NIVO-project: vooral top-down

NIV0-praktijkboekKroniek van 30 jaar ICT en onderwijs

1986 (9) NIVO-project: degelijk maar niet altijd erg inspirerend

Wil je als docent iets bereiken dan moet je je plannen goed afstemmen op de beleidskaders van de overheid. Dat geldt in 1986 voor het NIVO-project.  Is dat misschien  nog zo? NIVO gaat deel uit maken van het Informatica StimuleringsPlan (INSP), dat is opgezet naar aanleiding van het advies van de commissie Rathenau.  Rathenau constateerde eind jaren ’70.  een toenemende achterstand op het gebied van de toepassing van micro-elektronica. Dit zou ons uiteindelijk economisch gaan opbreken.

De INSP-staf wordt geleid door Koos van Deursen, een aimabele Haagse ambtenaar (het departement is dan al sinds enkele jaren is Zoetermeer gevestigd). Zijn rechterhand is de jonge sympathieke, intelligente Leon Henkes, een jonge gepromoveerde fysicus die door Economische zaken is uitgeleend, maar daar niet meer zal terugkeren. Na publicatie van mijn artikel over mijn bezoek aan de VS en IT in het onderwijs van New York in de Volkskrant in 1984 benadert Leon Henkes mij en we hebben een prettig gesprek in zijn woning in Driebergen.  In de komende dertig jaar zullen we elkaar nog vaak spreken.
Degelijk, doordacht en kleurloos

De NIVO-plannen zijn degelijk, doordacht en kleurloos. De uitvoering wordt centraal aangestuurd. Soms denk je dat het vooral niet leuk mag zijn en te experimenteel zijn.  Het gaat tenslotte om onderwijs.

Voor echt leuke dingen moet je in het buitenland zijn. In Londen bezoek ik de BBC voor het Doomesday-project. Het is in 1986 900 jaar (1086) geleden dat Willem de Veroveraar een boek liet samenstellen waarin alle in bezittingen en hun eigenaren in Engeland en een deel van Wales werden opgetekend. Op basis van die gegevens kon Willem zijn belastingen vaststellen. De edelen voelden zich verdoemd.
In 1986 bedenk de BBC een eigen variant. Leerlingen uit heel Engeland en Wales brengen rond thema’s als werk, huisvesting, school etc. stukken land in kaart om zo te laten zien hoe Engeland in 900 jaar is veranderd.  Internet kent men nog niet dus er moet een ander medium worden gevonden. Het wordt de beeldplaat.  Het is een succes. Meer dan 1 miljoen bijdragen worden door enthousiaste leerlingen van scholen ingezonden en 25 jaar later (2011) wordt al het materiaal on-line gezet.  http://www.bbc.co.uk/history/domesday .
Zowel door The Voyage of the Mimi, (eerder besproken) als het Doomesday-project maakt zich een gevoel van mij meester dat nooit is verdwenen. Alles wat wij hier doen, moet degelijk, onderwijskundig verantwoord (whatever) en qua managementmatig doordacht en uitvoerbaar zijn onder voorwaarde dat het niet het te leuk gevonden wordt.  Een vriendelijke rector van een hele grote school in Groningen, kind aan huis op het departement en voorzitter van de vereniging van schoolleiders zei eens tegen me: “Dat is het grote misverstand, dat onderwijs leuk zou moeten zijn. Leren is meestal gewoon niet leuk, dat moeten we accepteren”.

Het hoeft geen betoog dat men van de ideeën van Papert  met zijn computer-sambascholen in Mindstorms hier ook niet veel moest hebben.

Inmiddels solliciteer ik voorjaar 1986, na 10 jaar lesgeven, op een baan bij de Stichting voor Leerplanontwikkeling (SLO). Ik word aangenomen en ga werken bij de afdeling die verantwoordelijk is voor de leerplanontwikkeling van het vak informatiekunde.  Als linguïst en neerlandicus ben ik de enige binnen de afdeling wiskunde en informatica. Het is een hele mooie baan die me wel dwingt tot inhoudelijke spagaten. Want van het vak informatiekunde moet ik inhoudelijk niet veel hebben.  Daar over later meer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.