NIEUW ONDERZOEK ONDERWIJS IN KLEINE SCHOOL

 

“SLUIT GOEDE KLEINE SCHOLEN NIET VANWEGE ARBITRAIRE ONDERGRENS”

Inmiddels zijn er twee uitgebreide meta-onderzoeken verschenen die uitgebreid ingaan op kwaliteit, onderwijs en kleine scholen.  Het laatste onderzoek van Deunk en Doolaard (2014, Universiteit Groningen), getiteld Onderwijs op kleine scholen, is recent verschenen. Daar

in wordt ook verwezen naar het onderzoek van Luyten (red.) School size effect revisited, (Universiteit Twente 2013). De conclusies van de onderzoekers komen globaal overeen al zijn Deunk en Doolaard wel wat voorzichtiger.  In beide publicaties is te lezen dat er geen directe relatie valt waar te nemen tussen de omvang van een (kleine) school en de kwaliteit van het onderwijs. Deunk en Doolaard hebben wel methodologische bezwaren tegen een aantal onderzoeken. Ze stellen dat in de Luyten-review bij veel van de besproken onderzoeken geen exacte aantallen leerlingen wordt genoemd en het vaak om een klein groepje onderzochte scholen ging. 

Maar ook zij stellen, net als Luyten cs ook dat er geen relatie valt te ontdekken tussen de schoolgrootte en de cognitieve ontwikkeling van leerlingen.  Er is volgens Deunk en Doolaard echter nog te weinig kwalitatief verantwoord onderzoek naar verricht.  Dus bepleiten ze meer onderzoek.
Uit onderzoeken blijkt wel dat er indicaties zijn dat het sociale en pedagogische klimaat op de kleine school beter is, wat leidt tot grotere betrokkenheid bij en meer identificatie met de school.  Het beschikbare onderzoek wijst ook niet op negatieve gevolgen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling bij kleine scholen.

Maar er zijn er wel specifieke problemen binnen de kleine school en Deunk en Doolaard benoemen die duidelijk.  Er bestaat het gevaar van professionele isolatie van leerkrachten en schoolleiders op een kleine school en gebrek aan tijd voorkomt vaak  goed (onderwijskundig) leiderschap. Dat kan leiden o.a. tot  problemen met differentiëren  en de zorgbreedte.  Wat men ook in de inspectiebeoordelingen regelmatig tegenkomt, maar dat zien we overigens niet alleen bij kleine scholen. Daar staat tegenover dat kleine schoolteams volgens onderzoek veranderingen juist goed kunnen doorvoeren. Voorwaarde is wel dat ze achter de vernieuwing staan en voldoende ondersteuning krijgen.

Vanuit de literatuur is er geen onderbouwing te geven voor een absolute ondergrens van bijvoorbeeld 100 leerlingen. Het ligt volgens Deunk en Doolaard niet voor de hand om scholen die erin slagen goede onderwijskwaliteit te bieden te sluiten alleen omdat ze te klein zijn volgens een arbitraire grens.  De onderzoeker Simkins pleit er voor om een kleine school nooit alleen op basis van directe financiële argumenten te sluiten maar onderwijskwaliteit voorop te laten staan.  Daarbij speelt een rol dat meer dan kosten alleen voor personeel, materiaal en huisvesting in het geding zijn.  Ook over het effect van een schoolsluiting op de leerlingen de gemeenschap en de regio, is nog weinig bekend.
Probleem bij veel onderzoeken is m.i. dat ze zijn gedaan op een moment dat er van grootschalig gebruik van internet en sociale media nog geen sprake was.  Krimpscholen worden volgens Deunk en Doolaard gedwongen hun onderwijs anders in te vullen bijvoorbeeld door gebruik van ICT.  Kortom het lijkt er volgens hen op dat kleine scholen manieren vinden om de onderwijskwaliteit op peil te houden.  Daarbij speelt clustering, coördinatie en samenwerking een belangrijke rol. En laten we smart inzet van ICT en met name sociale media niet vergeten.

 



 

 

 

Eén reactie op “NIEUW ONDERZOEK ONDERWIJS IN KLEINE SCHOOL”

  1. René Franquinet schreef:

    De klassieke botsing tussen kwantiteit en kwaliteit komt hier voortdurend in beeld. Maar ook de moeilijkheid beide in een afdoend verklarende relatie met elkaar te brengen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.