Categorie: besturen

Waarom OCW zo weinig van ICT weet

Reageer »
beleidbesturencodingDidactiekgeschiedenis Ict en onderwijsICTImplementatieInformaticaInnovatiekleine scholenkrimplerarenmulitmediaOverheid
Onderwijsminister Wim Deetman in 1987

Onderwijsminister Wim Deetman in 1987

Onlangs had ik een uitgebreid gesprek met oud-onderwijsminister Wim Deetman later o.a. voorzitter van de 2e kamer, burgemeester van Den Haag en lid van de Raad van State.
Het ging mij nu met name om de oertijd van computers in ons onderwijs.  Deet, zoals hij door velen werd genoemd, had ik al enkele keren eerder geïnterviewd, voor het eerst in 1987. Ik heb hem leren kennen als een slimme, wat stijve maar integere politicus, wars van enig populisme. Populariteit streefde hij niet na, ook niet bij zijn collega’s, maar hij bleef wel altijd loyaal. Het interview met hem uit ’87 had ik meegenomen. Deetman was toen nog een jonge veertiger. Het zien van die foto ontlokt een glimlach.  Hij behoorde zonder twijfel tot de minst populaire ministers. Dat gold trouwens niet alleen bij de werkenden in het onderwijs, maar ook binnen het kabinet was hij weinig populair. Minister-president Lubbers behoorde tot zijn weinige politieke vrienden.
Bezuinigen op lerarensalarissen maakt je niet populair, al zaten we dan economisch in zwaar weer. Ik kan me herinneren dat ik enkele honderden guldens per maand op mijn parttime lerarensalaris moest inleveren. Misschien achteraf een blessing in disguise, het dwong als me jonge vader naar andere wegen te zoeken. Die vond ik deels na 10 jaar lesgeven in de journalistiek. (meer…)

‘Pizzazzs’ of duurzaamheid

1 reactie
beleidbesturenImplementatielerarenLerenonderzoekOverheidProfessionaliseringtoetsen

Levin

Duurzaam verbeteren.
Belangrijke lessen uit Ontario

We kennen in het Nederlandse onderwijs allerlei competities met predicaten als top, excellent,  inspiratie, leraar van het jaar, de nieuwste school enzovoort. Daar is niks mis mee zolang maar niet de illusie bestaat dat ons onderwijs daar in de breedte veel mee opschiet.  Er moet meer gebeuren. We willen geen tweedeling tussen enkele hippe, moderne scholen (pizzazzs in onderwijsland) en de meerderheid die achteraan hobbelt.  De kernvraag is hoe bereik je brede duurzame verbetering bij de scholen?

In zijn boek How to Change 5000 schools. A practical and Positive Approach for Leading Change at Every Level. gaat auteur Ben Levin daar gedetailleerd op in. Levin is nuchter. Verandering kost tijd en het hele onderwijssysteem kan voor succes niet leunen op bijzondere mensen met goeie ideeën zoals Evers en Kneyber, waaraan we per definitie altijd een tekort hebben.  De opvallende, prachtige, nieuwe ideeën, (‘the pizzazz’s onthoud dat woord) zijn leuk maar de echte inspanning is het te laten werken. Ik werd op het boek attent gemaakt door een tweet van Pedro de Bruyckere. How to Change is een belangwekkend boek voor iedereen die zich bezighoudt met de verbetering van het (Nederlandse) onderwijs. Levin heeft zich als topambtenaar samen met Michael Fullan gedurende lange tijd ingezet voor de succesvolle verbetering van het onderwijs in Canadese staat Ontario. Ontario, met als hoofdstad Toronto, is interessant omdat het in omvang en onderwijssysteem (enigszins) vergelijkbaar is met Nederland (het telt13 miljoen inwoners met 5000 scholen maar is ruim 20x zo groot als Nederland). Het is ook sterk geürbaniseerd. Ontario kent het beroemde Ontario Institute for Studie in Education (OISE) waaraan ook Fullan was verbonden en dat ik enkele jaren geleden zelf bezocht.

 

Duurzaam verbeteren

Onder duurzame verbetering verstaat Levin een brede,  verbetering van de studieresultaten van leerlingen die standhoudt. Dan gaat niet alleen om rekenen/wiskunde en taal en de resultaten gemeten door tests. Het gaat er ook om de kloof in leerresultaten tussen de verschillen bevolkingsgroepen te verkleinen. Dat is voor ons zeer relevant. Kijk bij ons naar wie er op vmbo-scholen en havo-vwo scholen zitten.  (zie bijv. de factsheet Dienst Onderwijs en Onderzoek gemeente Amsterdam http://www.ois.amsterdam.nl/pdf/2010_factsheets_4.pdf .

Maar het gaat om meer.  Volgens Levin verander je alleen iets wanneer je dat doet op een zodanig wijze dat je docenten/onderwijsleiders, studenten en ouders moreel ondersteunt.  Het betekent dat je niet nog eens onevenredige extra inspanningen aan hen vraagt maar de kracht van de school en het systeem  versterkt en het vertrouwen van het publiek versterkt.
Sleutelwoorden bij dit alles zijn professionalisering (en mede daardoor capacity building), vertrouwen en ruimte scheppen voor de leerkracht. Het betekent niet dat alle testen verdwijnen, maar wel dat er anders mee wordt omgegaan. (meer…)

WHY SCRATCH IS BECOMING A SUCCES

Reageer »
~Maker movementbeleidbesturenblended learningcodingDidactiekfilosofiegeschiedenis Ict en onderwijsICTImplementatieInformaticaInnovatieOverheidroboticaStimulering STEM

scratchtekening
Lessons from Logo
There is much to be said for the Scratch programming language or one of the dialects such as Scatchjr, Sniff or Snaas becoming the standard coding language for education. What makes a language suitable for education? The simplest answer is: simplicity of use. But that is not enough. You should be able to see results quickly, sound and image (video or graphics) can be added, but there is more. During the opening night of the successful Scratch2015 conference in August 2015 in Amsterdam (nearly 300 participants from over 25 countries), there was a very interesting lecture by the guest of honour Cynthia Solomon on the prehistory of Logo.
Why now focus on Logo? If you want to know something of the Scratch backgrounds you arrive at Logo. The principles (‘philosophy’) and the objectives of Scratch are essentially those of Logo. When I was in 1986 in Cambridge (Mass.) visiting Logo developer Seymour Papert in the new MIT Medialab, I had mistakenly thought that they were still in the pioneering stage. The opposite is true. Cynthia Solomon was with Seymour Papert since the late 60s and 70s trying to develop on the basis of developing psychological principles of Piaget education using ICT for children. For the interview (in Dutch) with Papert see. https://www.learningfocus.nl/2014/02/25/1986-interview-met-seymour-papert-mindstorms/.
Solomon wrote together with Papert in 1971 a still interesting article titled Twenty Things To Do With A Computer. It was then when they introduced the first version of Logo. Compared with Scratch Logo it was not such a simple language.
Solomon discussed the concepts of constructivism vs. constructionism and took a moment out to the maker movement:
1. constructionism is makings things to make sense
2. constructivism is making sense without doing things
3. maker movement is making things without attention to making sense
Cynthia went a little too simplistic and that was not appreciated by the people from the maker movement who were in the audience. But there was some truth in. In maker education workshops it is not always sufficiently clear what the learning objectives are or what the link is with curriculum.
Solomon had wit her beautiful photos and video footage. We saw a young hippie-like figure with long hair and beard who gave explanations of demonstrations. That hippie was Seymour Papert years before he wrote his famous Mindstorms, Children, Computers and Powerful Ideas (1980).
The core of Papert’s ideas is that not the computer should be ‘in command’ but the students and therefor he developed his famous ‘turtle’ language Logo, using a ‘virtual’ and later  a ‘physical’ (toy) turtle that you  could program. How powerful Papert’s ideas are still is proven by the rise of Scratch.
The technological possibilities were 30 years ago compared to now very limited. Schools in USA used Atari’s and the first Apple computers. A graphical interface did not exist. Because of the addition of audio and video and many other features Scratch now becomes a beautiful example of the idea that it is not about learning to code but coding to learn (to use the words of keynote speaker Mitchel Resnick).
Mitch Resnick, which I met him in 1986 when he was still a MIT PhD. , agrees that the basic principles have not changed. He told me, laughing at Scratch2015 that people sometimes say, “Hey man what you claim said Seymour Papert already in the 80s.” Mitch agrees and finds that just great, it proves the power of the Logo / Scratch approach.
The Netherlands also experienced in the 80s and 90s, a small but lively Logo community. We had the LOGO Center in Nijmegen, the Netherlands. And yet LOGO never spread really wide. In the project Informatics of the SLO (National Institute for Curriculum Development), where I was part of the development group, there were two colleagues who were LOGO enthusiasts: Paul Jansen and Ries Kock.
But the government opted for fairly generic computer science goals and SLO-developed learning materials. They also chose the MS-DOS standard. Thereby Learning’s focus shifted from Learning to Use Using to Learn.
Why Logo was not broadly implemented
I do not intend to describe the history of Logo, how interesting it is, but try briefly to explain why Logo never really caught on in the (Dutch) education and why I think this will be different with Scratch. But first, why not then?
1. In the 80s the emphasis was on learning to use. There were only command-driven operating systems. The more DOS commands you knew by heart the better. Later in 1984 the Apple Macintosh was introduced.

2. Learning to use applications such as word processing, databases, spread sheets, and possibly programming in Basic predominated. The necessary hardware knowledge was part of the new Information Science curriculum.
3. Training of teachers in the secondary education (elementary was later join) was time consuming and only for three teachers per school accessible, content was difficult. The idea was that they would share there knowledge with colleagues but that didn’t happen often and moreover many teachers changed job and went to industry.

4. There was no World Wide Web to share material. Schools were only in the late ‘90s for the first time connected. Internet is now available in every school.
5. Each PC or laptop or tablet has now a multimedia Internet connection
6. The teaching was highly focused instruction
7. There was hardly a relation with the existing curriculum
8. There was no community

9. Computing science was not a mandatory subject.
Why is this the moment for Coding?
In the 80s and 90s, the focus was on working with computerized databases (databases) and application software. A major goal was the development of knowledge on automation of data and processes.
With the rise of internet early 90s and especially the World Wide Web with hyperlinks (1994), information retrieval became increasingly important.
– Our present time is characterized by its attention to the development of creative applications. Facebook, LinkedIn, Twitter etc. are all creative and highly successful examples of creative ideas who combine coding and internet. All kind of (educational) smartphones apps are developed. We have now days tools that lets kids create their own apps. To summarise we see that coding is becoming less something for nerds/ Learning to code is coding to create. It is cool.
– The role of the traditional linear curriculum is reduced. If we now look at Scratch, we see alongside the similarities in educational psychology and educational vision but there are also some clear differences with Logo. Scratch has an active community that shares material, scenarios, and ideas, etc. That was the case not in the Logo-years. Internet and social media enable this. The Logo adepts were often united in little esoteric groups and they sometimes behaved like members of a cult. Scratch users are now days much more pragmatic and say a bit of instruction is OK.
– We now see active forums where questions can be posted and one get almost instant answers. Developments in Dutch primary school and the new curriculum proposals for computer science in secondary education there is more  room for coding and Scratch in the curriculum. The present education secretary Sander Dekker (40 years) seems to have an open toward ICT and innovation.
– Scratch (unlike Logo) is free. It is easy to access and runs on many platforms. In particular, the community building makes Scratch increasingly helps to Scratch to become a de facto standard. It was developed by a prestigious institute (MIT Media Lab). It is also well maintained and it is open source. Scratch2015 organizer Joek Montfort can be satisfied. I think Scratch going to make it.

 

WAAROM SCRATCH ZAL AANSLAAN

2 reacties
beleidbesturencodingDidactieke-learninggeschiedenis Ict en onderwijsICTInformaticaInnovatieLeerplanontwikkelinglerarenLerenmultimediaProfessionaliseringPublicatiessocial media

Lessen van Logo

Er is veel voor te zeggen om de programmeertaal Scratch of een van de dialecten zoals Scatchjr, Sniff of Snap (voor heen BYOB) te gebruiken als de standaard codingtaal voor het onderwijs. BYOB bleek een niet zo geslaagde afkorting omdat deze afkorting bij feestjes in de VS vaak gebruikt wordt als Bring Your Own Booze (met dank aan Eelco Dijkstra).  Dus BYOB werd Snap.

Wat maakt een taal geschikt voor het onderwijs? Het simpelste antwoord is: eenvoud in gebruik. Maar dat is niet voldoende. Je moet snel resultaten kunnen zien, geluid en beeld (video of illustraties) kunnen invoeren, maar er is meer. Tijdens de openingsavond van de succesvolle Scratch2015 conferentie in augustus 2015 in Amsterdam (bijna 300 deelnemers uit meer dan 25 landen) was er een bijzonder interessante lezing van de eregast Cynthia Solomon over de oertijd van Logo.

Waarom nu aandacht voor Logo? Wie iets van de achtergronden van Scratch wil weten komt uit bij Logo. De uitgangspunten (de ‘filosofie’) en de doelstellingen van Scratch zijn in wezen die van Logo. Toen ik in 1986 een bezoek bracht aan Logo-ontwikkelaar Seymour Papert in het nieuwe MIT Medialab in Boston had ik ten onrechte het idee dat men nog in de pioniersfase was. Het tegendeel is waar, Cynthia Solomon was met Seymour Papert al vanaf eind jaren ‘60 en de jaren ’70 bezig op basis van ontwikkelingspsychologische principes van Piaget onderwijs met inzet van ICT te ontwikkelen voor kinderen. Zie voor het interview met Papert. https://www.learningfocus.nl/2014/02/25/1986-interview-met-seymour-papert-mindstorms/ .

Solomon schreef samen Papert in 1971 een nog steeds lezenswaardig artikel getiteld Twenty Things To Do With A Computer. Hier wordt ook de oerversie van Logo geïntroduceerd. Vergeleken met Scratch was Logo niet zo’n simpele taal als men deed voorkomen.  Solomon ging in op de begrippen constructivisme vs constructionism en haalde even uit naar de maker movement:

  1. constructionism is makings things to make sense
  2. constructivism is making sense without doing things
  3. maker movementis making things without attention to making sense

Cynthia ging wat kort door de bocht en deed mensen uit de maker movement daarmee tekort. Toch zat er een kern van waarheid in. In sommige workshops kennen toch wel een hoog erg fröbelgehalte zonder dat voldoende duidelijk wordt gemaakt wat er achter zit of wat de koppeling met curriculum is..
Solomon had mooi foto- en videomateriaal meegenomen. We zagen van een jonge hippie-achtige figuur met lang haar en baard die uitleg gaf bij demonstraties. Die hippie was Seymour Papert nog jaren voordat hij zijn beroemde Mindstorms , Children, Computers and Powerful Ideas (1980) schreef.

De kern van Papert’s ideeën is dat niet de computer ‘in command’ moet zijn maar de leerlingen en daartoe ontwikkelde hij zijn beroemde ‘turtle’ taal Logo, waarmee je de gang/bewegingen van een ‘virtuele’ en later ‘fysieke’ (speelgoed) schildpad kon programmeren. Hoe powerful Papert’s ideeën zijn blijkt nu uit  de opkomst van Scratch. (meer…)

MR van kleine school wint ook in hoger beroep

Reageer »
beleidbesturenInnovatiekleine scholenkrimpLeren

Weer won een MR van een kleine school een rechtszaak toen men zich verzette tegen de voorgenomen sluiting van de school door het overkoepelende bestuur. Eind mei berichtte ik over een hoger beroep dat de stichting Palludara, een Fries PO-schoolbestuur, had ingesteld bij de Ondernemingskamer in Amsterdam. Het bestuur wenste zich niet neer te leggen bij de uitspraak van de Landelijke Geschillen Commissie Wet Medezeggenschap Scholen (LGC). De MR van Mids de Marre, een kleine Jenaplanschool in Gaastmeer (die ik ook onderwijskundig mocht adviseren) stemde niet in met het fusievoorstel (de feitelijke sluiting van de kleine school) van het schoolbestuur. De LGC stelde de MR in het gelijk. Het bestuur had afspraken geschonden en was o.a. slordig opgesprongen met de fusie-effectrapportage. Daar wenste de bestuurder/directeur zich echter niet bij neer te leggen. Hij had het uiteraard allemaal prima gedaan. Het enige wat het bestuur nog als laatste mogelijkheid zag was in beroep gaan bij de Ondernemingskamer (die zich doorgaans bezig houdt met meningsverschillen in het bedrijfsleven, maar ja sommigen zien een school ook als een soort bedrijf). Weer moest onderwijsadvocaat Mr. Dik Berkhout namens de MR in het geweer komen. De rechters waren geduldig en scherp. Kern van het beroep was dat het bestuur vond dat de sluiting van de school een school overstijgende zaak was waar alleen de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) mee moest instemmen. De MR had geen bevoegdheid in dezen. Maar, vroeg een van de rechters: “waarom vroeg u dan toch instemming aan de MR als er al instemming was van de GMR terwijl u meende dat de MR daar verder geen instemmingsrecht over had”. Toen kwam er een prachtige understatement van de nerveuze directeur/bestuurder Joop Fortuin: “Ik wilde de MR meenemen in de nieuwe dynamiek”. Die nieuwe dynamiek had intussen gezorgd voor totaal verziekte verhoudingen tussen de ouders, bestuur, inwoners en deels ook de leerkrachten. Tienduizenden euro’s verder is het bestuur in laatste instantie uitgeprocedeerd. Wat een verspilling van onderwijs geld. Wat hadden er mooie innovatieve plannen ontwikkeld kunnen worden waardoor de kleine school gewoon, eventueel samen met de fusie kan school, kan blijven voortbestaan zonder dat persoonlijke verhoudingen zouden zijn geschaad. Voeg daarbij de advocaat en proceskosten en tel uit je winst. De ondernemerskamer toetste uitsluitend of de juridische procedure door LCG correct was gevolgd. Inhoudelijk liet ze zich niet uit over de bevoegdheden van de centrale MR van het overkoepelende bestuur vs de MR van Mids de Marre. Maar de rechters stelden dat als men meende dat de lokale MR geen bevoegdheid had in dezen men dat dat bij de LCG had moeten inbrengen. De LCG heeft juridisch correct gehandeld was het oordeel. In voorkomende gevallen maken MR’s ook weer goede kansen. Gelukkig zijn er genoeg wijze bestuurders die het niet zover laten komen.

Dilemma’s bij vernieuwing

Reageer »
beleidbesturenDidactiekICTInnovatielerarenLerennatuurkundeonderzoek

Wie het onderwijs wil vernieuwen heeft met een dilemma te maken. Daar moest ik aan denken bij het lezen van het blog van Larry Cuban (hoogleraar en auteur) over incrementele of fundamentele veranderingen in het onderwijs. De vraag is gebruik je je energie binnen het bestaande systeem en de school en wil je van daaruit veranderingen realiseren of zoek je het in het fundamenteel nieuwe. Je keuze heeft een persoonlijk, misschien moet je zelfs zeggen een politiek kant. Kies je bijvoorbeeld voor de “gewone” publieke openbare school of voor een nieuw gestichte school die door steun van draagkrachtige ouders en bedrijven kan worden gerealiseerd. Wil je dat de hele school op de schop gaat zoals onderwijskunstenaar Sjef Drummen met zijn Agora propageert (‘ik ben een kunstenaar en heb niet doorgeleerd’)? De verhalen over de dramatische gevolgen van interventies ambitieuze bestuurders die de hele zaak op de schop wilden zijn er legio van Purmerend tot Leeuwarden kennen we de voorbeelden. (meer…)

Truijens vs de Vijlder

Reageer »
beleidbesturencodingDidactiekInformaticaLeerplanontwikkelingOverheid

 

 

Aleid Truijens op de conferentie Kwaliteit in onderwijs

Aleid Truijens op de conferentie Kwaliteit in onderwijs

 Vonken in plaats van vinken

Met hoge verwachtingen keek ik uit naar een debat tijdens het congres  waaraan o.a. deelnamen Volkskrant columniste Aleid Truijens en lector en oud-OCW beleidsambtenaar Frans de Vijlder. De eind juni gehouden conferentie over Kwaliteit in onderwijs was een initiatief van onder meer Roel in ’t Veld, ooit als directeur-generaal hoger onderwijs de schrik van de universiteiten. De mensen die ooit aan de knoppen draaiden gaven nu ruimhartig toe dat de praktijk soms anders uitpakte dan de bedoeling was. Ook in ’t Veld verfoeide nu de overmaat aan regels waar hij zelf aan heeft bijgedragen.
Ik geniet vaak van de tegendraadse maar ook nuchtere opvattingen van Aleid Truijens over onderwijs. Over het algemeen zie je dat de meeste conferenties verzamelplaatsen zijn van gelijkgestemden. ‘Slechts tegenspraak brengt ons verder’ zei Joop den Uyl eens. Truijens en de Vijlder hadden secondanten meegenomen. Bij De Vijlder was dat o.a. Jacquelien Boerefijn. Zij is lerares biologie en zij-instromer. Truijens werd bijgestaan door ROC-docente Laura Polder en twee van haar studenten.  Boerefijn fulmineerde terecht tegen het feit dat de vrije ruimte van de docent alleen maar afnam door de regelzucht van de overheid en het schoolmanagement. Zij moet van haar directie van te voren inschatten wat het gemiddelde eindexamencijfer voor haar vak zou zijn. Dat doe je altijd fout. Valt het lager uit dan heb je het niet goed gedaan. Is het hoger dan waren je ambities te laag. Leraar wordt weleens het mooiste beroep ter wereld genoemd, maar  vreemd dat uiteindelijk na vijf jaar slechts 28% van de nieuwe leraren in het onderwijs blijft. Boerefijn geeft naast biologie ook nog gelukslessen op school.

Eigenlijk bleken beide sprekers het vooral eens te zijn.  In de groepjesdiscussie daarna waren er wel verschillen. Truijens legde vooral de nadruk op het belang van Bildung en bestreed de in haar ogen overdreven aandacht voor de digitalisering van het onderwijs. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Bildung. Ze maakte zich ook zorgen om de ik-cultuur op de scholen. Het gaat vooral om “What’s in it for me” en nauwelijks om “Wat kan ik later aan de maatschappij bijdragen”. Jammer dat Aleid Truijens een (schijn)tegenstelling creëerde tussen Bildung en het gebruik  van ICT. Truijens ziet ICT op school puur als hulpmiddel en gaat daarbij voorbij aan de inhoudelijke aspecten van ICT zoals computationeel denken (waaronder informatica, algoritmiseren en coding). Ze meent dat er in het onderwijs een tegenbeweging ontstaat waarbij men weer toe wil naar authentieke leerervaringen in de kunst, muziek, toneel, literatuur etc. Aleid wordt gesteund door een recent artikel in The Times Educational Supplement (TES) waarin wordt gepleit voor meer “Real world learning experiences”. https://www.tes.co.uk/news/school-news/breaking-views/pupils-need-a-break-virtual-reality-order-experience-real-world. Het gevaar dreigt volgens haar dat er een tweedeling komt en dit soort zaken nu weer iets alleen van de elite worden. Daar heeft ze misschien een punt.

Petra Polder, die Aleid Truijens secondeerde, had twee van haar studenten (Magalie en Ilaya) meegenomen. Petra is een jonge maatschappelijk werkster (jeugdzorg) en ROC-docente. Ze is niet van “lesgeven is een roeping” maar wel van “lesgeven is mijn passie”. Petra combineert de harde praktijk met lesgeven op een ROC. Het was duidelijk dat Magalie en Ylaya met haar wegliepen. Ook op de ROC zien we dat de regelzucht steeds verder doordringt. Petra hield een fraai betoog over minder aanvinken. Zelf dacht ik dat de competentiegekte, waarover ik in 2001 schreef, over zijn hoogtepunt heen was. Het tegendeel blijkt waar. Het is alleen maar erger geworden. Assesment van studenten betekent vooral lange lijsten met competenties afvinken. Een jonge docente op een hbo facility-managementopleiding wordt er niet goed van. Zij hield een pleidooi voor minder vinken en meer vonken in het onderwijs. Het gaat niet louter om afvinken maar ook om professionaliteit (‘het timmermansoog’) en vertrouwen, stelde zij. Dit illustreerde zij op indrukwekkende wijze met de recent bij haar geconstateerde borstkanker en de manier waarop haar specialist een behandelingsvoorstel opstelde.

Er waren ook bizarre sessies, waarin we blikken in de toekomst moesten werpen. Wist u dat we iemands geheugen al op een chip kunnen zetten? Dat stelde een van de sessieleiders. Maar dat kunnen we al eeuwen dacht ik. Noemen we dat niet een boek schrijven en lezen. Maar stelde hij ons gerust, omgekeerd kan het nog niet. Toen iemand de betrouwbaarheid van Wikiwijs vergelijk met die van de Encyclopedia Britannica vroeg de presentator wat dat laatste is. Hier valt nog veel Bildungswerk te verrichten.

 

Over besturen, sluiting en kleine scholen

1 reactie
beleidbesturenInnovatiekleine scholenkrimpOverheid
't klaverblad Drimmelen

‘t Klaverblad Drimmelen

Hoe het ook kan en hoe het niet moet
Een boeiende week met veel contrasten. Zo mocht ik een presentatie geven op obs ’t Klaverblad een heel kleine school in Drimmelen. Mijn presentatie die avond ging over onderwijs op kleine scholen en dat het met de kwaliteit doorgaans goed zit. Het ging ook over samenwerken met andere (kleine) scholen en de mogelijkheden die ICT biedt. Eerst dan maar het goede nieuws. De aanwezigen waren ouders, leerkrachten en collega’s van andere scholen uit de buurt, een bevlogen directeur/bestuurder en bewoners uit deze kleine kern onder aan de Biesbosch. Wat de aanwezigen gemeen hadden was een grote mate van betrokkenheid bij de school. Geweldig om weer te mogen ervaren wat een belangrijke rol een school inneemt in een kleine gemeenschap. Het was ook die gemeenschap die pal stond voor het behoud van de school, ook al heeft die op dit moment minder dan 23 leerlingen. De meediscussiërende directeur-bestuurder Ad Goossens stelde dat de school zonder die inspanning niet open was gebleven. De school werkt met moderne technologie en experimenteert o.a. met Ipads. Men is samen met een orthopedisch chirurg, een fysiotherapeut en de Radbout Universiteit een pilot-onderzoek gestart naar de effecten van schrijven op de Ipad voor de fijne motoriek. Het is o.a. deze laboratoriumfunctie voor de andere zestien scholen waarmee ’t voorbestaan van ’t Klaverblad is gelegitimeerd stelde de bestuurder Ad Goossens. Mocht het uiteindelijk niet lukken als zelfstandige school dan is er nog een plan B waarmee de school een dependance wordt van een grotere naburige school.
“Meenemen in de nieuwe dynamiek”
Het was een fijne avond met enthousiaste reacties en met een goed gevoel reed ik in mijn auto huiswaarts. Zo kan het dus ook, maar dan nu het contrast. Een zitting van de ondernemingskamer in het witte, marmeren nieuwe Paleis van Justitie aan het Amsterdamse IJ.
De stichting Palludara, een Fries PO-schoolbestuur, wenste zich niet neer te leggen bij de uitspraak van de Landelijke Geschillen Commissie Wet Medezeggenschap Scholen (LGC WMS). De MR van Mids de Marre een kleine school (die ik ook onderwijskundig mocht adviseren) stemde niet in met het fusievoorstel (de feitelijke sluiting van de kleine school) van het bestuur. De LGC WMS stelde de MR in het gelijk.  Het bestuur had afspraken, geschonden en was o.a. slordig opgesprongen met de fusie-effectrapportage.
Daar wenste de bestuurder/directeur zich niet bij neer te leggen. Hij had het uiteraard allemaal prima gedaan. Het enige wat het bestuur nog als mogelijkheid zag was in beroep gaan bij de Ondernemingskamer (die zich doorgaans bezig houdt met meningsverschillen in het bedrijfsleven, maar ja sommigen zien een school ook als een soort bedrijf).
De rechters waren geduldig en scherp.  Kern van het beroep was dat het bestuur vond dat de sluiting van de school een school overstijgende zaak was waar alleen de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) over moest instemmen. De MR had geen bevoegdheid in dezen. Maar, vroeg een van de rechters: “waarom vroeg u dan toch instemming aan de MR als er al instemming was van de GMR terwijl u meende dat de MR daar verder geen instemmingsrecht over had”. Toen kwam er een prachtige understatement van de nerveuze directeur/bestuurder  Joop Fortuin: “Ik wilde de MR meenemen in de nieuwe dynamiek”. Die nieuwe dynamiek had intussen gezorgd voor totaal verziekte verhoudingen tussen de ouders, bestuur, inwoners en deels ook de leerkrachten. Voeg daarbij de advocaat en proceskosten en tel uit je winst.
De uitspraak van het gerecht kan overigens verstrekkende gevolgen hebben voor MR’s van kleine scholen. Over acht weken uitspraak. Interessant die datum want het bestuur wil de school al per 1 augustus a.s. opheffen. Dat meningsverschillen zo uit de hand kunnen lopen. Ik fietste na de zitting ditmaal met een slecht gevoel naar huis.

 

Over het CodePact

Reageer »
beleidbesturencodingICTInformaticaInnovatieLeerplanontwikkelinglerarenProfessionalisering

leerlingen van de Ontplooiing

Programmeervouchers voor de digitale rugzak

Een aantal organisaties en commerciële bedrijven heeft de koppen bij elkaar gestoken om programmeren in het (basis)onderwijs te stimuleren. Ze ondertekenden een CodePact. Daar is niks mis mee. Integendeel aandacht voor ‘coding’ (maar liever ook wat breder gezien als “computanional thinking’) is een goede zaak. StartupDelta, met Neelie Kroes als speciale gezant, is initiatiefnemer van het nationaal CodePact. Maar voor het beginnen van een startup, is ‘coding’ an sich niet waar het om gaat. Dan hebben we het juist over een combi van problem-solving, creativiteit, algoritmisch denken, ondernemerschap en programmeren. (meer…)

Sander Dekker’s brief over de dorpsscholen

Reageer »
beleidbesturenInnovatiekleine scholenkrimp

Zit het venijn van de Dorpsscholenbrief  van Sander Dekker(SD) in de staart?  Als je zijn brief begint te lezen denk je: dat ziet er aardig uit, maar het lijkt op einde tegen te vallen.
SD stelt dat hij de positie van de ouders wil versterken, maar hij komt met vage procedurele beloften in de toekomst. Hij richt zich in het begin vooral op de noodzaak dat een MR de achterban ook daadwerkelijk raadpleegt. (Is dit een ernstig probleem?)
SD: “Ik wil de positie van ouders versterken, door zo snel mogelijk in de Wet Medezeggenschap Scholen op te nemen dat de leden van de MR bij advies over sluiting of bij een verzoek om instemming over fusie of overdracht van een school, altijd eerst de achterban moeten raadplegen. Een verplichting om een voorgenomen fusie een jaar voor de sluiting te melden, wil ik daar niet aan toevoegen, omdat een harde termijn ongewenst belemmerend kan zijn.” (meer…)