MR van kleine school wint ook in hoger beroep

Weer won een MR van een kleine school een rechtszaak toen men zich verzette tegen de voorgenomen sluiting van de school door het overkoepelende bestuur. Eind mei berichtte ik over een hoger beroep dat de stichting Palludara, een Fries PO-schoolbestuur, had ingesteld bij de Ondernemingskamer in Amsterdam. Het bestuur wenste zich niet neer te leggen bij de uitspraak van de Landelijke Geschillen Commissie Wet Medezeggenschap Scholen (LGC). De MR van Mids de Marre, een kleine Jenaplanschool in Gaastmeer (die ik ook onderwijskundig mocht adviseren) stemde niet in met het fusievoorstel (de feitelijke sluiting van de kleine school) van het schoolbestuur. De LGC stelde de MR in het gelijk. Het bestuur had afspraken geschonden en was o.a. slordig opgesprongen met de fusie-effectrapportage. Daar wenste de bestuurder/directeur zich echter niet bij neer te leggen. Hij had het uiteraard allemaal prima gedaan. Het enige wat het bestuur nog als laatste mogelijkheid zag was in beroep gaan bij de Ondernemingskamer (die zich doorgaans bezig houdt met meningsverschillen in het bedrijfsleven, maar ja sommigen zien een school ook als een soort bedrijf). Weer moest onderwijsadvocaat Mr. Dik Berkhout namens de MR in het geweer komen. De rechters waren geduldig en scherp. Kern van het beroep was dat het bestuur vond dat de sluiting van de school een school overstijgende zaak was waar alleen de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) mee moest instemmen. De MR had geen bevoegdheid in dezen. Maar, vroeg een van de rechters: “waarom vroeg u dan toch instemming aan de MR als er al instemming was van de GMR terwijl u meende dat de MR daar verder geen instemmingsrecht over had”. Toen kwam er een prachtige understatement van de nerveuze directeur/bestuurder Joop Fortuin: “Ik wilde de MR meenemen in de nieuwe dynamiek”. Die nieuwe dynamiek had intussen gezorgd voor totaal verziekte verhoudingen tussen de ouders, bestuur, inwoners en deels ook de leerkrachten. Tienduizenden euro’s verder is het bestuur in laatste instantie uitgeprocedeerd. Wat een verspilling van onderwijs geld. Wat hadden er mooie innovatieve plannen ontwikkeld kunnen worden waardoor de kleine school gewoon, eventueel samen met de fusie kan school, kan blijven voortbestaan zonder dat persoonlijke verhoudingen zouden zijn geschaad. Voeg daarbij de advocaat en proceskosten en tel uit je winst. De ondernemerskamer toetste uitsluitend of de juridische procedure door LCG correct was gevolgd. Inhoudelijk liet ze zich niet uit over de bevoegdheden van de centrale MR van het overkoepelende bestuur vs de MR van Mids de Marre. Maar de rechters stelden dat als men meende dat de lokale MR geen bevoegdheid had in dezen men dat dat bij de LCG had moeten inbrengen. De LCG heeft juridisch correct gehandeld was het oordeel. In voorkomende gevallen maken MR’s ook weer goede kansen. Gelukkig zijn er genoeg wijze bestuurders die het niet zover laten komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *