Waarom OCW zo weinig van ICT weet

Onderwijsminister Wim Deetman in 1987

Onderwijsminister Wim Deetman in 1987

Onlangs had ik een uitgebreid gesprek met oud-onderwijsminister Wim Deetman later o.a. voorzitter van de 2e kamer, burgemeester van Den Haag en lid van de Raad van State.
Het ging mij nu met name om de oertijd van computers in ons onderwijs.  Deet, zoals hij door velen werd genoemd, had ik al enkele keren eerder geïnterviewd, voor het eerst in 1987. Ik heb hem leren kennen als een slimme, wat stijve maar integere politicus, wars van enig populisme. Populariteit streefde hij niet na, ook niet bij zijn collega’s, maar hij bleef wel altijd loyaal. Het interview met hem uit ’87 had ik meegenomen. Deetman was toen nog een jonge veertiger. Het zien van die foto ontlokt een glimlach.  Hij behoorde zonder twijfel tot de minst populaire ministers. Dat gold trouwens niet alleen bij de werkenden in het onderwijs, maar ook binnen het kabinet was hij weinig populair. Minister-president Lubbers behoorde tot zijn weinige politieke vrienden.
Bezuinigen op lerarensalarissen maakt je niet populair, al zaten we dan economisch in zwaar weer. Ik kan me herinneren dat ik enkele honderden guldens per maand op mijn parttime lerarensalaris moest inleveren. Misschien achteraf een blessing in disguise, het dwong als me jonge vader naar andere wegen te zoeken. Die vond ik deels na 10 jaar lesgeven in de journalistiek.
Even komt nog de HOS-nota ter sprake, waardoor beginnende leraren nog minder gingen verdienen dan hun oudere collega’s. Het leidde tot een lerarenstaking waarbij ik in mijn school mede actief was. Overigens merkt Deetman fijntjes op dat hij toen al de handtekening van de vakbonden op zak had. Hij moest net zoals andere ministers bezuinigen en dat kon hij alleen maar op de salarissen. De keuze was of alle leraren aanpakken of vooral de startende leraar. Hij koos voor de jongste groep want die hadden doorgaans nog geen kinderen en hypotheken n hun hele leven nog voor zich. Uiteindelijk zouden met hetzelfde salaris eindigen als hun  oudere collega’s.
Deetman spaarde de bezuinigingen op en financierde daarmee uiteindelijk een deel van de computers voor het voortgezet, beroeps- en hoger onderwijs. De opmerking dat leraren toen uiteindelijk voor de ICT-investeringen hadden betaald is dus juist. Maar het was bij lange na niet voldoende. Er was zoals IBM had berekend 1,5 miljard gulden nodig terwijl er 300 miljoen voor vier jaar beschikbaar was. Het bedrijfsleven (Philips en IBM), dat al aan de bel had getrokken, moest dus bijspringen, hetgeen ook gebeurde. Noemt men dat geen sigaar uit eigen doos?

We bespreken de huidige ICT-ontwikkelingen in onderwijsland. Deetman vindt het onbegrijpelijk dat de overheid zich niet inspant voor de aanleg van een landelijk glasvezel net.  Wat voor een mogelijkheden kan dat niet bieden voor ouderen, de gezondheidszorg en het onderwijs. Inderdaad ook voor kleine scholen in de krimpgebieden.

Ik geef aan dat het me opvalt hoe weinig kennis er nog is bij OCW als het gaat om onderwijs en ICT. Deetman beaamt dat.  Het verbaasde hem vaak hoe inhoudelijk zwak stukken die men voor advies bij de Raad van State van OCW ontving, soms waren. Men wist vaak van toeten noch blazen. Hij geeft een verklaring. In de tijd van zijn voorganger minister van Kemenade was het departement groot opgetuigd met veel directoraten en aan het hoofd ambtenaren met inhoudelijke kennis en betrokkenheid. Dat heeft Deetman in stand gehouden en het zorgde mede voor inhoudelijk en bestuurlijk prima mensen zoals Koos van Deursen en Leon Henkens (ze leiden de projectstaf onderwijs en informatietechnologie van OCW). De opvolger van Deetman, minister Ritzen reorganiseerde het departement ingrijpend. Enkele honderden medewerkers werden de laan uitgestuurd. Inhoudelijke kennis? Liever niet, men had liever algemene managers. En zo geschiedde. Laatst zag ik overigens voor het eerst een inhoudelijke ICT-onderwijs advertentie voor OCW.  En onderwijs 2032? Volgens Deetman zit er wel een hype-aspect bij, maar het is niet slecht om wat verder vooruit te kijken, voor wat het waard is. Ik vraag hem of hij de vergelijking met de rijnaak nog herinnert die hij maakte in het interview uit 1987, toen het ging over het verwijt dat hij geen lange termijnvisie had. Hij kan het zich nog goed herinneren: “Ja lange termijn visie, als je een rijnaak hebt dan stuur je toch wel gegeven de meest nabij gelegen bocht. Heb je die bocht genomen dan komt de vraag aan de orde: Hoe gaat het nu verder? (Computers op School oktober 1987, p.2).

Coding/programmeren/computanional thinking is de in feite de meest nabije bocht die Sander Dekker en Bussemaker eerst nog moet nemen. Probleem is alleen dat ze hem nog niet hebben gezien. Als dat maar goed gaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *