Informatica van ‘anything goes’ naar echt schoolvak

Leerling laat zelfgebouwde 3D-printer zien tijdens Lorentz-workshop.

Leerling laat zelfgebouwde 3D-printer zien tijdens Lorentz-workshop.

Onlangs vroeg Justine Pardoen zich in een tweet af waarom het KNAW-advies over digitale geletterdheid in voortgezet onderwijs zo weinig reacties opleverde. Daar zijn wel verklaringen voor te geven. Afgelopen week werden in Lorentz Center workshops gegeven rond het thema computing in secondary education.

Uitgangspunt vormde het KNAW-rapport Digitale geletterdheid. Digitale geletterdheid wordt in het KNAW-rapport gedefinieerd als het vermogen digitale informatie en communicatie verstandig te gebruiken en de gevolgen daarvan kritisch te beoordelen. De relatie met coding/programmeren is wat problematisch. Het begrip ‘Computational thinking’ is waar het om gaat impliciet niet automatisch coding skills. In het KNAW-rapport komt men tot aanbevelingen, die ik even kort samenvat: (1) invoering van een nieuw verplicht vak informatie en communicatie voor de onderbouw (2)vernieuwing / herziening van  het  vak informatica in de bovenbouw VO (flexibel en modulair opgezet) (3) stimulering van de interactie tussen deze en andere vakken (4) prioriteit leggen bij de lerarenopleiding.
Dat was nog weinig concreet en de betrokkenheid van het hele onderwijs bij informatica is (nog) gering. Wellicht zijn de spelers (KNAW, SLO, vereniging I&I) te weinig naar buitengericht.

Het KNAW-rapport focust op digitale vaardigheden en attitudes in de 21e eeuw, maar er is natuurlijk meer als we het over “computing’ of informatica hebben en daar ging de Lorentz-5-daagse workshop over. De Nijmeegse hoogleraar Erik Barendsen stelde dan ook  in zijn presentatie dat het ook moest gaan over informatica. Tijdens de workshops lag het accent op het ontwikkelen van een nieuw (duurzaam) kader voor het vak informatica vergezeld van waak wisselende contexten. Er was een stevig gezelschap van buitenlandse gastsprekers en presentaties wat leidde tot interessante discussies,  al was er volledige overeenstemming over het belang en ook de inhoud van het schoolvak informatica, computational thinking. computer science…
De belangrijkste reden voor de lauwe reacties op het rapport werd impliciet gegeven door de D’66 (onderwijs) parlementariër Paul van Meenen (o.a. oud-leraar wiskunde, rector en let op: toekomstig onderwijsbewindspersoon). Als je wilt dat er naar je geluisterd wordt, moet je met scherpe, heldere en harde conclusies komen richting media en politiek.
Tijdens de workshop bracht ik naar voren dat je er niet bent als je je alleen maar richt tot de gevestigde instituties als bijvoorbeeld de. PO-raad, VO-raad, SLO etc., HBO-I. Bereik ook de media en het grote publiek. Iedereen kent de Steve Jobsscholen. Hoe je er ook over denkt, Maurice de Hond heeft ze stevig op de kaart weten te zetten.

Het belang van ICT-kennis voor de economische ontwikkeling kwam als een van de belangrijkste argumenten naar voren tijdens de Lorentzworkshop. Argumenten die de portemonnee raken. werken in ons land altijd uitstekend. Het toenemende tekort aan hoogopgeleide ICT’ers en technici kan uiteindelijk leiden tot de verdwijning van veel hoofdkantoren en industrie naar bijvoorbeeld het verre oosten. Dat gaat banen kosten.
Wat we eigenlijk al wisten, kwam uit de landenrapportages duidelijk naar voren. We lopen als het gaat om ‘computing’ onderwijs  in het initiële onderwijs (een combinatie van digital skills en informatica) niet bepaald voorop (vgl. UK, Litouwen, Frankrijk, Duitsland).
Al dertig jaar ben ik betrokken bij vormen van ‘educational computing’. Mijn eerste publicatie ging over taal en informatica met als titel Taalbeschouwing en Informatica in Levende Talen, november 1984. P. 376-380. Veel van wat ik toen stelde over de relatie tussen beide, komt nu weer terug. Dat stemt hoopvol. De Franse hoogleraar Gilles Dowek, gaf in een glashelder betoog een indeling van het vak informatica. Zijn indeling werd later in de workshop overgenomen. Dowek gaf daarmee het framework, waar ik 30 jaar geleden helaas nog niet over beschikte.  Het is een indeling in vier kerncomponenten:
1. Taal : denk aan programmeertalen, formele grammatica’s, taalstructuren etc.) 2. Informatie: numeriek vastgelegd of als, ASCII, Unicode, html, geluid en beeld of gestructureerde info in D-bases, filesystemen, compressie en encryptietechnieken 3. Machines: het gaat dan om geheugen, netwerken, robotica 4. Algoritmen: bijv. binaire decompositie, Booleans en zoekprocedures. Tussen deze vier elementen moet een juiste balans worden gevonden. Die is er nog niet. Recent is uitgerekend dat in de UK 60% van het nieuwe curriculum bestaat uit programmeren.
Binnen het denken over vak informatica wordt nu gesproken in termen van content en context. Bij de laatste gaat het vooral om voor leerlingen betekenisvolle contexten. Taal is  niet alleen context maar maakt deel uit van de kern van de content. De computer is een taalmachine.

De grote bottlenecks

Over de content van computing was men het eigenlijk grotendeels wel eens. De grote bottleneck blijft de aanpak voor professionalisering van docenten.  Van pragmatische benaderingen (Frankrijk en de UK), tot grote nationale programma’s (Estland) passeerden de revue.

Jammer dat er zo weinig wordt gekeken naar het verleden. Waarom faalde informatiekunde? Waarom zit informatica in een vrije val? Ook toen was scholing het belangrijkste struikelblok. Kunnen we er iets van leren?
De SLO heeft in april 2014 een interessant onderzoeksrapport gepubliceerd met o.a. interviews met en enquêtes onder informatica-docenten over informatica in de bovenbouw. Een citaat: ‘Docenten ervaren een grote mate van vrijheid bij het implementeren van het examenprogramma doordat er geen CE en geen toezicht op de uitvoering is. Een docent stelt: “In feite kan ik doen en laten wat ik wil, niemand controleert me”. Alleen door er een serieus examenvak van te maken met Centraal Schriftelijk Examen (CSE) en een deel schoolonderzoek (SO) wordt volgens velen, waaronder Paul van Meenen dit vak serieus genomen is het meer dan ‘Anything goes” om met Cole Porter te spreken.

Het grote gevaar is dat men nu bij de leerplanontwikkeling weer de kaasschaafmethode en de comitébenadering hanteert. Iedereen mag een stukje vakgebied aanleveren en uiteindelijk beslist het comité. Men leert van alles een klein beetje en uiteindelijk niks. Een paar bescheiden adviezen (na 30 jaar ervaring) zou zijn:
Kies voor deep learning. Vind breed maatschappelijk en politiek draagvlak. Professionaliseer je communicatie (de Hond, benadering). Met korte documenten en statements. Vgl. Royal Society document.  Gebruik PR-technieken.
We zien in dertig jaar de ontwikkeling van Learning to use naar using to learn en nu learning to create. Aan dat creatieve aspect zou meer aandacht besteed mogen worden, want het vormt een belangrijke, motiverende drijfveer (context) voor jongeren om ICT te gebruiken. Dat zien we bij Coderdojo, Robocupjunior, de Edfab-beweging, Codekinderen etc.
Kies voor een focus (ook basisonderwijs en onderbouw VO). Geen topvoetbal zonder goede jeugdopleiding. Aan dit alles zou ik graag een bijdrage willen leveren.
Verder de complimenten aan de sponsoren waaronder KNAW, I&I en NGI en prof. Erik Barendsen voor dit initiatief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.