Onderwijsraad en curriculum-vernieuwing

eigentijds curriculum

Over millenium en 21th century skills

De onderwijsraad omarmt de 21th century skills in haar advies aan de Minister van Onderwijs. Wie zich langer met ICT en leren bezighoudt herkent de skills uit de jaren ’90 van de vorige eeuw. Erg spectaculair zijn ze daarom niet te noemen: ict-geletterdheid, probleemoplossingsvaardigheden, kritisch denken, creativiteit, sociale competenties en vaardigheden om het eigen leren te kunnen sturen. Een nieuw eigentijds curriculum lijkt me nodig, al zal invoering niet eenvoudig zijn. Als er iets bij komt in het curriculum, zal er iets anders uit moeten. Maar wat? Daar komt nog bij dat we al moeite hebben onze leerlingen op een aanvaardbaar niveau te brengen als het gaat om de “3e millenium” skills. Denk aan redelijk kunnen communiceren, lezen, schrijven, spellen, debatteren of het uitvoeren van simpele rekentaken. Misschien kan een deel van het wiskundecurriculum (uitgezonderd de meetkunde) worden ingevuld met onderdelen als algoritmiseren, programmeren (coding) en voor de liefhebbers is er dan nog een stukje automatentheorie.  Maar voor de andere vakken blijft het moeilijk, zoals voor belangrijke vakken als Nederlands, geschiedenis en de moderne vreemde talen. Ik zou zeggen afblijven of eerder meer uren. Vakkenintegratie kan wel wat ruimte geven.

Metacognitie is bij de onderwijsraad (OR) een 21eeuwse skill:  “Metacognitie, de kennis van het eigen cognitief functioneren en de vaardigheid om het eigen leren ook te kunnen sturen.” Metacognitie is zeker belangrijk, ik schreef er voor het tijdschrift Tinfon (6e jrg.1997) een artikel over. Het was de tijd waarin veel werd gediscussieerd over het studiehuis. Het studiehuis leunde erg op metacognitie: leren leren. Neuropsychologen (zoals prof. Jelle Jolles) stellen dat we op basis van hersenonderzoek weten dat hersendelen die verantwoordelijk zijn voor metacognitie (het plannen en evalueren van leertaken) nog niet volledig zijn ontwikkeld bij scholieren. Dat geldt voor adolescenten, maar helemaal voor kinderen op de basisschool.

De OR pleit er voor het VO-curriculum eens goed tegen het licht te houden.  Dan kan nooit geen kwaad. De ervaring leert dat zich tussen het formele leerplan en het uiteindelijk gerealiseerde leerplan een grote kloof bevindt. Een plan dat niet een echte een verklaring geeft voor die kloof en dat niet aangeeft hoe die kloof te dichten zal weinig veranderen.
De kritische opmerkingen van de OR over het gefragmenteerde commissie-circus voor curriculumvernieuwing zijn terecht: Vertegenwoordiging van een diversiteit aan belangen, inbreng van verschillende expertisegebieden en betrokkenheid van leraren in alle fasen van het proces zijn dan niet gewaarborgd.

Dat men curriculumvernieuwing breder wil trekken lijkt me een goed idee. Maar het blijft vreemd dat alle echte smaakmakende eigentijdse vernieuwers uit het veld, zoals die voor een deel in het boek “Het Alternatief” zijn te vinden, geheel ontbreken. Juist daar moet het van komen. Er ontbreken ook nogal wat namen wat gerenommeerde deskundigen in de geraadpleegde lijst en bij sommige namen denk je: hé is die nog actief?

De vraag is of de OR-voorstellen binnen de huidige context realistisch zijn.

Hierbij de twee belangrijkste aanbevelingen aangevuld met enig commentaar:

Aanbeveling 1: Breng scholen in de positie om curriculumvernieuwing te realiseren.  Dat zal niet eenvoudig zijn met het toenemende overheidstoezicht, de toenemende druk van testen en toetsen en de bijbehorende afrekencultuur.

Het genoemde belang van kennisdeling van docenten is prima. Daar geldt wel voor dat allerlei succesvolle grass-roots initiatieven zoals de edcamps gesteund zouden moeten worden.

Aanbeveling 2: stel een permanent college in voor periodieke herijking van het curriculum. Kan werken mits er niet de ‘usual suspects’ in zitten. Laten we hopen dat het lukt aan het soms ondoorzichtige kerndoelencircus een einde te maken.  Geef liever ruimte in de kerndoelen dan ze in beton te gieten zodat ze goed getoetst kunnen worden.

Jeroen Elmers noemt de voorstellen in zijn blog type Innovatie 1.0. Een mooie term.

De OR loopt met een grote boog om de huidige problemen heen: de zware werkdruk van docenten, vooral veroorzaakt door regel- en toetsdruk die van docenten onderwijskundige boekhouders maakt die meer dan de helft van hun tijd kwijt zijn aan vergaderen en  administratieve werkzaamheden (zie het artikel over Juf Jikke in de Volkskrant van 24 mei 2014).  Docenten willen wel veranderen als men daar de tijd en mogelijkheden voor heeft.  Veel schoolmethodes zijn vooral succesvol omdat de methode het werk van de docent verlicht. Kiezen voor een methode is vaak vooral pragmatisch.
Wie meer wil weten over innovatie 2.0 dient vooral de ontwikkelingen op de sociale media  te volgen, edcamps te bezoeken en Het Alternatief-achtige publicaties te lezen.

 

 

 

Eén reactie op “Onderwijsraad en curriculum-vernieuwing”

  1. Hallo Jan
    Wat we in elk geval niet mieten doen is ruimte maken in het curriculum voor zg 21st century skills. Dan worden het aparte vakken die alart getoetst worden en wordt de ellende alleen maar groter. Die skills, die gewoon niks nieuws zijn , maar gewoon bij goed onderwijs horen, kunnen heel goed in de lessen worden geïntegreerd, zoals een aantal scholen al met veel succes doen. Ik moet er echt niet aan denken dat we straks een vak creativiteit gaan krijgen dat dan op het overgangsrapport gaat meetellen. Nog erger is dat docenten en scholen straks op die skills worden afgerekend

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.