Coding/programmeren op School

 

Er is enige tijd geleden wat reuring rond het onderwerp programmeren op school. Aanleiding was een kritische column van Aleid Truyens in de Volkskrant. Ik ga niet in op de kop van de column: Eerst onderzoek en dan gebruik. Er is de afgelopen decennia al veel onderzoek gedaan en kort door de bocht is de conclusie dat wanneer ICT is ingebed in de eigen visie en manier van werken er wel degelijk sprake is van een positief effect op onderwijsleerprocessen. Dit is allemaal keurig gedocumenteerd in het werk van Alfon ten Brummelhuis van Kennisnet.
Internationaal gebruikt men de term coding. Coding is voor mij een pars pro toto voor algoritmiseren, programmeren en de theorie die daarbij hoort. Coding op de basisschool nu al verplichten is onzin, al was het alleen al om de onmogelijkheid daar nu leraren voor op te leiden. Maar er zijn genoeg basisschoolleerlingen die coding heerlijk vinden en zo hun eigen apps maken. Vraag maar aan Pauline Maas die veel op basisscholen doet. We zien een aantal interessante en succesvolle initiatieven zoals Codekinderen (Pauline Maas), Coderdojo’s, Scratch (Joek van Montfoort), en robotica/robocupjunior (Peter van Lith en  Martin Klomp). Vooral mee doorgaan.
Het gaat niet zozeer om programmeren sec maar aan wat eraan vooraf gaat: het algoritmiseren. Dat betekent een probleem in logische (Boleaanse) stappen analyseren en oplossen zodat er een programma voor geschreven kan worden.  Een algoritme is te vergelijken met een goed kookrecept.  Je hebt bepaalde ingrediënten nodig en moet een aantal logische stappen zetten voor je een gerecht op tafel kan zetten. Het is ook belangrijk te weten dat niet alle uitdagingen/problemen door een computer zijn op te lossen.   Niet alle problemen zijn berekenbaar heeft de geniale wiskundige Gödel ons geleerd.
De hbs, opgericht door Thorbecke in 1863, ontstond naast het bestaande gymnasium omdat de industriële revolutie vroeg om chemici, wiskundigen en natuurkundigen, maar ook mensen die handelscorrespondentie konden voeren in de talen van de landen waarmee we handelden. De hbs gaf geen toegang tot de universiteit zoals het  deftige gymnasium, maar was wel de kraamkamer voor onze grote natuurkundigen.  Nobelprijswinnaars als Lorenz (door Einstein beschouwd als zijn wetenschappelijke vader) moest speciale toestemming krijgen om toegelaten te worden tot de universiteit. Is het zo raar om het curriculum in het VO onder de loep te nemen?
In het decembernummer van het tijdschrift Van Twaalf tot Achttien heb ik beschreven hoe het Nederlandse voortgezet onderwijs achter loopt bij andere landen als het gaat om informatica-onderwijs. Daar ondervinden wij steeds meer economisch nadeel van. Te weinig scholieren kiezen voor harde bètastudies (waar informatica tegenwoordig een substantieel onderdeel van uitmaakt). Nederlandse multinationals huren werknemers in uit Azië en overwegen zelf hun researchcentra en hoofdkantoren op termijn te verplaatsen.

Voor een inspirerend video op Youtube zie:

https://www.youtube.com/watch?v=Gjc6UX-BFks

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.