LearningFocus. Adviseert, ontwerpt en ontwikkelt.

Samen werken aan leerprocessen. Lees meer over LearningFocus »

Verkiezingen 2017: Bedreigt de brede school de kleine school?

Reageer »
ICTkleine scholenkrimp
't klaverblad Drimmelen

’t klaverblad in Drimmelen moest sluiten

Kleine scholen in krimpregio’s zoals delen van Groningen, Friesland, Zeeland, delen van Brabant, Zeeland en Zuid-Limburg hebben het moeilijk. Hun voortbestaan wordt ernstig bedreigd. We hebben het dan gauw over zo’n 2000 scholen. Een goede kennis die voor D66 in een Groningse gemeenteraad zit vroeg ik hoe D66 hier tegenaan kijkt? Hij maakte me duidelijk dat D66 weinig in kleine scholen ziet.  Dat is erg jammer. Nog los van de emoties die de sluiting van de enige school in een kleine gemeenschap teweegbrengt, biedt ICT uitstekende mogelijkheden om te innoveren en een kleine school te behouden.
De afgelopen jaren heb ik een aantal medezeggenschapsraden van kleine scholen met succes mogen bijstaan. Van de innovatie heb ik later helaas nog niet zo veel gemerkt.
De problemen van een aantal kleine scholen was niet dat men onder de norm zat wat betreft het aantal leerlingen, het was meestal ook geen kwestie van kwaliteit of geld dat bij het bestuur leidde tot een voorgenomen besluit tot fusie dus feitelijke sluiting van de vaak meer dan 100 jaar oude dorpsschool. Wat dan wel? In veel gevallen werd al elders gebouwd aan een nieuwe brede school kilometers verderop. Een school met allerlei voorzieningen zoals dagopvang etc. Vaak waren er afspraken met de gemeente die investeerde in een nieuw gebouw voor een paar honderd leerlingen op basis van de belofte dat het bestuur door sluiting  van de kleine dorpsscholen voor de nodige leerlingen zal zorgen. Sommige nieuwe gebouwen stonden voor een deel leeg en dat was niet bedoeling. (meer…)

Voor honderden scholen dreigt in nieuwe schooljaar het doek te vallen

Reageer »
besturenfusiekleine scholenkrimpleraren

Wacht niet af bij dreiging

Het nieuwe schooljaar is voor de meeste scholen weer begonnen.  Dat betekent dat voor honderden kleine scholen het ook het laatste schooljaar zal zijn. Voor veel kleine kernen is sluiting een zeer dramatische gebeurtenis, die vaak onnodig is. Ouders en Medezeggenschapsraad hebben in het proces van opheffing/fusie vaak veel meer invloed dan ze zich bewust zijn. De sluiting is altijd het gevolg van een keuze die het bestuur maakt. Ook als de school onder de wettelijke norm uitkomt zijn er pragmatische oplossingen. Vaak zijn er al afspraken met de gemeente over een brede school waar de leerlingen heen gaan. Soms is men al met de bouw begonnen. Een brede school kan voordelen hebben maar als dat ten koste gaat van de vertrouwde dorpsschool dan ligt dat vaak anders.
De afgelopen jaren heb ik (samen met anderen) met succes een aantal ouders en MR’s van bedreigde scholen in o.a. Friesland, Drenthe en Overijssel mogen bijstaan. Slechts in een geval had dit geen succes omdat er werd feitelijk te laat aan de bel getrokken.
Tijdens mijn lectoraat aan de lerarenopleiding van Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden (NHL) heb ik de waarde van de kleine rurale school pas echt ontdekt. Volgens de internationaal bekende onderwijsexpert prof. Stephen Heppell zou de kleine school juist de norm moeten zijn.
Betrokkenen (zoals ouders, leraren en betrokken inwoners) aarzel vooral niet als er zich een opheffingsdreiging aankondigt om aan de bel te trekken en neem desgewenst contact op met mij.

Jan Lepeltak
j.lepeltak@learningfocus.nl , tel.: 06 5392 7287
Zie verder ook mijn artikel http://www.learningfocus.nl/2015/03/03/kleine-scholen-en-kwaliteit-gaan-goed-samen/

Puzzelen met vier uit balans?

2 reacties
beleidDidactiekImplementatie

puzzel kennisnetOnlangs verscheen Kennisnet met een ICT-puzzel voor bestuurders. Ik moest denken aan Vier in Balans waarover je nu weinig meer hoort.

Onderstaand (ingekort en enigszins bewerkte) kritische blog verscheen in 2011 in Vives. Gaat het vanaf 2011 beter met de implementatie? Moeilijk te zeggen omdat er in de loop der jaren niet steeds op dezelfde wijze werd gemeten, maar het lijkt me van wel. Het tempo blijft wel traag.
———-

Vier uit balans? (2011)
Ik herinner me een persconferentie van Bill Gates in het Amsterdams Hilton begin jaren ’90 waarin hij alle drukte over internet overdreven vond. Internet wordt overschat meende de visionair toen. Een misrekening die hij later ruiterlijk toegaf.

Ja, er is meer gebeurd dan we konden dromen. Maar gebeurt het ook in de scholen? Wanneer je jaarlijks de Vier in Balans monitor leest, slaat de twijfel toe. Het VO-gebruik lijkt zelfs af te nemen. Na 25 jaar is nog steeds iets minder dan de helft van de docenten slecht of matig op de hoogte zijn van “computertoepassingen voor onderwijsdoelen”. De toestand op de lerarenopleiding is weinig florissanter. Er worden nog steeds jonge leraren afgeleverd met nauwelijks kennis van didactisch ICT-gebruik. Het feitelijk “lesgebruik” in de scholen stijgt langzaam.

De vraag is of ons implementatiemodel wel geschikt is. Al jaren werken we met vier in Balans als model. Deskundigheid, ICT-infrastructuur, educatieve content, en onderwijsvisie, moeten min of meer gelijkmatig ontwikkeld zijn. Het een kan niet zonder het ander. (meer…)

‘Echte jongens’

1 reactie

De PO-raad ontdekte onlangs dat er wel erg weinig mannen voor de klas staan

In 2012 schreef ik dit blog

‘Echte jongens’

Kinderen op de basisschool hebben doorgaans een juf. Van de leraren basisonderwijs die jaarlijks afstuderen is ca. 12% een man. Na enkele jaren heeft bijna de helft van hen het onderwijs al weer de rug toegekeerd. Is dat erg? Is het erg als een jongen uit een eenoudergezin tot zijn puberteit alleen met juffen te maken heeft gehad? Kort voor de zomer was ik bij een bijeenkomst vanwege een film die Katinka de Maar voor de VPRO-tv aan het maken is over dit onderwerp. De titel  van de film is ‘Echte jongens’. Er waren naast de documentairemaakster, wetenschappers , enkele VPRO-medewerkers, een beleidsmedewerker van OCW en een specialist op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt, die zich bezighoudt met het stimuleren van ‘hij-instromers’.

In het begin maakte een van de aanwezige onderzoeksters principieel bezwaar tegen de titel van de documentaire. ‘Echte jongens’ vond zij stigmatiserend en te stereotype ten opzichte van bijvoorbeeld homostellen. Katinka stelde terecht dat de titel discussie uitlokt en ook ironisch kan worden opgevat.

Maakt alleen vrouwen voor de klas iets uit bij het leren van jongens? De onderzoekers meenden van niet. Er was geen wetenschappelijk bewijs voor. Maar de resultaten van een grootschalig  Engels onderzoek dan dat begin 2012 werd gepubliceerd? De reden waarom jongens minder presteren in de klas komt doordat ze beoordeeld worden door een vrouw, althans dat stelt de Engelse kwaliteitskrant The Independent. Een nogal stevige conclusie. Uit het Engelse onderzoek onder 1200 scholieren in 29 scholen, bleek dat vrouwelijke docenten aan jongens significant lagere cijfers geven dan anonieme mannelijke examinatoren.  Dat leidde tot verontwaardigde reacties op de Independentsite. Zie: http://www.independent.co.uk/news/education/education-news/female-teachers-accused-of-giving-boys-lower-marks-6943928.html .

 

In de meeste West-Europese landen staan in het basisonderwijs veel meer vrouwen dan mannen voor de klas. Rolmodellen zijn belangrijk in het onderwijs. Meer vrouwen als docent in de bèta-vakken maakt echt uit, zo weten we. Maar het is toch complexer. Het is merkwaardig dat Nederland uitzonderlijk slecht scoort als het gaat om het aantal vrouwen voor science (6,1%),  wiskunde en informatica-beroepen. Duitsland, Frankrijk en Italië hebben bijna het dubbele percentage vrouwelijke studenten in dit soort studies. (Bron: Eurostat september 2011). Terwijl daar ook in het merendeel vrouwen voor de klas staan. Italie, met bijna overwegend vrouwen voor de klas, scoort in Bèta-studies en engineering aanzienlijk beter dan Nederland.

Het blijkt dat rond de leeftijd van 14 jaar meisjes besluiten dat bèta en techniek niets voor hen is. Er moet dus iets eerder gebeuren. Het heeft misschien toch met de lerarenopleiding te maken.  Op de PABO zijn vakken als beeldende vorming, bewegingsonderwijs, handvaardigheid, dans, drama en muziek bij veel vrouwelijke studenten erg geliefd. “De studiekeuze wordt vaak bepaald door het idee om lekker met kinderen bezig te zijn” vertrouwde  een PABO-docent mij toe. Toen ik jaren geleden zelf les gaf op een PABO en aan jongens vroeg waarom ze stopten met de opleiding, kreeg ik vaak als antwoord dat ze de studie te weinig uitdagend vonden, te soft en eigenlijk te makkelijk. Inmiddels is er het nodige aan het veranderen en komt er meer aandacht voor de kennisvakken en techniek. We kennen nu ook de academische PABO (waarvoor je een VWO-diploma moet hebben). Er moet echt meer gebeuren dan alleen maar ‘echte jongens’ voor de klas. Over een ding was iedereen het die middag wel eens: een organisatie met overwegend vrouwen is evenmin wenselijk als een organisatie met alleen maar mannen. Gemengde organisaties functioneren en presteren nu eenmaal beter.

 

Jan Lepeltak

 

Ontwikkel alternatieven bij dreigende sluiting

2 reacties
beleidbesturenkleine scholenkrimpopheffing

 

Ouders kunnen via MR  een alternatief plan bedenken

In een brief van 4 mei 2015 aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW dat hij de positie van ouders wil versterken door middel van een beschrijving van de procedure die de medezeggenschapsraad (‘MR’), waarin ouders vertegenwoordigd zijn, kan volgen om alternatieven voor een fusie of sluiting voor te leggen aan het bevoegd gezag. Zo’n alternatief kan zijn de overdracht van de school aan een ander bevoegd gezag, bijvoorbeeld de Verenigde Zelfstandige Dorpsscholen.
Begin dit jaar kwam een belangrijke handreiking (zie hieronder) uit van het Experticecentrum Onderwijsgeschillen. Die handreiking is in opdracht van het OCW geschreven door twee vooraanstaande juristen. Het toont zeer gedetailleerd aan dat de Medezeggenschapsraad een instantie is die meer bevoegdheden (lees ook macht) heeft dan men zich doorgaans realiseert. De afgelopen jaren ben ik in adviserende zin een aantal malen betrokken geweest bij dreigende schoolsluiting van een kleine school doorgaans in een krimpgebied.
In de handreiking worden een aantal fases in zo’n fusie/opheffingproces genoemd. Vaak moest ik dikke dossiers doorspitten opgesteld door advocaten van beide partijen (bestuur en MR). Dit was meestal de laatste van de vier fases. Geen leuk werk en wat treurig dat het zover moest komen. Het vreet energie en middelen waarvan ik liever zag dat deze aan het onderwijs en de leerlingen werden besteed. (meer…)

KomenskyPost vanaf 1 mei

Reageer »
asielkinderenbeleidbesturencodingCommunicatieconnected learningDidactieke-learningICTImplementatiekrimpLeerplanontwikkelinglerarensocial media

KomenskyPost header nieuw

De hoeveelheid informatie over ontwikkelingen op het gebied van innovatie en onderwijs zoals die via blogs dagelijks tot ons komt is voor een individu niet meer bij te houden. KomenskyPost selecteert, vat kort samen, schrijft zelf en linkt. Zo wil de redactie iedere geïnteresseerde op de hoogte houden. De redactie is daarbij volledig onafhankelijk.De humanistische vrijdenkersgeest van Komensky speelt daarbij een rol.

Komensky, beter bekend als Comenius (1592 – 1670), was asielzoeker (in Nederland), pedagoog, onderwijsvernieuwer en humanist. Hij was de eerste pedagoog die het belang van het gebruik van afbeeldingen in het onderwijs benadrukte. Comenius stond standenloos onderwijs voor, waarbinnen elk kind zich volledig kon ontwikkelen. Zijn opvattingen zijn nog opmerkelijk actueel.

www.komenskypost.nl

War Child en Connected Learning

Reageer »
asielkinderenbeleidblended learningCommunicatieconnected learninge-learningICTInformaticakrimponderzoekwar childwiskunde

Deze week was ik aanwezig bij een indringende presentatie van Kate Radford, programmamanager bij War Child.  Dit in het kader van een persbijeenkomst rond Connected Learning georganiseerd door Cisco Nederland. Cisco presenteerde  hun concept en visie met betrekking tot Connected Learning.
Het gaat onder meer om het implementeren van robuuste en veilige infrastructuren en het Internet of Everything (dus met domotica-toepassingen) en het integreren van zinvolle toepassingen daarbinnen. Ik beperk me nu even tot het funderend onderwijs, maar er waren ook presentaties vanuit het hbo.
Kansen voor Connected Learning zijn er natuurlijk genoeg in het K-12 onderwijs. Er zijn veel gebieden waar het lesgeven moeilijk is en het een uitdaging is om voor kinderen in hun eigen gemeenschappen onderwijs te verzorgen. Gebieden waar ook sprake is van sense of urgency. Dat kan gaan om bijvoorbeeld de eilanden in Indonesische archipel, kleine scholen in Nederlandse krimpgebieden, maar natuurlijk helemaal in conflictgebieden. (meer…)

Nederland nog steeds sloomste jongetje van de informatica klas

Reageer »
beleidcodingCommunicatieDidactiekICTImplementatieInformaticaInnovatielerarenonderzoek

We beginnen met het goede nieuws. De Vernieuwingscommissie Informatica havo/vwo onder voorzitterschap van Erik Barendsen is onlangs met een degelijk advies gekomen voor het eindexamenprogramma havo/vwo. Hier is over nagedacht. Het voorstel wordt breed gedragen. Het advies zit inhoudelijk goed in elkaar.  Ik mis wel aandacht voor de didactiek. Ideeën over hoe je je examendoelen bereikt zonder te vervallen in traditionele instructie? Wellicht komt dat in de voorgestelde handleiding voor invoering naar de scholen aan de orde.  Verder is het onderscheiden van 18 kennisdomeinen misschien wat veel van het goede. Zelf zou ik het keuzethema Algoritmiek, berekenbaarheid en logica eerder onder het kerndomein grondslagen laten vallen. Zolang we geen quantumcomputers hebben lijkt dit me een vrij elementair en duurzaam onderdeel van de informatica. Heeft men nog van de ervaringen van het  succesvolle vak fysische informatica kunnen leren? Ik lees er niet over.
Maar hoe zit het met het slechte nieuws? Als het om Coding/computational thinking op school gaat, behoren wij langzamerhand tot het slome jongetje in de Europese klas. Zie het onderzoek van het European Schoolnet van 2015 http://fcl.eun.org/documents/10180/14689/Computing+our+future_final.pdf/746e36b1-e1a6-4bf1-8105-ea27c0d2bbe0.
Het keuzevak informatica wordt gekozen door zo’n 12% van de leerlingen. Daar verandert het advies weinig aan. Dat is geen verwijt. De opdracht was nu eenmaal ontwerp een nieuw examenprogramma voor het keuze vak informatica in de 2e fase van havo/vwo. Dit vak  bevindt zich al jaren in negatieve spiraal, zo wordt ook in het advies terecht opgemerkt.  Het advies biedt geen de oplossing biedt. Hoe wordt de computationele kennis van de overige leerlingen geborgd? Niet dit dus.
Het probleem is dat het onze bewindspersonen ontbreekt aan een visie over de plek van Coding/computational thinking in ons huidige onderwijs. Geen visie is ook een visie namelijk de slechts denkbare. Platform 2032 waar de bewindspersonen zo gretog naar verwijzen (‘ik neem alles over’ zegt Dekker) vindt het belangrijk en daar blijft het voorlopig bij. De blik is gericht op de horizon van 2032.  We lezen voorstellen voor procedures van curriculumontwikkeling in het Onderwijs2032 advies. Vooralsnog duurt het, valt te vrezen ,jaren voor er onderwijsbreed iets met Coding gaat gebeuren in ons onderwijs.
Vaak wordt naar Engeland gekeken als het om de voortvarende invoering van coding gaat. Zie ook het Kennisnetrapport waarin het inspirerende project Computing at Schools (CAS) wordt beschreven https://www.kennisnet.nl/fileadmin/kennisnet/publicatie/Computing_onderwijs_in_de_praktijk.pdf . Inmiddels is ook François Hollande bezig met de invoering van zijn nationale programma L’école Numérique. Vanaf komend schooljaar zullen alle kinderen in de basisschool kennismaken met programmeren en de digitale cultuur. Deze lijn wordt in het schooljaar 2016-2017 ook in het voortgezet onderwijs voortgezet, waarbij voor leerlingen ook verdieping mogelijk is. Er wordt daarnaast stevig ingezet op de professionalisering van de docenten. Een jaar nadat de Président de la République de eerste stichting van een Grande École du Numérique bekend maakte, opende deze begin februari 2016 haar deuren. Uiteraard is er commotie over de plannen,  zo hoort dat ook en dat is in Frankrijk te verwachten, maar de voortvarende jonge, charismatische Franse minister van onderwijs Najat Belkacem (geb. in Marokko 1977) houdt stug vol. Zie haar site http://www.najat-vallaud-belkacem.com/. Twitteren doet Najat ook. Zij heeft bijna een half miljoen volgers (Mark Rutte heeft er 50.000 en Jet Bussemaker nog geen 5000).
De directe bemoeienis van president Hollande en Najat Belkacem geven aan hoe belangrijk de Franse politiek L’école Numérique vindt. Dat Sander Dekker zijn directeur-generaal po-vo stuurt om het advies van de Vernieuwingscommissie Informatica havo/vwo eind maart in ontvangst te nemen is weinig hoopvol.

Learn different: The AltSchools

1 reactie
beleidblended learningcodingDidactieke-learningICTInnovatielerarenLerenmulitmediaroboticasocial media

Learn different: The AltSchools

De school als  ‘for profit’ organisatie.

‘Think different’ was het motto van Steve Jobs. Zijn weduwe Laurene Powell Jobs heeft via haar charity vijftig miljoen dollar gereserveerd voor onderwijsvernieuwing daarbij is “Learn different’ het devies geworden. In The New Yorker van 7 maart 2016 staat een interessant artikel over de zogenaamde AltSchools in de VS. De Alt-schools zijn basisscholen (groep 1 tot en met groep 8) waarbij technologie een centrale rol speelt en die in hun aanpak sterk doen denken aan de Iederwijsschool van ruim 10 jaar geleden.  Maurice de Hond zou er zijn vingers bij aflikken en Aleid Truijens zou er van wakker liggen.

De AltSchools, er zijn er inmiddels vijf in de VS en er volgen er nog vijf (Manhattan, Chicago, San Francisco), willen de leerlingen voorbereiden op hun werkomgeving in de 21e eeuw. ‘Needs and passions’ is het devies. Kleine klassen, kleine teams waarbij een van de leerkrachten als schoolhoofd optreedt en gepersonaliseerd leren centraal staat en waar allerlei programmatuur voor wordt ontwikkeld.  Het schoolgeld voor de AltSchools bedraagt $ 30.000,-  maar dan krijg je ook wat. De eerste scholen zijn in 2013 gestart. (meer…)

Waarom Midas Dekkers door mijn leraar Engels van zijn geloof viel

1 reactie
herinnering

Genoten van het EO-interview afgelopen zondag met Midas Dekkers. Ik wist dat we samen op dezelfde jezuïetenschool in Amsterdam hadden gezeten, maar dat hij in de eerste klas van zijn geloof was gevallen door onze leraar Engels pater Mooijman was nieuw.  Aanleiding was zijn vraag aan pater Mooijman of hij nog in god geloofde. De reactie van pater Mooijman was dermate heftig dat dit de jonge Wandert Dekkers (zijn eigenlijke voornaam) aan het denken zette.
Mooijman was een uitstekende leraar Engels (sowieso was het lerarenteam dat voor een groot deel uit paters bestond ver bovengemiddeld, zoals ook Midas Dekkers stelde). Mooijman was de uitvinder in Nederland van de communicatieve taalmethode. In de Engelse les werd uitsluitend Engels gesproken en wie het waagde om Nederlands te spreken kon pijnlijk in aanraking komen met zijn liniaal. Hij was ook de eerste die een talenpracticum gebruikte in het middelbaar onderwijs.
Mooijman moest niets hebben van de paus, hij sprak van dat mannetje in Rome die dacht dat hij het wel voor ons kon uitmaken (dit speelde tijdens de zogenaamde affaire Kilsdonk en gerommel in de Nederlandse RK-kerk in de jaren ’60).  Mooijman was een zeer eigenzinnig mens. Bijzonder was dat wij (mijn vrienden en ik) ooit een klompje hasj van hem kregen. “Niet zeggen dat je het van mij hebt, ik ben er ook met toeval aangekomen. Ik hoor wel hoe jullie ervaring is”.  Wij consumeerden dit stukje tijdens het schoolfeest dat we samen met de RK-meisjes van het nabije lyceum vierden, de school van Aleid Truijens (onze school was toen nog een jongensschool). “Wat ruikt hier toch vreemd hoorde ik een van de surveillerende patesr zeggen.” Het was de tijd dat je als hoogste klassers nog gewoon mocht roken en een biertje drinken tijdens een schoolfeest. Gelukkig mag dat niet meer, want wij zijn tenslotte allemaal slecht terecht gekomen.