LearningFocus. Adviseert, ontwerpt en ontwikkelt.

Samen werken aan leerprocessen. Lees meer over LearningFocus »

Verslag conferentie digitale geletterdheid

Reageer »
codingDigitale gelettterdheidInformatica

Foto: Frans Peeters

Jan Lepeltak

De presentaties van Felienne Hermans zijn altijd een feest om naar te luisteren. Met haar Vlaamse collega Pedro de Bruyckere vormen zij de eredivisie in sprekersland (benieuwd wanneer de Speakersacademy Felienne ontdekt).

Felienne, die met een team programmeeronderwijs onderzoekt aan de Universiteit Leiden, verzorgde de keynote op deze (bijna 30e) I&I conferentie (I&I is: Vakvereniging voor informatica & digitale geletterdheid in het Nederlandse Onderwijs) die ditmaal in het kader stond van digitale geletterdheid. Van de 150 bezoekers bleek dit jaar een substantieel deel van de aanwezigen in opleiding als docent informatica. Dat betrof vaak zij-instromers met een wisselende achtergrond die werkzaam zijn geweest bij IT- en consultancybedrijven of docenten die soms na jaren onbevoegd lesgeven worden geacht een bevoegdheid te halen. Het aantal studenten leek wat minder groot. Het zijinstromen gaat niet altijd over rozen. Uit gesprekken bleek dat men soms weliswaar vrijstellingen krijgt voor onderdelen, maar ook bepaalde delen van de zijstroomcursus als weinig zinvol ervaart. Het is mede daarom dat I&I op korte termijn een meldpunt opzet waar men terecht kan voor vragen en opmerkingen, zo maakte voorzitter Ramon Moorlag bekend. Moorlag mocht ook nog in commissie voortijdig Sinterklaas spelen toen bleek dat het Franse bedrijf Numworks voor alle aanwezigen een splinternieuwe grafische calculator voor het voortgezet onderwijs bij zich had. Opmerkelijk aan de ‘Numworks’ is dat het ook de programmeertaal Python aan boord heeft. De Numworks kost tussen de ca. € 80,- en €100,- .

Felienne Hermans ontpopte zich in haar presentatie ‘Hoe leer je programmeren’ wederom als een gedreven directe instructie evangeliste, waarbij ze haar argumenten mede ontleent aan literatuuronderzoek en eigen onderzoek. Ze brak een overtuigende lans voor het hard oplezen door leerlingen van code (‘Sound matters’). Ook probeert ze een pedagogisch-didactische discussie rond programmeeronderwijs van de grond te krijgen (de ‘programming war’); een discussie zoals die ook in andere vakgebieden bestaat. Een goed idee, mits het echter niet de kant op gaat als bijvoorbeeld de zogenoemde ‘Math war’, waarbij de deelnemers elkaar nog net niet te lijf gaan.  Seymour Papert staat nu een beetje in het verdomhoekje omdat hij niet van de directe instructie was.  Dan moet ik toch aan Einstein denken: “It is the supreme art of the teacher to awaken joy in creative expression and knowledge” Zie The Quotable Einstein, pg. 70. Princeton University Press 2005. Dat bracht Papert zeker tot stand.

Graag gebruikt Felienne het adagium: ‘You don’t become an expert by doing expert things’. Prima, maar je leert ook niet zwemmen door expliciete directe instructie (EDI) en iets leren over en kunnen programmeren betekent niet dat je expert moet worden. Dat geldt ook voor wiskundelessen, maar we vinden het overbrengen van die kennis toch belangrijk.

Uiteindelijk is EDI prima om leerlingen op weg te helpen, maar leerlingen helpen elkaar ook en sommige luisteren nauwelijks. Ook niet als Professor Kirschner of Felienne Hermans of wie dan ook iets uitlegt. Knutselen blijft ook heerlijk. Het is het vakmanschap van de docent om uit uit de didactische mogelijkheden de voor de groep meest werkzame aanpak te kiezen of mogelijkheden te combineren. En ja daar behoort EDI zeker toe.

Internet of things (IoT). Gaat dat het worden?

Interessant was de presentatie van Eelco Dijkstra over netwerken en the Internet of Things (IoT). Dijkstra stelt dat we begonnen zijn aan een nieuwe periode, het begin van een nieuwe revolutie, die hij vergelijkt met de introductie van bijvoorbeeld email, internet en het World Wide Web. Dijkstra werkt men een aantal scholen en docenten aan de ontwikkeling van lesmateriaal waarbij men gebruikmaakt van de principes van LoRaWAN (Long Range Wide Area Network). Het gaat hier om het gebruik van een telecomnetwerk geschikt voor langeafstandscommunicatie met weinig vermogen. Er zijn gateways in veel gebieden beschikbaar en men kan ze vaak vanaf een behoorlijke afstand gebruiken (er zijn voorbeelden van 30 km in landelijke gebieden)

De technologie wordt gebruikt voor machine-to-machinecommunicatie. Binnen IoT stuurt men allerlei apparaten aan en/of verzamelt men gegevens door middel van sensoren. Het gaat niet om grote datapakketten. De aanvullende hardware is niet kostbaar. Men hoeft binnen een school geen gebruikt te maken van het bestaande wifi-netwerk. Bekende alledaagse toepassingen zijn het weergeven van vrije plaatsen op een parkeerterrein tot aan een alarmknop die ouderen permanent bij zich dragen voor het geval er iets gebeurt. Maar er kan zoveel meer. Denk aan de gezondheidszorg. Hartpatiënten kunnen door middel van IoT in permanente verbinding staan met een ziekenhuis.

Eelco Dijkstra demonstreerde de benodigde relatie simpele hardware die men nodig heeft en die Cisco voor scholen gratis beschikbaar stelt onder de vlag van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De eerste echt door leerlingen ontwikkelde IoT  toepassingen zullen in de loop van dit schooljaar beschikbaar komen. Onder andere de docenten Hakan Akas, leraar op Metis in Amsterdam, en Ramon Moorlag werken er met hun leerlingen aan.

Algoritme-onderwijs unplugged

Dat je zonder computer zinnig aan algoritmes kan werken in de klas werd aangetoond door Jacqueline Nijenhuis-Voogt, Tim Steenvoorden en Jacco Gnodde van de Radboud Universiteit. Na de interactieve presentatie over sorteeralgoritmes en datastructuren van Nijenhuis-Voogt, presenteerde Tim Steenvoorden een interessant thema rond berekenbaarheid en vooral onberekenbaarheid / onbeslisbaarheid. De zaal mocht nadenken over wat in het kader van berekenbaarheid door een computer als acceptabel kan worden gekwalificeerd, dan wel als onacceptabel of als onberekenbaar/onbeslisbaar. Die laatste categorie is het interessants en het lastigst, omdat wat in het verleden op wiskundige gronden als onbeslisbaar/onberekenbaar werd beschouwd door anderen, mede door de grote computersnelheid en -kracht nu wel als acceptabel wordt gezien. Denk aan het handelsreizigersprobleem. Kun je de meest optimale route op een dag tussen een aantal steden af te leggen door een handelsreiziger berekenen? Nee, zegt de wiskundige; ja, zeggen sommige informatici.

Curriculum.nu: polderen in leerplanland

In een interessante presentatie ging Kees Buiter (ICT-coördinator in Groningen) in op de voorstellen Digitale geletterdheid van Curriculum.nu. Ze zijn volledig democratisch tot stand gekomen. Ja, dat is vragen om moeilijkheden. Ook hier werd begonnen met het uitgangspunt: de opnieuw uitgevonden driedeling van onderwijsfilosoof Biesta: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Heeft het laatste onderdeel niet geleid tot kritische opmerkingen en een aangenomen motie in de 2e kamer? Het Curriculum.nu-voorstel voor digitale geletterdheid is inmiddels uitgedijd tot een document van 90 pagina’s met voor ieder wat wils. Leren in de cloud krijgt met dit wollige document een geheel eigen betekenis. Het resultaat lijkt nauwelijks implementeerbaar. De waarschuwing aan de ontwikkelgroep om op het gevaar van overladenheid te letten lijkt verworden tot een lege letter.

Bij de als alternatief ontwikkelde SLO-leerlijn ziet men een meer overzichtelijk geheel van vier onderdelen: Computationeel denken, ICT basisvaardigheden, Info vaardigheden en Mediawijsheid. Curriculum.nu stelt dat men hier een schil omheen heeft geplaatst bestaande uit een aantal thema’s/gebieden: 1. Data en info; 2. Veiligheid en privacy; 3. Werking en creatief gebruik van digitale technieken; 4. Digitale communicatie en samenwerking; 5. Digitale burgerschap; 6. Digitale economie. En dat moet allemaal binnen het initieel onderwijs. Dat kan slechts leiden tot oppervlakkigheid of, bij de invoering van digitale geletterdheid als nieuw vak (samen met burgerschap), een volledig strippen van het curriculum. Wie zal zeggen wat er moet verdwijnen? Dat kan nog een aardige discussie opleveren. De reactie dat er onderdelen ook in andere vakken zullen moeten worden geïntegreerd is niet erg overtuigend.

Ook bij Curriculum.nu zag men terecht twee ‘uitdagingen’ de professionalisering van het huidige lerarenbestand en het vernieuwen van veel lerarenopleidingen. Het goede nieuws, dat ook door Ramon Moorlag is genoemd, is de vertaling en bewerking van het materiaal van een succesvol Amerikaans project : The Beauty and Joy of Computing. Met dit materiaal, dat gebruik maakt van de educatieve programmeertaal Snap! een broertje van Scratch, kunnen leerlingen en leerkrachten direct aan de slag. Een deel van het al vertaalde materiaal is hier te zien.bjocimg_3299
De voorstellen van Curriculum.nu zullen waarschijnlijk in februari in de 2e Kamer worden besproken. De volgende stap moet zijn het distilleren van kerndoelen uit het materiaal. Geen simpel karwei, zachtjes uitgedrukt. Het gevaar is wel, dat bij afwijzen het kind met het badwater wordt weggegooid en er van programmeren en computationeel denken in het initiële onderwijs niks terecht komt.

Europees voorstel: maak Computational Thinking/Coding een verplicht schoolvak !

Reageer »
codingComputational thinkingICTInformatica

Drie grote internationale informatica-organisaties hebben de handen ineen geslagen om de invoering van computational thinking en coding in het primair en voortgezet onderwijs in Europa te stimuleren. Zij schaarden zich tijdens een eind februari gehouden seminar in Brussel achter een strategiedocument getiteld Informatics for All.

 

Initiatiefnemers zijn ACM–Europe, de Europese tak van de invloedrijke American Association of Computing Machinery, waar leden uit bedrijven als Google, Apple, Microcoft en IBM bij zijn aangesloten; Informatics for All (een organisatie van zo’n 120 Europese academische informatica-opleidingen uit 30 landen) en CEPIS, de organisatie van Europese professionele verenigingen zoals de British Computing Society en in Nederland de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Informatieprofessionals.

 

De Europese landen delen gemeenschappelijke uitdagingen zoals het groeiende tekort aan ICT-specialisten, met name software-engineers, en hoogwaardige informatiewerkers die in alle sectoren van de samenleving nodig zijn. De vraag is enorm. In Nederland ziet 30% van de bedrijven zich belemmerd in hun ontwikkeling door een tekort aan ICT’ers, zo meldde het CBS afgelopen zomer. De EU stelt in een recent rapport dat het tekort in 2020 zo’n 500.000 ICT-kenniswerkers zal bedragen.

 

Het Informatics for All (IfA) initiatief bevat twee aandachtspunten. Het pleit nadrukkelijk voor een apart schoolvak Computational Thinking (CT) dat zowel in het basis- als voortgezet onderwijs wordt gegeven. Daarnaast moeten onderdelen ook worden geïntegreerd in andere schoolvakken. Volgens IfA moet lesmateriaal aantrekkelijk en uitdagend zijn voor leerlingen. Het curriculum dient de kernbegrippen uit de informatica te bevatten, waarbij de constructieve aspecten van de discipline aan de orde komen. Aan de rol van informatica bij creatie en innovatie moet nadrukkelijk aandacht worden besteed. Daarbij vervult informatie een rol binnen de stimulering van STEM (Science, technology, informatica, Engineering and Mathematics).

 

Onder voorzitterschap van Dame Wendy Hall (foto), hoogleraar informatica en oud-voorzitter van ACM, werd gediscussieerd over de beste strategie. Een aantal landen presenteerden de huidige situatie in het onderwijs van hun land en bevestigden impliciet nogmaals de achterstand en trage ontwikkeling die wij in Nederland zien.

 

Frankrijk: CT voor iedereen in het eindexamen

 

Frankrijk pakt de zaken voortvarend aan. Zo bleek uit de presentatie van Pierre Paradinas van de Société Informatique de France. Vanaf het komende schooljaar dienen alle leerlingen voor het centraal examen (het baccalauréat) dat toegang geeft tot de universiteit ook een examen af te leggen in Sciences Numériques et Technologie (SNT). Dit vak zal anderhalf uur per week worden gegeven aan alle leerlingen. Verder is er het meer theoretische vak Numériques et Sciences Informatiques (NSI) dat tussen de vier en zes lesuren per week zal vergen.

 

Er gebeurt wat D66 kamerlid Paul van Meenen al eerder bepleitte, wil informatica een serieus vak worden. Dan moet het deel gaan uitmaken van het centraal schriftelijk eindexamen en niet, zoals nu, een facultatief schoolexamenvak waarbij feitelijk elke docent op zijn/haar eigenwijze toetst. Het facultatieve vak informatica in de bovenbouw van het VO is in Nederland een vrij marginaal vak geworden, terwijl het vak informatiekunde in de eerste jaren van het VO zelfs geheel dreigt te verdwijnen.

 

In het Franse basisonderwijs (groep 2 -3) komen kinderen al vroeg in aanraking met ICT. Het gaat dan vooral over de devices die men gebruikt. Maar als de leerlingen 7 – 10 jaar zijn komt Computational Thinking om de hoek kijken. Er is aandacht voor digitale media, algoritmes, informatica en tools. In de onderbouw (middenschoolachtig) van het voortgezet onderwijs worden zaken als wiskunde en technologie, analoge en digitale informatie, algoritmes en programmeren, netwerken, en applicatie, design en het ontwikkelen van simulaties behandeld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de aan het MIT ontwikkelde educatieve programmeertaal Scratch.

 

De ontwikkelingen in landen als Denemarken, Polen en Israël zijn vergelijkbaar. Denemarken is sinds Davos 2016 actief bezig informatica een vaste plek te geven in het Deense curriculum. In januari van dit jaar is de Deense regering begonnen met het nemen van concrete stappen in het basisonderwijs. De plannen maken deel uit van het programma Strategy for Denmarks digital growth. De Deense hoogleraar Michael Caspersen gaf aan dat begonnen wordt met een proef voor leerlingen van groep 1 – 8. In twee lessen per week wordt jaarlijks aandacht besteed aan vier competentiegebieden: computational empowerment, digital design, computational thinking, technologische kennis en vaardigheden.

 

Ook het Verenigd Koninkrijk is, net zoals Ierland, al zeer ver met het vormgeven van het curriculum in het funderend onderwijs.

 

Scholing van docenten is in alle landen het kernprobleem. Nederland heeft, zoals zoveel Europese landen, een lerarentekort. Wij moeten een dubbelslag maken: er moet iets gedaan worden aan het groeiende lerarentekort en we moeten de leraren gereed maken voor de digitale uitdagingen van deze eeuw.

 

Nederland kiest voor een zeer voorzichtig ontwikkelingsmodel dat geheel volgens de polderfilosofie is opgezet. Nagenoeg iedereen mag zijn zegje doen en commentaar leveren op de voorgestelde curriculumplannen, kerndoelen en eindtermen van het project Curriculum.nu (voorheen Curriculum.2032).

 

In 2021 zou een en ander moeten worden vastgesteld door het parlement, wat betekent dat invoering op zijn vroegst in het schooljaar 2022-2023 kan plaatsvinden. In de huidige opzet van de breed samengesteld ontwikkelgroepen is Computational Thinking onderdeel van Digitale geletterdheid. Het bevat zinnige onderdelen, maar maakt samen met andere onderdelen als Computational Thinking, informatievaardigheden, mediawijsheid en ict-basisvaardigheden een overladen indruk. De vraag is of de invoering van de Digitale Geletterdheid in het Nederlandse curriculum gaat lukken. Voor een overzicht van de invoering van informatica in het voortgezet onderwijs zie bijgaand artikel.

 

De deskundigen van bovengenoemde internationale informatica-organisaties stellen zelfs dat twee uur per week te weinig is als je de kerndoelen en eindtermen echt wil vernieuwen. De geschiedenis van 25 jaar geleden dreigt zich geheel te herhalen. Ook nu gaan ambitie en haalbaarheid niet gelijk op. Zie ook een eerdere publicatie van KomenskyPost hierover. Het toenmalige kamerlid en latere staatssecretaris Netelenbos haalde van de noodzakelijke honderzestig uur (dus vier uur per week), honderdtwintig uur af voor onder andere het vak verzorging (dat inmiddels bijna nergens meer wordt gegeven). Inmiddels afficheert zij zich nu als EU-ambassadeur Coding. Het kan verkeren.

 

Jan Lepeltak

Wordt ‘Old school informatica’ in het leerplan de toekomst?

Reageer »

Door Jan Lepeltak

De keuze voor het vak informatica in de bovenbouw van  het VO loopt terug. Dat is helaas niet onbegrijpelijk voor wie naar het curriculum kijkt. Het is breed, veelomvattend en voor de jonge programmeurs vaak slaapverwekkend saai. Jonge enthousiaste scholieren hebben ideeën en willen die met onder andere digitale hulpmiddelen realiseren. Dat kan gaan om te maken producten (ed-fab), zoals  een met Microbit gemaakte toepassing. Het is, zoals Mitchel Resnick (MIT), een van de Scratch-ontwikkelaars, het eens formuleerde: dicteren en lezen is onthouden, maken is begrijpen.
Wat we nu zien zijn twee parallelle tendensen:  een formele en een informele ontwikkeling binnen het informatica-onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs. Formeel zien we de ontwikkeling van een doorgaande lijn informatica binnen het Curriculum.nu project. Dit is op zich niet slecht, maar er valt over de invulling wel het nodige te zeggen. Maar we zien echter ook allerlei informele ontwikkelingen.

Eerst iets over de formele ontwikkeling. Programmeren, of liever breder gezien Computational Thinking (CT) valt binnen het domein Digitale geletterdheid van het Curriculum.nu ontwikkelteam . https://curriculum.nu/ . Hier werken docenten en schoolleiders, (waarom die eigenlijk?) aan de ontwikkeling rond een aantal leergebieden. Nu is het zeer de vraag of coding/CT wel bij digitale geletterdheid hoort. Binnen Europa kennen we de preciezen en de rekkelijken. De preciezen (soms afkomstig uit de academisch informaticawereld) zeggen op inhoudelijke gronden terecht dat coding/CT niet bij digitale geletterdheid hoort (zie het rapport Informatics for all van de brancheorganisatie ACM Europe). De rekkelijken, vaak uit het niet-academische onderwijs afkomstig, stellen dat je je er beter niet druk over kunt maken en blij moet zijn dat coding/CT nu überhaupt een plek in het curriculum krijgt.

Terug naar het leergebied Digitale geletterdheid van Curriculum.nu. Men onderscheidt: (1) communicatie en samenwerking; (2) digitaal burgerschap; (3) onderzoek en informatie; (4) aansturen en gebruiken; (5 )digitale economie; (6) veiligheid en privacy; (7) duurzaamheid en innovatie en (8) toepassen en ontwerpen. Dat is nogal wat.

We lezen dat het ontwikkelteam (OT) heeft gecheckt of de overzichtelijke inhoudelijke domeinen die de SLO heeft gedefinieerd (coding/CT; informatievaardigheden; basisvaardigheden en mediawijsheid) door de grote opdrachten worden afgedekt. Dat bleek zo te zijn, concludeerde men opgelucht.
Het komt me voor dat ze zó goed zijn afgedekt, dat ze nog nauwelijks zichtbaar zijn.

Gelukkig nam niet iedere beschouwer de voorstellen van Curriculum.nu voor zoete koek. Op de site van Curriculum.nu kan men lezen dat een aantal scholen (ik neem aan de docenten) de definities van de gebruikte termen en concepten vaag vond en het taalgebruik wollig, wat heel vriendelijk is geformuleerd.

De mooie dingen, die leerlingen en docenten enthousiast maken, gebeuren in het informele circuit. Het zijn niet de brede, inhoudelijke compromissen waar ooit de NIVO-scholing ruim 30 jaar geleden door mislukte, maar praktische parels binnen Coderdojo’s of scholen die leerlingen ideële computergames zoals ‘Hoi dokter’ laten maken in samenwerking met professionele organisaties. Ik denk aan het werk van Hakan Akkas, leraar informatica van het Mentis, Eelco Dijkstra en de stichting Codeklas met Tessa van Zadelhoff en Pauline Maassen en haar succesvolle Microbits workshops op basisscholen. Arjan van der Meij en Per-Ivar Kloen en hun Edfab-activiteiten. Leerlingen en leraren genieten en leren er veel van.
Inmiddels is er met Scratch-Snap een krachtiger Scratchversie beschikbaar, zo hoorde ik van Joek van Montfort, die de Scratch-conferentie deze zomer in Boston bezocht. De Universiteit van Californië in Berkeley heeft daar prachtig lesmateriaal voor ontwikkeld onder de prozaïsche naam: Beauty and the Joy of Computing. Wie daar naar kijkt, krijgt gauw iets van snel vertalen en bewerken en dan lekker aan de gang.

Dat laatste is dringend nodig. Al jaren geef ik aan dat Nederland behoort tot de Europese achterhoede als het gaat om informatica in het po-vo. Een school in Amsterdam die veel aan informatica deed, stopt er mee, want de betreffende docent gaat met pensioen en er is geen opvolging!
Behalve over de subsidies aan Kennisnet, het techniekpact en de PO-raad (Slimmer onderwijs met ICT) wordt aan ICT en aan informatica in de onderwijsbegroting geen aandacht besteed. Veelzeggend: het heeft geen prioriteit.

Onze positie in de ict-onderwijswereld wordt er met de huidige voorstellen niet beter op. Ik vrees dat bij de huidige old school benadering eerder het tegendeel wordt bereikt.

De eerste IBM-PC met PC-DOS/MS-DOS

Uitreiking prijzen Profiel-werkstukken KNAW

Reageer »
ICTInformaticaInnovatie

“Alles kan als je maar doorzet”. Dat verklaarde Jelle Feitsma, mede-ontwerper en ontwikkelaar van een long-board en een van de prijswinnaars van de jaarlijkse profielwerkstukkenprijsvraag van de KNAW (Koninklijke Akademie van Wetenschappen). Hierbij een selectie uit de inzendingen die op 12 juni in de prijzen vielen.

Er waren, stelde natuurkundige Wim Saarloos, per 1 juni de kersverse nieuwe KNAW-voorzitter, 337 inzendingen van 155 vo-scholen. Uit de longlists werden van de vier profielen per profiel drie genomineerden geselecteerd. www.knawonderwijsprijs.nl

In de categorie Natuur & Techniek ging de eerste plaats (alle inzenders waren jongens) naar Stijn Nowee en Wouter Witteman, twee nuchtere Eindhovense scholieren van het Van Maerlant college die net hun eindexamen 6 vwo achter de rug heben. Ze ontwikkelden een ingenieuze ‘lichtinstallatie’ voor de racefiets van Wouter. Het woord installatie is wat misleidend, omdat het om een minuscule applicatie gaat in het racestuur van de fiets. Afslaan met een lichte racefiets is niet ongevaarlijk wanneer je het stuur bij het hand uitsteken even met één hand in de bocht vast moet houden. Zou daar niets op te vinden zijn? De heren deden aan marktonderzoek, maakten een ontwerp en bouwden en testten hun ontwerp. De LED-lampjes zijn in het stuur geïntegreerd. Er zijn rem- en waarschuwingsknipperlampjes. Afhankelijk van het aantal tikjes op het stuur bedien je de lichtjes en kun je zien hoe vol de batterij is. Deze is net zoals je I-phone via een USB-aansluiting op te laden. Inmiddels hebben de heren prijzen gewonnen aan de Radboud Universiteit en ook in Servië en Turkije. Beide ontwerpers willen volgend jaar electronic engineering gaan studeren in respectievelijk Eindhoven en Twente.

overzichtsfotoknaw-kl

Voor het profiel Cultuur & Maatschappij vielen twee documentaire inzendingen op. “Het laatste beeld” van Mila Haak van het Het Goese Lyceum. Een documentaire over haar 85-jarige opa die in de oorlog als 11-jarige jongen zijn ouders verloor. In dialoog met zijn kleindochter kijkt hij in zijn laatste levensfase met humor en berusting terug op zijn leven. Bij de presentatie werd alleen een ‘trailer’ vertoond. Graag zou je de hele film zien. Hij is in Middelburg vertoond, begreep ik. Mila wil mogelijk naar de filmacademie. Dat lijkt me een zinvolle keuze. Nu maar hopen dat ze wordt aangenomen en het haar niet vergaat als cameraman Hoyte Hoytema. Hij werd afgewezen en moest zijn geluk elders beproeven (in dit geval de beroemde filmschool in het Poolse Łodz) om daarna wereldberoemd te worden.

De andere documentaire was “Romijn” van Lotte Peters van Het Zaanlands Lyceum in Zaandam. Een documentaire over hoe haar elfjarige autistische broertje het gezinsleven beinvloedt. Jammer dat haar presentatie niet de vorm had van een trailer van haar film, zodat je een indruk kon krijgen van de vorm en inhoud. Volgens de jury zou de docu zo in Nieuwsuur uitgezonden kunnen worden.

Akoestische versterker

Een eerste prijs in de categorie Natuur & Gezondheid was er voor Lot Hartevelt en Isis Verhaag (Lyceum Sancta Maria, Haarlem). Zij ontwikkelden een akoestische versterker voor de Iphone 6 die de gang naar Schoonenberg wellicht overbodig maakt. Hij moest een hard en zuiver geluid voortbrengen. Daartoe verdiepten de dames zich in de natuurkunde van geluid en bestudeerden ze verschillende versterkers en gingen op bezoek bij de fabrikant van een bestaande commerciële versterker. Daarna werd met een 3D-printer een akoestische versterker gebouwd inclusief opzetstukje voor de Iphone. Wat blijkt na meeting? De gebouwde versterker is beter dan de bestaande commerciële. De hoorn versterkt het geluid van 65 decibel naar 80 decibel wat beter is dan menig commerciële akoestische versterker.

The boy problem

Even verwarring in de zaal. Werd de video bij deze inzending gepresenteerd door een jonge docente? Het bleek inzender Lucia Otten (Ignatius Gymnasium, Amsterdam) te zijn. Haar werkstuk ging over het verschijnsel dat jongens sinds de jaren ’90 zijn ondervertegenwoordigd op universiteiten; ze doen langer over hun studie en tellen meer voortijdige schoolverlaters. Kortom ze presteren minder goed. In haar werkstuk benoemt ze de oorzaken, beschrijft ze mogelijke oplossingen en toetst deze en interviewt ze experts. Ze ontwikkelde een speciaal lesprogramma voor jongens dat in twee vierde klassen werd uitgeprobeerd. Ze kon geen noemenswaardige verschillen vinden tussen de ‘boys class’ lessen en de normale lessen. Maar ja een lessenserie van vier weken is natuurlijk een beetje kort, gaf ze zelf aan.

De eerste prijs Cultuur & Maatschappij ging naar Sara Haverkamp (Scala College, Alphen aan de Rijn) met “Making or Braking the News”. Volgens de jury een werkstuk met masterscriptie kwaliteiten. Het gaat over de wijze waarop Poetin en Trump met de media omgaan. Ze deed veel literatuuronderzoek en sprak met diverse experts. Uit haar filmpje bleek overigens niet echt wat haar bevindingen waren. Haar docente kwam relatief lang aan het woord en uit de samenvatting van haar doorwrochte, academische 140 pagina’s tellende scriptie kwamen niet echte nieuwe zienswijzen naar voren.

Volgens de KNAW-voorwaarden mogen alleen vwo-leerlingen meedoen. Aangezien er op het hbo tegenwoordig ook interessant toegepast onderzoek wordt gedaan lijkt dit een onterechte beperking. Daarbij kunnen havo leerlingen ook enkele vakken op vwo-niveau volgen. Ook moet een profielwerkstuk een academisch karakter hebben. Dat laatste lijkt voor sommige profielen een lastige zaak. Bij de origineelste inzendingen kan je je afvragen of dit het geval is, maar niemand had ze willen missen. Kortom, KNAW, schrap die voorwaarde en/of organiseer iets samen met de hbo-raad.

Jan Lepeltak

Zeven mythes rond kleine scholen

2 reacties
besturenfusiekleine scholenkrimp

 

De afgelopen jaren zijn honderden kleine scholen gesloten. Soms door fusie, soms ‘gewoon’ door opheffing. Dat zijn vaak grote drama’s, zeker als het de laatste school in een dorpskern betreft. Niet verwonderlijk dat de emoties hoog oplopen. De afgelopen jaren heb ik een aantal ouders van medezeggenschapsraden mogen helpen de kleine school, in ieder geval voor een aantal jaren, te behouden. Daarbij werkte ik nauw samen met een onderwijsjurist en soms met een expert op het gebied van bekostiging. Het blijkt dat er veel misverstanden /hardnekkig mythes bestaan rond de kleine school. Hierbij volgen een aantal.

  1. Kleine scholen leveren minder kwaliteit dan grote scholen.
    Dit is een van de meest hardnekkige mythes. Om met de huidige hoofdinspecteur onderwijs te spreken: er zijn goede kleine scholen en slechte grote basisscholen en omgekeerd. Dit is allemaal gebaseerd op een groot aantal onderzoeken.
  2. Het lesgeven is zwaarder.
    Dit is vooral een kwestie van organisatie in de klas, al is het waar dat meer taken door minder mensen moeten worden uitgevoerd. Daar staat tegenover dat het pedagogische klimaat vaak beter is dan op een grote school. Men kent elkaar, er wordt minder of helemaal niet gepest. De school is van iedereen.
  3. Mijn kind heeft te weinig leeftijdgenootjes om mee te spelen op een kleine school.
    Dit suggereert dat kinderen altijd met leeftijdgenootjes moeten spelen. Juist differentiatie, gemengde leeftijdsgroepen in plaats van het traditionele leerstofjaarklassensysteem hebben een positieve invloed op de cognitieve en sociale ontwikkeling van een kind.
  4. Het onderwijs is duurder. Dat hoeft helemaal niet, integendeel. Door de kleine scholentoeslag en recent nog eens extra bedrag van minister Slob, kan men goed uitkomen. Men kan op een aantal punten financieel voordeel halen, zoals door gezamenlijk inkopen en met ouders een stuk onderhoud verzorgen. Verder moet het bestuur wel alle gelden voor de kleine school bedoeld daar ook voor gebruiken.
  5. Het bestuur bepaalt of een school wordt opgeheven en de ouders hebben maar te volgen. De Wet Medezeggenschap Scholen (WMS) legt precies vast wat de rechten van ouders en medewerkers zijn en welke procedures het bestuur moet volgen. Dat kan betekenen dat ouders moeten instemmen of adviseren, al naar gelang er sprake is fusie of sluiting.
  6. Advies en hulp kost geld en de ouders of medewerkers draaien daar voor op.
    Als de MR of alleen de oudergeleding (OMR) zich wil laten adviseren dan regelt de WMS dit allemaal keurig, wat betekent dat de ingeschakelde experts door het bestuur in redelijkheid dienen te worden betaald.
  7. Bij minder dan 50 leerlingen kan de school niet voortbestaan. Er bestaat onderwijskundig gezien geen criterium voor minimale grootte van een basisschool. Wel bestaat er een wettelijke onderkant van 23 leerlingen. In bijzondere gevallen (zoals op de Waddeneilanden) kan daar van worden afgeweken.
    Volgens de bekende Engelse hoogleraar Stephen Heppell vormen kleine scholen juist de toekomst. Toen ik vroeg wat voor hem het minimum aantal zou zijn antwoordde hij: drie of vier leerlingen. Door de slimme inzet van internet en educatieve programma’s kan onderwijs ook worden gedeeld.

Jan Lepeltak

Voor verdere info zie behoudkleinescholen.nl

 

 

 

 

 

De Agora-challenge

Reageer »

 

Leerlingen van Agor (Foto J.C.Lepeltak)

Door Jan Lepeltak

“Ze moeten het wel willen, anders kunnen ze beter een andere school zoeken.” “Sommige leerlingen hebben gewoon structuur nodig en daar is Agora niet zo geschikt voor”. Aldus enkele leerlingen van de Agora ‘school’ in Roermond tijdens een studiemiddag met als thema Leerlingen aan het stuur.

De Agora was de plek waar het sociale leven zich in het oude Griekenland afspeelde. Het woord agora betekent verzamelplaats. De agora was in eerste instantie een ontmoetings- en vergaderplaats voor de vrije burgers (mannen, want het werk werd in de regel door de vrouwen en de slaven gedaan). Oorspronkelijk kwam hier ook de volksvergadering bijeen. Daarnaast werd de agora gebruikt als marktplaats en als plek waar men zich kon ontspannen. (Wikipedia).

‘Leerlingen aan het stuur’ was opgezet door Gerdien Oort, docent Nederlands aan het Nieuwe Lyceum in Bilthoven, en Nicole Verhoeven, docent wiskunde aan De Werkplaats in Bilthoven. Zij hadden masterclasses gevolgd aan de Nederlandse School. Het was de Nederlandse School die de middag samen met Randstad Uitzendbureau mogelijk maakte. Een enthousiaste Suzanne von der Dunk, directeur onderwijs van Randstad, opende de middag in het imposante hoofdkantoor van Randstad. (meer…)

Bestseller-auteur Lucy Crehan (Cleverlands): Kwaliteit docent is bepalend

Reageer »
beleidInnovatiePublicaties

Lucy Crehan  (foto: J.C.Lepeltak)

Door Jan Lepeltak

Onlangs was voormalig leraar en onderwijsauteur Lucy Crehan in ons land waar zij in Amsterdam een presentatie verzorgde op het congres Make Shift Happen (MSH). Lucy bezocht in twee jaar scholen in onder meer Oost-Azië en sprak met leerlingen, ouders, docenten en onderwijsbobo’s in Finland, Japan, Singapore, Shanghai en Canada. Het gaat om landen die bekend staan als onderwijstoppers in studieresultaten volgens de PISA-onderzoeken. In haar boek Cleverlands (inmiddels een onderwijsbestseller) beschrijft ze op nuchtere en deskundige wijze haar ervaringen, waarbij ze ook haar twijfels over PISA niet onder stoelen of banken steekt. Al eerder meldden we dat het een bijzonder lezenswaardig boek opleverde.

Wij spraken met Lucy na het MSH-congres in het Amsterdamse Café-Restaurant Dauphine. Bij de voorbereiding zag ik op YouTube een vraaggesprek met haar op BBC-breakfast news.
Lucy oogt jonger, ze praat snel, is spontaan en bijzonder vriendelijk. Ze blijkt zeer geïnteresseerd in wat er in Nederland gebeurt, vooral de activiteiten van Leraren in Actie en de ontwikkelingen rond de Onderwijscoöperatie hebben haar aandacht naar blijkt. Haar interesse wordt verklaard door het feit dat ze al weer werkt aan een nieuw boek waarin de leraar centraal staat. Het verbaast dat ze feitelijk geen journalistieke ervaring heeft, wat je gezien de vlotte stijl en leesbaarheid van haar boek niet zou zeggen. (meer…)

Een van de weinige ICT-successen: de invoering van fysische informatica in het vo

Reageer »
DidactiekInformaticaLeerplanontwikkelingnatuurkunde

Prof. dr.Ton Ellermeijer (foto: J.C.Lepeltak)

 

Interview met dr. Ton Ellermeijer bij wie het 40 jaar geleden allemaal begon

Door Jan Lepeltak

Natuurkunde is het enige eindexamenvak in havo en vwo waar informatica deel van uit-maakt. Het onderdeel fysische informatica is sinds 1992-1993 integraal deel van het natuurkundecurriculum. Leraren zijn nageschoold (zonder enige registerdwang); er is lesmateriaal en hardware beschikbaar; kortom het is een heus, serieus vakonderdeel geworden. Aan de vier in balans voorwaarden van Kennisnet lijkt te zijn voldaan. Hoe is dat zo gekomen?

We bezochten in Amsterdam-Buitenveldert CMA. Deze spin-off van de Universiteit van Amsterdam bestaat in 2017 dertig jaar. Begonnen begin 80’er jaren binnen de didactiek natuurkunde vakgroep aan de UvA en vanaf 1987 als Stichting Centrum voor Micro-computer Applicaties (CMA). Vervolgens werkte CMA samen met het AMSTEL Instituut binnen de Bèta-faculteit (FNWI).  Een overactieve decaan sloot dit gerenommeerde instituut om zijn bezuinigingsdoelstellingen te halen om vervolgens zelf na twee jaar weer naar het bedrijfsleven te verhuizen, waar hij ook vandaan kwam. (meer…)

Bordeaux2017 en de verdere opmars van Scratch

Reageer »
codingICT
Mitchel Resnick (Mr.Scratch)

Mitchel Resnick  (foto: J.C.Lepeltak)

De ‘educatieve’ programmeertaal Scratch zet zijn opmars voort. Dat bleek tijdens de internationale Scratch-conferentie die eind-juli in Bordeaux werd gehouden. Ruim 300 deelnemers (ontwikkelaars, onderzoekers maar ook veel leraren) uit 40 landen wisselden ervaringen uit. Scratch is tien jaar geleden op het MIT ontwikkeld door Mitchel Resnick en zijn team. Scratch kan gezien worden als de opvolger van de 50 jaar geleden door Cynthia Solomon and Seymour Papert ontwikkelde programmeertaal LOGO. Inmiddels heeft de vorig jaar overleden Papert bijna een cultstatus. Ik zou kunnen zeggen dat Papert de profeet is en Resnick zijn evangelist.  Met zijn begin jaren ’80 verschenen klassieker Mindstorms gaf Papert richting aan een geheel nieuwe visie op IT-gebruik door kinderen. Zij moeten bepalen wat de computer doet en niet andersom. In 1986 interviewde ik Papert voor de Volkskrant in het net geopende Medialab van het MIT. Voor meer over Papert zie een PDF van mijn interview https://www.learningfocus.nl/2014/02/25/1986-interview-met-seymour-papert-mindstorms/.
Resnick is ook de denker achter de Computerclubhouse-beweging. Belangrijkste doelstelling kinderen in achterstandsituates toegang geven tot nieuwe media, kids die daar nauwelijks toegang toe hebben. In de jaren ’90 interviewde ik Mitchel Resnick wat leidde tot de oprichting van twee computerclubhuizen in Amsterdam die Mitchel diverse malen heeft bezocht. Zie voor het interview met Resnick en de relatie met de maker movement ook https://www.learningfocus.nl/2014/10/06/luister-en-vergeet-kijk-en-onthoudt-doe-en-begrijp/.

(meer…)

Hoe het vertrek van Prof.Frits Staal de filosofie in NL veranderde

Reageer »

 

books-of-frits-staal

Max Pam ging recent in een column in de Volkskrant in op de persoon en het belang van Staal als taalkundige en filosoof. Het vertrek van Staal uit Nederland had cultuurfilosofisch grote negatieve gevolgen.

Eind jaren ’90 had ik een bijzonder interessant gesprek in het Amsterdamse café de Zwart over de filosofie in Nederland met de inmiddels overleden literatuurcriticus en uitgever Antonie Mertens (1946-2009), en A.F.Th. van der Heijden, een van zijn auteurs.
Ik kende Antonie Mertens nog van mijn studie. Het gesprek ging over de staat van de filosofie in ons land en met name de kwestie Staal, die zich in de tweede helft van jaren ’60 aan de Universiteit van Amsterdam had afgespeeld. De Amsterdamse hoogleraar Frits Staal (1930-2012) werd het middelpunt van een affaire. Staal gold als een eminent en veelzijdig geleerde. Hij studeerde wis- en natuurkunde en filosofie, logica, Indiase filosofie, linguïstiek en Sanskriet.  Een geruchtmakend artikel in de Gids van 1967 was de bron van de controverse. Staal stelde in zijn Gidsartikel namelijk dat filosofie en ook metafysica het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek kunnen zijn.  Hij gaf aan dat er in de hedendaagse filosofie uitspraken gebezigd worden die echter geen zinvolle filosofie opleveren. Uitspraken als “Das Nichts nichtet” (Heidegger) zijn op geen enkele wijze te onderzoeken of te verifiëren en daarom zinloos. Staal’s opmerkingen over Heidegger en andere continentale (Duitse en Franse) wijsgeren werden hem door niet-analytisch ingestelde filosofen niet in dank afgenomen en leidden tot een hoog oplopende ruzie met zijn collega en voormalig docent Duits  de hoogleraar Jan Aler (1910-1992). Aler schreef zijn proefschrift bij Heidegger (een actieve nazi en antisemiet) maar promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam in 1947. Waarschijnlijk omdat Heidegger toen nog een beroepsverbod had.
Staal vertrok uiteindelijk na de nodige pesterijen naar de VS waar hij een mooie carrière opbouwde. Hij was o.a. hoogleraar aan het MIT en later de University of California in Berkeley.

Mertens maakte tijdens ons gesprek een opmerking die mij altijd is bijgebleven. Door het vertrek van Staal zijn we in Nederland een geheel andere kant uit gegaan.  De continentale filosofie, met wortels in het Duits idealisme werd dominant. Zelfs het gerenommeerde Instituut voor Grondslagenonderzoek en Filosofie der Exacte Wetenschappen, opgericht door de internationaal bekende wiskundige en filosoof Evert Beth, verdween.