Sander Dekker’s brief over de dorpsscholen

Zit het venijn van de Dorpsscholenbrief  van Sander Dekker(SD) in de staart?  Als je zijn brief begint te lezen denk je: dat ziet er aardig uit, maar het lijkt op einde tegen te vallen.
SD stelt dat hij de positie van de ouders wil versterken, maar hij komt met vage procedurele beloften in de toekomst. Hij richt zich in het begin vooral op de noodzaak dat een MR de achterban ook daadwerkelijk raadpleegt. (Is dit een ernstig probleem?)
SD: “Ik wil de positie van ouders versterken, door zo snel mogelijk in de Wet Medezeggenschap Scholen op te nemen dat de leden van de MR bij advies over sluiting of bij een verzoek om instemming over fusie of overdracht van een school, altijd eerst de achterban moeten raadplegen. Een verplichting om een voorgenomen fusie een jaar voor de sluiting te melden, wil ik daar niet aan toevoegen, omdat een harde termijn ongewenst belemmerend kan zijn.”

Waarom is een harde termijn belemmerend? Lijkt me juist wel zo duidelijk voor met name de ouders.

SD: “Door deze procedure goed te beschrijven en te publiceren, krijgen ouders binnen Wet Medezeggenschap Scholen een sterkere positie. Daarom zal ik samen met de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS en de sectorraden komen met een procedurebeschrijving voor het aandragen van alternatieven voor de sluiting of een fusie van een school, in samenhang met een negatief advies over de sluiting, of het onthouden van instemming met de fusie van een school.” Hoe e.e.a. in de praktijk gaat uitwerken en wat de status is helemaal de vraag. De procedureschets zal naar verwachting in september 2015 publiek worden gemaakt.

Het blijft allemaal vaag en de genoemde meedenkende sectorraden vertegenwoordigen vooral schoolbesturen. Mogen ouders ook meedenken? Maar wat is uiteindelijk de status van die voorstellen? Als het bestuur niet wil lijkt het einde oefening zoals we op het eidn van de brief van SD zullen zien.

Ik heb altijd betoogd dat pro-actief goede Smart-plannen maken, eventueel samen met andere scholen en liefst met het bestuur , sterk valt aan te bevelen. SD noemt die mogelijkheid ook. De kleine krimpscholen  (SD heeft het zelf over dorpsscholen, wat ik wat al te nostalgisch vind klinken, het doet me denken aan Het Dorp van Wim Sonneveld) hebben bij uitstek de kans om te innoveren en Smart ICT in te zetten. Krimp biedt werkelijk kansen.

Wat opvalt is dat SD de school uiteindelijk als ‘eigendom’ beschouwt van het bestuur en dat de positie van de ouders er bekaaid afkomt. SD haalt er uiteindelijk de grondwet bij. Ja het bestuur is eindverantwoordelijk maar veel besturen hebben gelukkig ook ouders opgenomen door middel van een kwaliteitszetel. Maar ook nog heel veel scholen hebben besturen die al decennia via coöptatie zijn totstandgekomen.

Soms zeggen ouders en betrokkenen: wij nemen de school wel over. Nou vergeet het maar. Klinkt mooi, maar:
SD:“Het is aan het schoolbestuur om een (gegrond en onderbouwd) initiatief tot overdracht van een school aan een ander bestuur een kans te geven”.
De  mogelijkheid om met hun medewerking een school bij een ander bestuur onder te brengen is daardoor problematisch.
SD:”Het kan voorkomen dat ouders van de school een ander bestuur bereid vinden om de school open te houden. Het NCOR concludeert dat het bestuur van de school niet kan worden gedwongen hieraan mee te werken.

SD: “Het mogelijk maken van een beroep bij de Landelijke Commissie Geschillen op de afwijzing van een voorstel leidt er toe dat er geen sprake meer is van medezeggenschap, maar van medebestuur. Dat zou de eenduidige verantwoordelijkheid van het bestuur voor bijvoorbeeld de kwaliteit van het onderwijs, het personeelsbeleid, of het financieel beleid op losse schroeven zetten en op gespannen voet staan met de Grondwet. “

Conclusie

Om te voorkomen dat medezeggenschap verandert in medebestuur, kom ik niet met een voorstel om een initiatief van de medezeggenschapsraad ontvankelijk te maken als geschil.”

Dus uiteindelijk lijkt de school van een bestuur en niet van de ouders.  Op het eind van de rit staan de ouders bij een zogenaamde opting-out met lege handen. Er zijn prima besturen die echt meedenken en die de ouders serieus nemen maar ik ben tijdens mijn lezingen over krimp zeer sterk bestuurlijke ego’s tegen gekomen. Een voorzitter van een groot schoolbestuur op een Zuid-Hollandseiland zei me vol trots dat hij zich van de mening van ouders niets aantrekt. Hij had met behulp van een leerkracht van een school van zijn scholen een Ipadschool gemaakt wat uiteindelijk veel leerlingen kostte. En passant meldde hij ook nog dat hij veel van beleid wist want hij werkte op het Ministerie van Onderwijs.
Dat een nevenvestiging niet meer tot dezelfde richting hoeft te behoren lijkt me wel een winstpunt en kan mogelijkheden bieden. Bij dit alles moet een bestuur wel een welwillende grondhouding hebben. Overigens ter vermijding van misverstanden nogmaals: die goede besturen zijn er natuurlijk gelukkig ook. De problemen ontstaan juist bij die besturen die ouders en betrokkenen uit een krimpkern voor een voldongen feit stellen.
Hoe dit gaat aflopen hangt af van de beschrijving en eisen die worden  gesteld aan de procedures waaruit moet blijken dat een bestuur reëel naar voorstellen van de ouders heeft gekeken. Deze moeten komende maand september worden bekendgemaakt. Dan zal blijken of de ouders werkelijk meer invloed hebben gekregen.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *