De humanistische vrijdenkersgeest van Komensky speelt daarbij een rol.

Komensky, beter bekend als Comenius (1592 – 1670), was asielzoeker (in Nederland), pedagoog, onderwijsvernieuwer en humanist. Hij was de eerste pedagoog die het belang van het gebruik van afbeeldingen in het onderwijs benadrukte. Comenius stond standenloos onderwijs voor, waarbinnen elk kind zich volledig kon ontwikkelen. Zijn opvattingen zijn nog opmerkelijk actueel.

www.komenskypost.nl

Steve Jobs: egomaniac of visionair?

Reageer »
Communicatiegeschiedenis Ict en onderwijsICTInnovatie

apple_emate_300

apple_emate_300

Steve Jobs’ Rosebud

De laatste film over Steve Jobs, niet te verwarren met de Jobsfilm uit 2013, is een must voor iedereen die wat met ICT heeft. De goede filmkritieken ga ik niet nog eens herhalen. De film is losjes gebaseerd op de uitstekende biografie van Walter Isaacson (hij schreef ook een mooie biografie over o.a. Einstein) en minder bekend maar een vette aanrader is zijn The Innovators. How a group of Hackers and Geeks Created the Digital Revolution (London, New York 2014). S cenarioschrijver Sorkin heeft uit scenario-technische overwegingen wat elementen toegevoegd. Interessant is om na te gaan wat Wahrheit en Dichtung is.  Dat valt erg mee.  De belangrijke rol van zijn marketingmanager Joanna Hoffman (schitterend gespeeld door Kate Winslet) is daar een voorbeeld van. In werkelijkheid was Joanna Hoffman getrouwd met een andere Apple-pionier. Ze stond wel bekend als de enige persoon die werkelijk tegen Jobs op kon en waar Steve naar luisterde. Wie een foto van mede Mac-ontwikkelaar Andy Hertzfield ziet, valt meteen de grote fysieke gelijkenis in de film op met acteur Michael Stuhlbarg een van de hoofdpersonen die kennelijk flink wat kilo’s aankwam voor zijn rol.  Dat geldt overigens niet voor de lijvige Jeff Daniels die Apple CEO Sculley speelt (hij is in werkelijkheid een magere Amerikaan). (meer…)

INTERNET-VERSLAVING

Reageer »
beleidDidactiekgeschiedenis Ict en onderwijsICTsocial mediawetenschap

Recent verscheen een onderzoeksrapport van het CBS. Een op de zes jongeren zou verslaafd zijn aan sociale media. Computerverslaving is niet nieuw. Onderstaande column van mij verscheen in 2005 in De Telegraaf. Gebaseerd op een bijdrage van John Bronkhorst en mij aan de publicatie getiteld Kinderen en adolescenten getiteld Computerverslaving (Bohn, Stafleu en van Loghum 2010). Veel van wat er staat is nog actueel, alleen de percentages zijn veranderd. Niet ten goede lijkt het. Onderaan deze tekst ook meer recente links met Amerikaanse sites. Het artikel uit de New Yorker kan ik aanbevelen  http://www.newyorker.com/science/maria-konnikova/internet-addiction-real-thing (meer…)