Besturen over krimp

Onderwijspoort over krimp  Nieuwspoort, 2 april 2014

Onderwijspoort over krimp
Nieuwspoort, 2 april 2014

 

Impressie van de Onderwijspoort 2014 over krimp.
Naast bestuurlijke en politieke ook onderwijskundige actie noodzaak

 

Een echt debat was het niet, en de insteek was voornamelijk bestuurlijk, dus de gezochte oplossingen waren bestuurlijk en daardoor maar een deel van het verhaal.  Toch was het een goed initiatief van de PO-raad, de VO-raad en de AVS (de schoolleidersclub) om het in Nieuwspoort te hebben over krimp. 

De bijeenkomst had een sterk  lobby-karakter. Daar is niks mee, vooral ook omdat het openlijk plaatsvindt. Bijna de gehele bestuurlijke fine fleur van het PO en VO was aanwezig. De overgrote meerderheid der aanwezigen was het bijna over alle punten met elkaar eens.  Dat maakte de taak van gespreksleider Boris van der Ham er niet makkelijker op.  Boris zat een beetje op de lijn van: kleine school dus zwakke kwaliteit. Hoofdinspecteur PO Arnold Jonk corrigeerde hem gelukkig. Tegenwoordig is kwaliteit bij kleine scholen niet automatisch meer een issue.  Maar het vergt wel bijzondere inspanning daar aan te werken als kleine school, denk aan het werken in heterogene groepen en differentiëren. Daar is smart inzet van Ict een absolute noodzaak (daarover straks meer).
De bestuursvertegenwoordigers (soms ‘abusievelijk’ aangeduid als vertegenwoordigers van het veld) hadden richting de aanwezige parlementsleden (D’66, PvdA en CDA) drie bestuurlijke aanbevelingen:

1.    Schaf de fusietoets af en zorg voor minder Haagse regelzucht

2.     Vergemakkelijk de totstandkoming van samenwerkingsscholen

3.     Schaf de BTW af voor ingehuurde leerkrachten

Mevrouw Dwarshuis lid van de fusietoetsingscommissie gaf moedig wat tegengas bij de wens van opheffing van de fusietoets. Ze verwees fijntjes naar de AOB en CNV-onderwijs en Laks die juist tegen opheffing zijn.  De fusie-effectrapportages hebben voor de MR-leden, met name de ouders, vaak een overdonderend (‘intimiderend’?) effect. Het is eigenlijk de enige manier waarop ouders invloed kunnen uitoefenen op bestuursbesluiten over ‘fusie’ vaak een eufemisme voor ‘sluiting’ van de kleine dorpsschool.
Petra van Haren, sinds twee weken, voorzitter van de AVS, benadrukte terecht het belang van de schoolleider voor kwaliteitsborging en samenwerking, ook als het om kleine scholen. Ze stelde dat elke school, ook een kleine school zijn eigen schoolleider moet hebben. Daar kan ik het alleen maar zeer mee een zijn. Op mijn odysse langs kleine scholen kwam ik afgelopen jaar soms hele ‘rare ‘ voorbeelden tegen, waar dit niet het geval was.
De Groningse PvdA gedeputeerde Marianne Besselink deed wel erg luchthartig over de effecten van schoolsluiting voor een kleine gemeenschap. Het is volgens haar even moeilijk en een rouwproces waar je als kleine gemeenschap een jaartje doorheen moet, maar daarna biedt het weer allerlei mogelijkheden voor opleving en nieuw elan.
Samenwerking was het buzzwoord op de bijeenkomst.  Goed dat Rinda den Besten (PO-raad) het belang van ouderparticipatie en samenwerking noemde. Maar wat ontbrak was het noemen van de noodzaak van het ontwikkelen van onderwijskundige modellen die die samenwerking in het veld mogelijk maken.
Zorgbreedte, differentiatie en passend onderwijs kunnen niet meer zonder de inzet van Ict, sociale media, internet en toch ontbraken die weer geheel in het verhaal.  Een van de sprekers stelde terecht dat de oplossing voor kleine scholen maatwerk is en dat de overheid dat door allerlei regelgeving niet moet belemmeren. Het is 5 voor 12 stelde Rinda den Besten.  Ze gaf aan dat krimp per jaar 20.000 leerlingen kost en dat 1 op de 5 leerlingen op een kleine school zit. Vorig jaar zijn zo’n 100 kleine scholen gesloten. Er moet dus iets gebeuren stelde ze energiek vast. Dat is helemaal waar, maar waarom ook geen politieke druk op OCW om ook onderwijsinhoudelijke pilots mogelijk te maken. Want alle goede bestuurlijke bedoelingen ten spijt, die samenwerking gaat niet vanzelf. Het eist o.a. didactische, onderwijskundige en technologische kennis. Maar er kan zo veel voor de zorgbreedte (excellente en minder goede leerlingen) bijvoorbeeld: smart inzet van ICT (internet, skype, elo, llvs, cscl), Flip the classroom, (lessen/instructie delen), coding, robotica, inzet Slimfit-modellen/IIO (n.a.v. het lerarentekort), apps en content delen, samen content ontwikkelen, professionalisering delen, peer review (CPD) etc.  Gerichte aandacht voor zorgleerlingen kan door het (gedeeltelijk online delen van RT’ers / IB’ers met het starten en begeleiden van Communities of Practice.
Er is in het buitenland al de nodige ervaring mee. Waarom zou het hier niet kunnen?
Laten we het gewoon doen.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.