30 jaar ICT in het onderwijs

DSC07296

Het slechte en het goede nieuws

Deze tekst is gebaseerd op mijn lezing gegeven op de Nationale OnderwijsTentoonstelling (NOT) van 27 – 31 januari 2015

“In vijf tot tien jaar moeten alle leerlingen zijn onderwezen in de mogelijkheden van de computer voor beroep, deelname aan de maatschappij en persoonlijke ontplooiing”. Men zou kunnen denken dat dit een recente politieke doelstelling is.  Niets daarvan. Het gaat om het onderwijsdeel van het Informatica Stimuleringsplan. De tekst komt uit een schrijven uit 1984 van minister Deetman aan de tweede kamer en werd geciteerd door Joke Voogt bij haar oratie als bijzonder hoogleraar ICT en curriculum (UvA) in november 2014.

Of deze doelstelling anno 2015 is gehaald, valt te betwijfelen.  Het duurt allemaal een beetje langer. Misschien was de doelstelling te hoog gegrepen, misschien zijn de maatschappij en de technologie te snel veranderd. Of is er iets anders aan de hand? Zijn er miljarden uitgegeven aan plannen die achteraf niet zo succesvol bleken? En hoe staan we er nu voor? Wat dat laatste betreft is er zowel slecht nieuws als goed nieuws. Eerst maar het slechte nieuws:

  • De kennis van de meerderheid van leraren voortgezet onderwijs (VO), middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en lerarenopleiders van educatief/didactisch ICT-gebruik is nog onvoldoende.
  • De status van informatica in het voortgezet onderwijs (VO) is niet best.  Het schoolvak In de eerste jaren van het VO verdwijnt Informatiekunde langzaam.
  • Informatica is  als vak in de bovenbouw van het VO is nog steeds vrijblijvend en de kwaliteit zwak.
  •  Er is in 2016 alleen sprake van vernieuwing van de kerndoelen informatica.
  •  We zien geen curriculumontwikkeling rond informatica in basisonderwijs (Bao) en vo in tegenstelling tot de UK, Zwitserland, Italië, Oostenrijk.
  •  Behalve bij D’66 ontbreek in de politiek de belangstelling voor informatica / computational thinking / coding.

Maar er is ook goed nieuws:

  • We zien een nieuw elan bij de huidige generatie leraren, die is opgegroeid met ICT
  • Er is een beweging gaande die de rol van de docent weer centraal stelt enaf wil van de afrekencultuur in het onderwijs.  Zie het succes van het boek Het Alternatief van Jelmer Evers en René Kneyber.
  • Ed Fab en de Maker movement zijn in het Nederlandse onderwijs in opkomst.  Het gaat om een beweging waarbij leerlingen binnen en buiten school met gebruikmaking van moderne technologie (3D-printers, lasercutters, goedkope computers als Raspberry Pi en Ardino) zelf van alles maken en uitvinden. Maken is begrijpen is het motto.
  •  Er is nu ook in Nederland steeds meer interesse voor programmeren/coding door kinderen (we kennen de Codekinderen, Scratch en de Codedojo’s). Er worden, vooral buiten het traditionele onderwijs of incidenteel op school, workshops gegeven.
  •  De interesse voor robotica neemt toe. Nederland organiseerde in 2013 World Robocup jr.  Steeds meer scholen doen mee aan de Nederlandse Robocup en de  First Lego League.
  • Techniek krijgt een serieuze plek in het basisonderwijs. Met name ook op de lerarenopleiding.
  • De KNAW (Koninklijke Academie voor Wetenschappen) heeft zich in een rapport sterk gemaakt voor wat men noemt Digitale geletterdheid. Gepleit wordt voor de invoering van een verplicht nieuw vak Informatie en communicatie in de bovenbouw van het VO waarbij de focus ligt op computational skills.
  • Uitgevers lijken nu serieus werk te maken van het ontwikkelen van educatieve content. Voor het PO zijn er prachtige voorbeelden als Rekentuin en Taaltuin. Adaptieve programma’s die gepersonaliseerd leren mogelijk maken.

 

Van ‘Learning to use’ naar ‘Using to learn’

Kijken we terug  naar de afgelopen 30-40 jaar dan zien we dat er, voorafgegaan door een pioniers- en hobbyperiode, in 1984 voor het eerste sprake van plannen voor een brede introductie van IT. Eerst in het voortgezet onderwijs (VO) en daarna vanaf 1990 in het primair onderwijs (PO). Het ging tot het begin van de jaren ’90 vooral om het leren werken met de commando gestuurde MS-DOS computers ‘Learning to use” dus. Na de introductie van Windows 3.0. , begin jaren ’90 is er voor het eerst sprake van een grafische interface op de Nederlandse scholen. Bij de verbreding naar het de basisscholen werd Windows 3.0 de standaard. Uitgezonderd die kleine groep van scholen die de Apple Macintosh gebruikte. Bill Gates kwam special naar Nederland om het contract voor het gebruik van Windows 3.0 met staatssecretaris Wallage te ondertekenen. Nederland werd daarmee een van de eerste landen waarin het funderend onderwijs Windows 3.0 als standaard nam.
Er waren weinig programma’s voor Computer Ondersteund Onderwijs (COO). De meeste programma’s hadden een zogenoemd ‘Practice and drill’ karakter. Men ziet  ‘Practice and drill’  programma’s, vaak ik in een ‘edutainment-jasje’ gestoken, nu weer terug bij veel Ipadscholen.

De opzet van de (na)scholing van docenten bleek met 3 docenten per VO-school in de jaren ’90 weinig succesvol. Daardoor kon er geen gezonde markt voor educatieve software ontstaan en hadden de educatieve uitgevers weinig animo om veel in software-ontwikkeling te investeren.  Stimuleringsprogramma’s voor publieke-private samenwerking bereikten niet hun doel: het ontstaan van een gezonde markt voor educatieve software.

In de VS ontstond er begin jaren ’80 een onderwijsbeweging waarbij de leerling ‘in control’ is als hij de PC gebruikt en niet omgekeerd. Seymour Papert, hoogleraar aan het nieuwe Medialab van het MIT, ontwikkelde de educatieve programmeertaal Logo en publiceerde het boek Mindstorms, Children, Computers and Powerful Ideas (1980).
Ofschoon de Logo-beweging ook in Nederland volgers had, is Logo hier nooit echt aangeslagen. Inmiddels wordt Papert beschouwd als de geestelijke vader van een succesvolle recente beweging waarbij zelf iets ‘maken’ met behulp van technologie een centrale rol speelt: Maker Education  beweging. Ook programmeren  (‘coding’) is terug van weggeweest. De leerling wordt van consument nu producent. Het adagium van MIT-medialab Prof.Mitchel Resnick luidt dan ook: “Luisteren is vergeten, zien is onthouden, maken is begrijpen.”

Informatica is wel ICT, maar ICT is geen informatica.  Vanaf de tweede helft van de jaren ’90 zien we vooral een stagnatie in het gebruik van ICT in het voortgezet onderwijs. Jongeren gebruiken zelf veel ICT, van internet tot smartphones, maar dat is iets anders dan leren met en leren over. In de basisschool zien we in de eerste jaren van de 21e eeuw nog een redelijke groei van gebruik. In het voortgezet onderwijs is sprake van stagnatie. In 1997 gebruikte slechts 8% van de docenten wekelijks de computer als leermiddel in hun lessen. We zien na een zeer gestage groei zelfs in 2004 nog een terugval. Tien jaar later is het percentage van educatief gebruik gestegen tot ca. 30%. Een op de drie docenten gebruikt ICT regelmatig in zijn lessen. Uit de laatste gegevens van 2013 kan men opmaken dat bijna de helft van leraren in de basisschool de computer gebruikt regelmatig inzet (minsten 10 uur per week) als leermiddel. Er zijn inmiddels bruikbare adaptieve programma’s ontwikkeld als rekentuin en taaltuin die zich aanpassen aan het niveau van de leerlingen. Hierbij een aantal conclusies en lessen die we kunnen trekken uit de afgelopen drie decennia:

  • De professionalisering van docenten heeft in het PO, VO en de lerarenopleidingen is mislukt.
  • Het ontbrak in het VO aan formele integratie van ICT in de vakken (het curriculum).  Uitzondering vormt de fysische informatica dat in het vak natuurkunde een formele plek heeft gekregen. Daar zien we dan ook dat ICT al decennia met succes wordt gebruikt door leraren.
  •  De toenemende werkdruk bij docenten door de afrekencultuur (meer toetsen, verslagen, rapportages etc.) draagt niet bij tot scholing en professionalisering. Men wil wel maar de tijd ontbreekt.
  • Door deze ontwikkelingen ontstond geen gezonde markt voor educatieve uitgevers en investeerden educatieve uitgevers tot voor enkele jaren geleden nauwelijks in innovatieve digitale contentontwikkeling.
  • De overheid stopte te vroeg met de centrale sturing. Om politieke redenen werd eind jaren ’80 de regie overgedragen aan onderwijsverzorgingsinstellingen van de traditionele onderwijszuilen (CPS, KPC en APS) en de SLO (leerplanontwikkeling) en het Cito (testen en evalueren).
  • De innovaties waren vooral top-down van aard en kenden te weinig draagvlak in het veld ( de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie  Dijsselbloem 2008).
  • Van extern impact-onderzoek naar het direct resultaat van de overheidsprogramma is weinig sprake geweest. Dat had een negatieve invloed op het lerend vermogen van de overheid.
  •  Het ontbrak volgens de commissie  Dijsselbloem
aan visie en durf. Er was in de politiek vaak sprake van een tunnelvisie

Informatica

Hoe staat het informatica-onderwijs er momenteel voor in het VO? We hebben het dan over informatiekunde in de onderbouw en informatica in de bovenbouw. Het antwoord is kort. De positie is zwak. Inmiddels is informatiekunde op veel scholen ( bijna 60% volgens een recent SLO-rapport) als zelfstandig vak verdwenen.  Als scholen in de onderbouw werken met leergebieden dan maakt het deel uit van het leergebied natuur en techniek.

Met de positie van het vak Informatica in de bovenbouw is het weinig beter gesteld. Het is een keuzevak zonder Centraal Schriftelijk Examen (CSE). Op 55% van de  VO-scholen wordt het vak informatica aangeboden.  Het percentage leerlingen dat er voor kiest lijkt met 12 % van de redelijk stabiel.
Schoolleiders zeggen vaak dat de groepen te klein worden, waardoor het allemaal te duur wordt. Een ander probleem is het tekort aan (bevoegde) informatica docenten. Sommige scholen vinden oplossingen door met andere scholen samen te werken en met inzet van ICT (zgn. E-lessen) te combineren. Er zijn hoopvolle tekenen op verbetering.  De nieuwe generatie leraren mobiliseert zich. Er lijkt ruimte te komen voor nieuwe experimenten en ontwikkeling. PO-raad en VO-raad hebben het over doorbraak in de komende jaren. De bewindspersonen voor onderwijs en de politiek hebben focussen vooral op het onderwijs anno 2032.  Maar zonder ingrijpen op korte en middellange termijn dreigt Nederland in de informatica-achterhoede van het Europese informatica-onderwijs te belanden.

 

S.Papert. (1980). Mindstorms. Children, Computers and Powerful Ideas.

 

J.Lepeltak (1984) “ Ga jij maar bliep, bliep in de hoek staan’ In wetenschapskatern de Volkskrant 22/9/1984

J.Lepeltak (1986): Seymour Papert: “ Computer kan bevrijding brengen in het onderwijs” interview in de Volkskrant, katern Wetenschap en Samenleving  29 /3/1986.

 

Larry Cuban (2001). Underused and Oversold. Computers in the classroom. Cambridge, Mass. 2001,

J.Lepeltak (2005). Leermiddelen en ICT in het voortgezet onderwijs. De prijs van vernieuwing. Ict op school dossier,  Kennisnet. Zoetermeer 2005.

J.Lepeltak. (2014)  From Learning to Use Towards Learning to Code: 25 Years in Dutch Schools. In Springer book: Reflections on the History of Computers in Education: Early Use of Computers and Teaching about Computing in Schools (Ed. Tatnall, Davey). New York, 2014.

Joke Voogt. Curriculum en ICT. It takes two to tango. Oratie  aan de Uva, Amsterdam november 2014

W. Isacsoon (2014) The Innovators. New york 2014

 ICT monitor(en) OCTO-UT  Kennisnet 1997 – 2003

 Kennisnet 4 in balans monitor vanaf 2004 tot 2013

 COS. Computers op school jrg. 4-20 (1986-2003)

Interviews met Joop van Daalen, Siep Eilander, Leon Henkens, Cor Nagtegaal, Tjeerd Plomp, Rob Rapmund, Erna Scholtes

 

3 reacties op “30 jaar ICT in het onderwijs”

  1. […] presentatie over 30 jaar ICT in ons onderwijs. Een samenvatting is als blog op mijn site te lezen https://www.learningfocus.nl/2015/02/02/30-jaar-ict-in-het-onderwijs-2/#more-2456 .  Een dag voor mijn lezing werd ik benaderd door een journaliste van de Telegraaf met de vraag of […]

  2. […] januari, verzorgde ik een presentatie over 30 jaar ICT in ons onderwijs. Een samenvatting is als blog op mijn site te lezen. Een dag voor mijn lezing werd ik benaderd door een journaliste van de Telegraaf met de […]

  3. […] In 2021 zou een en ander moeten worden vastgesteld door het parlement, wat betekent dat invoering op zijn vroegst in het schooljaar 2022-2023 kan plaatsvinden. In de huidige opzet van de breed samengesteld ontwikkelgroepen is Computational Thinking onderdeel van Digitale geletterdheid. Het bevat zinnige onderdelen, maar maakt samen met andere onderdelen als Computational Thinking, informatievaardigheden, mediawijsheid en ict-basisvaardigheden een overladen indruk. De vraag is of de invoering van de Digitale Geletterdheid in het Nederlandse curriculum gaat lukken. Voor een overzicht van de invoering van informatica in het voortgezet onderwijs zie bijgaand artikel. […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *