#Onderwijs2032: uitstekend, maar leer van fouten en voorkom stagnatie

 

 

Nadenken en praten over het waarom, het wat en hoe van hetgeen we op school leren in het licht van de toekomst is een uitstekend initiatief van Sander Dekker. Laten we beginnen bij een aantal nieuwe ontwikkelingen die voor staatssecretaris Sander Dekker aanleiding vormen voor zijn uitstekende initiatief.

Veel van ontwikkelingen van het moment, zoals de aandacht voor digitale vaardigheden, coding/programmeren, making movement, 3 D-printing en robotica gaan terug naar ideeën uit het begin van de jaren ’80. Zie ook het lezenswaardige boek over de making movent Invent to learn (2013) van Sylvia Martinez en Gary Stager. De ideeën van Papert waren toentertijd hier ook bekend, toch zijn we in Nederland een andere richting in geslagen.
Even terug in de tijd. Begin jaren ’80 ontwikkelde Papert op het MIT Medialab de educatieve programmeertaal LOGO, waarmee kinderen o.a. een schildpadje aansturen (programmeren). De klassieker Mindstorms. Children, Computers, and Powerful Ideas van Seymour Papert verscheen voor het eerst in 1980. Met een computer- of speelschildpadje kon je onder meer prachtige vormen tekenen en patronen volgen .  Veel van Papert’s ideeën vinden we nu ook terug in de programmeertaal Scratch, ontwikkeld door zijn leerling en opvolger Mitchel Resnick.

Creëren in plaats van volgen

Papert maakt van de leerling een creatieve gebruiker  een ontwikkelaar in plaats van een volgzame gebruiker van toepassingen. Bij hem geen ‘learning to use’ maar ‘learning to create’.

In Nederland zijn we vanaf 1985 een andere kant opgegaan. Hoe kwam dat eigenlijk? Waarom ging de aandacht toen vooral uit naar onderwijsstructuren en de nieuwe basisvorming, het studiehuis en wat was de rol van ICT daarin?
Tussen de eerste computers op school (1984) en 2032 zit een periode van bijna 50 jaren.  We bevinden ons dus over de helft. Kunnen we iets leren van de afgelopen 30 jaar? Ik denk van wel. Die periode kende hypes maar ook constanten, blijvertjes. Het gaat te ver om daar nu uitgebreid op in te gaan. Ik ben druk bezig die 30 jaar ontwikkeling in kaart te brengen. Dat doe ik door het raadplegen van bronnen en gesprekken met sleutelpersonen die toen aan de knoppen draaiden.  Daarvan hebben al een aantal plaatsgevonden.

Bij reflectie over #onderwijs2032 is een vraag nog niet aan de orde gekomen: is het huidige onderwijssysteem (feitelijk bijna 100 jaar oud) ook niet aan vervanging toe? Is de facto top-down structuur van ons onderwijs nog wel van deze tijd? Is het zoeken naar een gezamenlijke visie op ons onderwijs juist in een pluriforme netwerk samenleving wel realistisch?
Binnen ons onderwijsmodelmodel wordt de inhoud van ons initiële onderwijs in de polder nog steeds mede bepaald door vertegenwoordigers van doorgaans gesloten zuilen die hun wortels hebben in de schoolstrijd van 1917. Ontwikkelgroepen, vernieuwingscommissies, adviescommissies, vak- en veldverenigingen, diverse raden geven hun mening over voorstellen voor nieuwe eindtermen en vervolgens wordt het eindvoorstel door het parlement (vaak met relaties met  bepaalde zuilen) formeel goedgekeurd.

Maar hoe gedetailleerd moet de overheid zich met de inhoud bezighouden? Dat er ten aanzien van basisvaardigheden als lezen en schrijven en rekenen door de overheid minimale eisen worden gesteld lijkt me redelijk. Maar door de hele testcultuur zien we dat de grip van de overheid op wat er op school gebeurt alleen maar groter wordt. Kreten als “Meer macht naar de leraren, geef de leraar zijn onderwijs terug” ontvangen toch vooral lippendienst van de politieke bewindspersonen.
Misschien moet het huidige, centralistische systeem met de overvloed aan Haagse eisen, beschikkingen en aanwijzingen volledig op de helling. Misschien moeten scholen en docenten veel meer autonomie krijgen. Misschien moet het eigenaarschap van scholen naar de ouders en docenten en moeten scholen geleid worden door docenten in plaats van, vaak aanzienlijk beter verdienende, managers. Mooie ideeën van participatie van leerkrachten in de schoolleiding van Jelmer Evers en René Kneyber zijn te vinden in hun publicatie Het Alternatief (2013).
Samengevat: Vergeet het heden niet door te zeer door de toekomst geobsedeerd te worden. Kijk ook naar het recente verleden. De middenschool kwam er niet doordat sommigen (ten onrechte) vreesde voor eenheidsworst.  De media namen dit over. De Telegraaf vreesde de ‘linkse kerk’ en de Volkskrant verdwijning van het gymnasium. Wat er wel kwam was een tweedeling tussen het vmbo en de havo/vwo met een kloof die alleen maar groter lijkt te worden.

Door mijn activiteiten voor het Nederland Genootschap voor Informatica (NGI) bij de vereniging van Europese computergenootschappen in Brussel (CEPIS), zie ik dat in andere landen, zoals bijvoorbeeld Italië, Zwitserland, en het Verenigd Koninkrijk zaken een stuk voortvarender worden aangepakt. Wij kennen nu gelukkig de Vernieuwingscommissie Informatica die zomer 2015 haar voorstellen bekendmaakt. Maar informatica blijft (vrijblijvend) een vak in de vrije ruimte.
Een discussie over #onderwijs2032 mag niet leiden tot stagnatie van noodzakelijke veranderingen, invoeringen en innovatieve activiteiten nu.
Of het nu gaat om plannen maken, visie of ambities, het papier is geduldig. Denk aan de  Lissabon akkoorden uit 2000, in 2010 blijkt er uiteindelijk niet zoveel van terecht gekomen te zijn. De opstellers van toen zijn grotendeels van de politieke arena verdwenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.