Na investeren in voorsprong, nu inhalen van achterstand

 

“Wij streven ernaar dat over vijf tot tien jaar alle leerlingen voor hun toekomstig beroep, voor het deelnemen aan het maatschappelijk leven en hun persoonlijke ontplooiing worden onderwezen in en met de mogelijkheden van de computer.”  Zo lezen we op p.6 van het Informatica Stimuleringsplan (INSP) in 1984. Met dank aan Joke Voogd voor deze verwijzing in haar oratie  aan de UvA op 21/11/2014.  Toch waren er jaren van trots. Na Engeland en Schotland behoorden we begin jaren ’90 tot de Europese voorhoede. Dat is al lang niet meer zo. Dat zagen we op zondag 23/11 in het VPRO-programma Tegenlicht. Ofschoon dit bij velen al bekend was veroorzaakte het, getuige de reacties op twitter, toch een schok. In oktober 1989 (25 jaar geleden) verscheen er een advies van de Stuurgroep Verzorging Informatietechnologie aan de minister van O&W. Aanbeveling een luidde: “Er dient minimaal een apart, voor alle leerlingen verplicht jaaruur informatica te komen in de vierde klassen van HAVO en VWO van het voortgezet onderwijs te worden ingevoerd. Dit uur garandeert een consistente curriculum lijn voor eerste en tweede fase binnen het leergebied informatiekunde en informatica” Later kregen we beleidsprogramma’s als Investeren in Voorsprong (1997), van toenmalig minister Ritzen. Hoe is het met die voorsprong gegaan? Voor zover er een was of kwam. De positie van informatica, computing, coding computational skills, you name it, in het onderwijs is de laatste 25 jaar alleen maar verslechterd. Oorzaken: er was de remmende werking van de politiek. Tineke Netelenbos heeft als kamerlid en later als staatssecretaris diverse malen met succes op de rem gestaan. Als min. Ritzen ICT-beleid niet van haar had overgenomen dan zaten de scholen wellicht nog zonder internet. Tijdens NCOSM 2014 bleek dat mevrouw Netelenbos, tegenwoordig informatica-ambassadeur, zich afficheert als degene die het Nederlandse onderwijs informatica had bezorgd. Je moet maar durven. Het was natuurlijk ook een kwestie van geld en politieke wil.

Een andere belangrijke reden is dat de overheid in de persoon van Ritzen en zijn opvolgers jaren ’90 meenden dat het gedaan moest zijn met de centrale sturing. Na het INSP dat in 1988 afliep werd de inboedel over gedaan aan de onderverzorgingsinstellingen (SLO, LPC’s en CITO). Er waren nog enkele belangrijke projecten na het NIVO-project zoals Comenius dat voorzag in de levering van computers aan de basisscholen. Jo Ritzen vond dat we moesten investeren in voorsprong en Loek Hermans initieerde later nog de aansluitingen op internet en richtte NL-tree op voor de infrastructuur, kennisnet en de St. ICT op school voor expertise-ontwikkeling en implementatie en daarna zou ICT iets ‘gewoons’ worden.  Het werd het einde van directies ICT (symbolisch op het einde in een kantoorgebouw in Zoetermeer met een externe en weinig deskundige directeur die als een houwdegen door het onderwijs ging). De aanwezige expertise vloeide weg.
Bij de SLO, die een belangrijk rol speelde bij de invoering van ICT in het onderwijs, stelde het management dat voor de SLO hier hun belangrijkste taak erop zat. ICT was niet meer zo interessant voor de leerplanontwikkeling. Ook daar zagen we derhalve een behoorlijke leegloop. Informatiekunde werd na de herziening van de kerndoelen basisvorming eind jaren ’90 verder gemarginaliseerd. Informatica werd een vrijblijvend vak  in de vrije ruimte, dat in de praktijk neerkomt op ‘anything goes’ [1].  Elders in Europa (bijv. in UK, Duitsland, Italië, Frankrijk Zwitserland, Ierland, Oostenrijk) gebeuren nu spannender dingen. Of de recent benoemde vernieuwingscommissie Informatica dit schip kan keren valt te betwijfelen. Dat valt hen ook niet aan te rekenen. Met roeit met de riemen die men heeft. Informatica blijft een vrij vak in de bovenbouw en in die zin houdt het zijn vrijblijvendheid. En over informatiekunde in de onderbouw hoort men niemand meer.  Coding, Makers Movement, Coderdojo’s en robotica zijn prachtige initiatieven, maar vooralsnog leveren die bij Dekker en Bussemaker alleen lippendienst op. Voor wezenlijke verandering is meer voor nodig: namelijk politiek wil, moed  en visie. Of die er is, zal de toekomst uitwijzen. Het valt te hopen voor #2032.

 

 


[1] Zie Informatica in de bovenbouw havo/vwo.  Naar aantrekkelijk en actueel onderwijs in informatica. Jos Tolboom, Jenneke Krüger, Nataša Grgurina. SLO Enschede april 2014.

 

 

2 reacties op “Na investeren in voorsprong, nu inhalen van achterstand”

  1. “Voor wezenlijke verandering is meer voor nodig: namelijk politieke wil, moed en visie.”
    Inderdaad, en dat wringt natuurlijk met de waan van de dag, die ook zijn aantrekkingskracht heeft.

    Volgens mij moeten we, net als CAS in Engeland heeft gedaan, de politici, bestuurders en leerkrachten gaan helpen. Niet onze eigen stokpaardjes berijden maar goed onder woorden brengen waarom het belangrijk is dat _alle_ kinderen leren over informatica, en daarbij handvatten ontwikkelen zodat het ook haalbaar wordt.

    CAS Engeland heeft laten zien dat het kan. Check hun werk en als je dat bevalt: schuif aan bij het door mij aangeboden CAS dinner Amsterdam op 17 december 2014

  2. Haye van der Werf schreef:

    Goed dat Jan Lepeltak c.s. Aandacht besteed aan de invoering van ICT in het Nederlandse onderwijs.
    Maar naast het proces en de bestuurlijke context zijn ook de focus en visie van belang. Vraag is of de nadruk op het primaire proces (kenmerk ‘Investeren in Voorspong’) wel de meest effectieve aanpak is geweest. Misschien hadden we ons in eerste instantie beter meer kunnen richten op de ‘C’ van Communicatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.