Categorie: ICT

Waarom het aantal “dyslectici” schrikbarend toeneemt

Reageer »
ICT

 

Prof.dr.Anna Bosman
Prof.dr.Anna Bosman

Onderstaand blog is door mij geschreven voor de I-zine www.komenskypost.nl . Doordat andere media het blog overnamen onderstond er landelijke aandacht voor de sterke groei van dyslexie in Nederland. Het resulteerde o.m. in een openingsitem van het NOS-journaal en een optreden van Prof.Bosman in RTL-late night.

Was in Nederland in 2007 nog 1,6% van de leerlingen officieel dyslectisch in 2015 was dit aantal gegroeid tot 10,5%. Anna Bosman (hoogleraar ‘Dynamiek van leren en ontwikkeling’) hield een glashelder, nuchter verhaal over dyslexie tijdens ResearchEd. Hier kwamen praktijk en onderzoek voorbeeldig samen.

Bij leren lezen en spellen speelt de aanleg van de lezer/speller een rol. Een grotere rol spelen de eigenschappen van de geschreven taal (de relatie van het grafeem/schrijfteken met de klank). De belangrijkste rol speelt de kwaliteit van de instructie. Anna Bosman ontmythologiseert op basis van wetenschappelijk onderzoek een aantal vastgeroeste opvattingen. We zetten ze even op een rijtje:

- Er is geen relatie tussen gender en dyslexie.

- Intelligentie speelt bij leren lezen en spellen nauwelijks een rol.

- Er is geen noemenswaardige samenhang tussen het geheugen / de executieve functies en kunnen spellen en lezen.

- Dialectsprekers zijn soms in het nadeel en soms in het voordeel.

- Een visuele beperking speelt nauwelijks een rol. Al geven visueel beperkten, als dat nog kan, de voorkeur aan een te lezen tekst in plaats van braille. Het hebben van een auditieve beperking is daarentegen wel een groot nadeel.

- Eigenschappen van een (geschreven) taal spelen ook een rol.  Als de schrijfwijze/spelling consistent is dan heeft dat een gunstig effect, zoals bij het Fins in tegenstelling tot het Engels bijvoorbeeld. In het Nederlands is met name de werkwoordspelling een probleem.

Maar hoe zit het nu met de diagnose dyslexie en dyscalculie? De volgende criteria worden gebruikt bij het vaststellen van dyslexie:

  1. Het discrepantiecriterium. De resultaten zijn significant minder dan het IQ. Dit is een heel twijfelachtig criterium. Als je nooit goed spellingonderwijs hebt genoten dan kun je met dat IQ niets uit.
  2. Het exclusiecriterium. Als je verder geen enkele andere stoornis hebt die verantwoordelijk zou kunnen zijn. Vgl. auditieve stoornis.
  3. Het ernstcriterium. Als je achterstand substantieel is (bijvoorbeeld gebaseerd op de CITO-normen)
  4. Resistentiecriterium. Ondanks uitgebreide remediering (bijv. na 6 maanden) is er geen vooruitgang te zien.

Kortom de criteria rammelen soms. Anna Bosman zei het niet maar het hele commerciële circus rond dyslexie speelt ook een rol

Prof. Bosman kwam in aanraking met Douwe Sikkes, een leraar die op zijn basisschool geweldige resultaten boekte met zijn didactische aanpak van het rekenonderwijs, “Zo leer je kinderen rekenen”. Uit haar onderzoek bleek dat hij in 6 weken tijd een rekenachterstand van 2 jaar kon wegwerken. Ook heeft ze de methodiek voor lezen en spellen van José Schraven onderzocht. Op haar site kunt u hiervan de resultaten zien. Schraven’s “Zo Leer je Kinderen Lezen en Spellen” (ZLKLS) is voor een beperkt bedrag te bestellen en levert geweldige resultaten op. Meer dan de helft van haar leerlingen haalden de hoogste testscores. De laagste scores (zogenaamde ‘dyslectische leerlingen) kwamen nauwelijks meer voor. Zie voor de getallen haar site en kijk  bij presentaties voor professionals in de praktijk http://www.annabosman.eu/.

Goed opgeleide leraren dienen volgens Bosman te beschikken over inhoudelijke vakkennis, kennis van leerprocessen, effectief klassemanagement, relationele en didactische vaardigheden. De leerlingen moeten de docent goed kunnen zien; daar dient bij opstelling in het lokaal rekening mee te worden gehouden. Begin met klassikale, directe instructie + begeleide oefening (ca. 25 min.) Daarna volgt de individuele verwerking op niveau waarbij de leerkracht rondloopt, controleert en feedback geeft (ca. 25 min).

Bosman vindt het belangrijk dat ICT sterk wordt beperkt in onderbouw. Kinderen leren met hun hele lichaam (zoals Jelle Jolles ook in zijn boek stelt). Interactie met elkaar, samenwerkend leren dus, bevordert de cognitieve en sociale ontwikkeling. Een jong kind kan men dus niet lang achter de iPad laten werken. Voorkom in je educatieve software het gokken. Daar leert men niets van. Koppel feedback direct aan uitleg.

De eindconclusie van Anna Bosman: de leraar is onvervangbaar en onbetaalbaar.


Wel of niet programmeren in de basisschool?

Reageer »
ICTInformaticarobotica

DSC07064

Deze vraag wordt vaak gesteld en de antwoorden zijn verschillend.  Er zijn goede argumenten om met coding en computational thinking (CT) in het basisonderwijs te beginnen. Maar er zijn evenzogoed valide argumenten om dat nog niet te doen.

Door Jan Lepeltak

Laat een ding duidelijk zijn: leerlingen moeten in ieder geval vanaf het begin van het voortgezet onderwijs met CT in het curriculum in aanraking komen. Dat er nog geen enkel zicht is op wanneer dat gaat gebeuren is onbegrijpelijk en onverantwoord. In dit artikel ga ik in op de argumenten voor en tegen coding en computational thinking (wat niet hetzelfde is als coding).
Toch eerst een stukje geschiedenis. Je politiek verantwoorden met verwijzing naar Dijsselbloem (‘het moet uit het veld komen’) is een handige truc met beperkte houdbaarheid. Er waren in het verleden gelukkig politici die wel over visie, durf en daadkracht beschikten. Sander Dekker zet een VVD-traditie voort. Zijn voorganger Luuk Hermans sprak in een interview dat ik in 1999 met hem had over brede invoering van internet in het onderwijs steeds over eerst een noodzakelijk nut en noodzaakdiscussie. Het was de vermaledijde onderwijsminister Deetman (die zelf uit bestuurlijk onderwijsland kwam) die adviezen over kleinschalige pilots in de jaren ’80 naast zich neerlegde. (meer…)

(Edu)meetups, bijeenkomsten van en door leraren georganiseerd

2 reacties
CommunicatieDidactiekICTlerarenPresentatiesProfessionalisering

Rotterdam hielp Amsterdam enige tijd gelden met een interessant initiatief. In navolging en met gebruikmaking van de ervaringen van de succesvolle Meetups010 bijeenkomsten in de grote havenstad aan de Maas vond de eerste meetup020 in Amsterdam plaats.
Even ter vergelijking: bij de raadpleging rond Onderwijs2032 in de Amsterdamse Balie waren ca. 35 personen aanwezig, waarvan ongeveer 15 personen die voor de klas stonden en zeker vijf personen tot de organisatie behoorden.  De raadpleging was georganiseerd door de Onderwijscoöperatie ( ‘Van, voor en door de leraar’).
Hoe anders was de situatie in het schoolgebouw van het nieuwe Cartesius2 Lyceum (enkele jaren geleden nog thuishaven van circus Elleboog).  Meetup020 werd afgelopen dinsdagavond door bijna 70 personen bezocht.  Men moest de inschrijving vanwege de grote belangstelling stop zetten. Van de aanwezigen was veruit de meerderheid leraar.

“Het belangrijkste adagium van Frans is, blijf onafhankelijk en laat je niet betalen door de gemeente of wie dan ook. Eerst krijg je wat geld en al gauw verwacht men wederdiensten.”

De bedoeling van deze informele,  door onderwijsmensen georganiseerde bijeenkomsten,  is vooral ervaring en kennis delen. Maar ook discussiëren over nieuwe ideeën, plannen et cetera. Inmiddels schieten deze succesvolle bijeenkomsten als paddenstoelen uit de grond. Ze vormen de bewijzen van een nieuwe trends waarbij ‘ongeorganiseerd’  bijeenkomsten door groepen betrokkenen worden georganiseerd rond zelf ingebrachte thema’s. (meer…)

Wat is het verschil tussen coding en computational thinking?

2 reacties
codingDidactiekICTInformaticarobotica

 

Workshops Robopal

Workshops Robopal

In de codeweek die onlangs werd gehouden lag de nadruk sterk op programmeren. Programmeren is niet hetzelfde als computational thinking (CT). De vraag die men vaak hoort is of programmeren/coding wel thuis hoort in het programma van de basisschool? Als kinderen dat leuk vinden, waarom niet? Er zijn meer zaken leuk die belangrijk lijken en die niet meer bestaan, zoals schoolzwemmen bijvoorbeeld. Vraag is hoe zou een CT-leerplan dat meer is dan puur coding eruit kunnen zien?

Door Jan Lepeltak

De didactiek voor programmeren heeft een lange voorgeschiedenis en begint bij de dit jaar overleden Seymour Papert (hoogleraar aan het medialab van het MIT). Papert ontwikkelde samen met anderen de programmeertaal Logo in de jaren ‘70/’80 van de vorige eeuw. Een kernidee was dat leerlingen kennis ontwikkelen in interactie met de fysieke wereld waarin ze zich bevinden. Dat kan ook gelden voor computers. In de oertijd van Logo leerden kinderen hoe ze een virtuele of fysieke schildpad kunnen aansturen (lees programmeren). Uitgangspunt van Papert was dat kinderen leren ‘in control’ te zijn van de computers en niet andersom.

Het concept van CT kan gezien worden als een verdere verdieping van de ideeën rond programmeren in het onderwijs en past goed in de traditie van Logo en de Maker Educatie. Niet verwonderlijk  als men weet dat Mitchell Resnick, die met zijn MIT-medialabteam Scratch ontwikkelde, een leerling is van Papert.
Jeanet Wing, voormalig hoogleraar computerwetenschap aan de Carnegie Mellon University introduceerde het begrip CT in 2006. Volgens Wing gaat het bij CT niet alleen om coding en programmeren. Er is meer. Het gaat ook over de vraag welk soort problemen door computers kunnen worden opgelost en welke beter door mensen kunnen worden getackeld,  omdat mensen er gewoon beter in zijn. (meer…)

Verkiezingen 2017: Bedreigt de brede school de kleine school?

Reageer »
ICTkleine scholenkrimp
't klaverblad Drimmelen

‘t klaverblad in Drimmelen moest sluiten

Kleine scholen in krimpregio’s zoals delen van Groningen, Friesland, Zeeland, delen van Brabant, Zeeland en Zuid-Limburg hebben het moeilijk. Hun voortbestaan wordt ernstig bedreigd. We hebben het dan gauw over zo’n 2000 scholen. Een goede kennis die voor D66 in een Groningse gemeenteraad zit vroeg ik hoe D66 hier tegenaan kijkt? Hij maakte me duidelijk dat D66 weinig in kleine scholen ziet.  Dat is erg jammer. Nog los van de emoties die de sluiting van de enige school in een kleine gemeenschap teweegbrengt, biedt ICT uitstekende mogelijkheden om te innoveren en een kleine school te behouden.
De afgelopen jaren heb ik een aantal medezeggenschapsraden van kleine scholen met succes mogen bijstaan. Van de innovatie heb ik later helaas nog niet zo veel gemerkt.
De problemen van een aantal kleine scholen was niet dat men onder de norm zat wat betreft het aantal leerlingen, het was meestal ook geen kwestie van kwaliteit of geld dat bij het bestuur leidde tot een voorgenomen besluit tot fusie dus feitelijke sluiting van de vaak meer dan 100 jaar oude dorpsschool. Wat dan wel? In veel gevallen werd al elders gebouwd aan een nieuwe brede school kilometers verderop. Een school met allerlei voorzieningen zoals dagopvang etc. Vaak waren er afspraken met de gemeente die investeerde in een nieuw gebouw voor een paar honderd leerlingen op basis van de belofte dat het bestuur door sluiting  van de kleine dorpsscholen voor de nodige leerlingen zal zorgen. Sommige nieuwe gebouwen stonden voor een deel leeg en dat was niet bedoeling. (meer…)

KomenskyPost vanaf 1 mei

Reageer »
asielkinderenbeleidbesturencodingCommunicatieconnected learningDidactieke-learningICTImplementatiekrimpLeerplanontwikkelinglerarensocial media

KomenskyPost header nieuw

De hoeveelheid informatie over ontwikkelingen op het gebied van innovatie en onderwijs zoals die via blogs dagelijks tot ons komt is voor een individu niet meer bij te houden. KomenskyPost selecteert, vat kort samen, schrijft zelf en linkt. Zo wil de redactie iedere geïnteresseerde op de hoogte houden. De redactie is daarbij volledig onafhankelijk.De humanistische vrijdenkersgeest van Komensky speelt daarbij een rol.

Komensky, beter bekend als Comenius (1592 – 1670), was asielzoeker (in Nederland), pedagoog, onderwijsvernieuwer en humanist. Hij was de eerste pedagoog die het belang van het gebruik van afbeeldingen in het onderwijs benadrukte. Comenius stond standenloos onderwijs voor, waarbinnen elk kind zich volledig kon ontwikkelen. Zijn opvattingen zijn nog opmerkelijk actueel.

www.komenskypost.nl

War Child en Connected Learning

Reageer »
asielkinderenbeleidblended learningCommunicatieconnected learninge-learningICTInformaticakrimponderzoekwar childwiskunde

Deze week was ik aanwezig bij een indringende presentatie van Kate Radford, programmamanager bij War Child.  Dit in het kader van een persbijeenkomst rond Connected Learning georganiseerd door Cisco Nederland. Cisco presenteerde  hun concept en visie met betrekking tot Connected Learning.
Het gaat onder meer om het implementeren van robuuste en veilige infrastructuren en het Internet of Everything (dus met domotica-toepassingen) en het integreren van zinvolle toepassingen daarbinnen. Ik beperk me nu even tot het funderend onderwijs, maar er waren ook presentaties vanuit het hbo.
Kansen voor Connected Learning zijn er natuurlijk genoeg in het K-12 onderwijs. Er zijn veel gebieden waar het lesgeven moeilijk is en het een uitdaging is om voor kinderen in hun eigen gemeenschappen onderwijs te verzorgen. Gebieden waar ook sprake is van sense of urgency. Dat kan gaan om bijvoorbeeld de eilanden in Indonesische archipel, kleine scholen in Nederlandse krimpgebieden, maar natuurlijk helemaal in conflictgebieden. (meer…)

Nederland nog steeds sloomste jongetje van de informatica klas

Reageer »
beleidcodingCommunicatieDidactiekICTImplementatieInformaticaInnovatielerarenonderzoek

We beginnen met het goede nieuws. De Vernieuwingscommissie Informatica havo/vwo onder voorzitterschap van Erik Barendsen is onlangs met een degelijk advies gekomen voor het eindexamenprogramma havo/vwo. Hier is over nagedacht. Het voorstel wordt breed gedragen. Het advies zit inhoudelijk goed in elkaar.  Ik mis wel aandacht voor de didactiek. Ideeën over hoe je je examendoelen bereikt zonder te vervallen in traditionele instructie? Wellicht komt dat in de voorgestelde handleiding voor invoering naar de scholen aan de orde.  Verder is het onderscheiden van 18 kennisdomeinen misschien wat veel van het goede. Zelf zou ik het keuzethema Algoritmiek, berekenbaarheid en logica eerder onder het kerndomein grondslagen laten vallen. Zolang we geen quantumcomputers hebben lijkt dit me een vrij elementair en duurzaam onderdeel van de informatica. Heeft men nog van de ervaringen van het  succesvolle vak fysische informatica kunnen leren? Ik lees er niet over.
Maar hoe zit het met het slechte nieuws? Als het om Coding/computational thinking op school gaat, behoren wij langzamerhand tot het slome jongetje in de Europese klas. Zie het onderzoek van het European Schoolnet van 2015 http://fcl.eun.org/documents/10180/14689/Computing+our+future_final.pdf/746e36b1-e1a6-4bf1-8105-ea27c0d2bbe0.
Het keuzevak informatica wordt gekozen door zo’n 12% van de leerlingen. Daar verandert het advies weinig aan. Dat is geen verwijt. De opdracht was nu eenmaal ontwerp een nieuw examenprogramma voor het keuze vak informatica in de 2e fase van havo/vwo. Dit vak  bevindt zich al jaren in negatieve spiraal, zo wordt ook in het advies terecht opgemerkt.  Het advies biedt geen de oplossing biedt. Hoe wordt de computationele kennis van de overige leerlingen geborgd? Niet dit dus.
Het probleem is dat het onze bewindspersonen ontbreekt aan een visie over de plek van Coding/computational thinking in ons huidige onderwijs. Geen visie is ook een visie namelijk de slechts denkbare. Platform 2032 waar de bewindspersonen zo gretog naar verwijzen (‘ik neem alles over’ zegt Dekker) vindt het belangrijk en daar blijft het voorlopig bij. De blik is gericht op de horizon van 2032.  We lezen voorstellen voor procedures van curriculumontwikkeling in het Onderwijs2032 advies. Vooralsnog duurt het, valt te vrezen ,jaren voor er onderwijsbreed iets met Coding gaat gebeuren in ons onderwijs.
Vaak wordt naar Engeland gekeken als het om de voortvarende invoering van coding gaat. Zie ook het Kennisnetrapport waarin het inspirerende project Computing at Schools (CAS) wordt beschreven https://www.kennisnet.nl/fileadmin/kennisnet/publicatie/Computing_onderwijs_in_de_praktijk.pdf . Inmiddels is ook François Hollande bezig met de invoering van zijn nationale programma L’école Numérique. Vanaf komend schooljaar zullen alle kinderen in de basisschool kennismaken met programmeren en de digitale cultuur. Deze lijn wordt in het schooljaar 2016-2017 ook in het voortgezet onderwijs voortgezet, waarbij voor leerlingen ook verdieping mogelijk is. Er wordt daarnaast stevig ingezet op de professionalisering van de docenten. Een jaar nadat de Président de la République de eerste stichting van een Grande École du Numérique bekend maakte, opende deze begin februari 2016 haar deuren. Uiteraard is er commotie over de plannen,  zo hoort dat ook en dat is in Frankrijk te verwachten, maar de voortvarende jonge, charismatische Franse minister van onderwijs Najat Belkacem (geb. in Marokko 1977) houdt stug vol. Zie haar site http://www.najat-vallaud-belkacem.com/. Twitteren doet Najat ook. Zij heeft bijna een half miljoen volgers (Mark Rutte heeft er 50.000 en Jet Bussemaker nog geen 5000).
De directe bemoeienis van president Hollande en Najat Belkacem geven aan hoe belangrijk de Franse politiek L’école Numérique vindt. Dat Sander Dekker zijn directeur-generaal po-vo stuurt om het advies van de Vernieuwingscommissie Informatica havo/vwo eind maart in ontvangst te nemen is weinig hoopvol.

Learn different: The AltSchools

1 reactie
beleidblended learningcodingDidactieke-learningICTInnovatielerarenLerenmulitmediaroboticasocial media

Learn different: The AltSchools

De school als  ‘for profit’ organisatie.

‘Think different’ was het motto van Steve Jobs. Zijn weduwe Laurene Powell Jobs heeft via haar charity vijftig miljoen dollar gereserveerd voor onderwijsvernieuwing daarbij is “Learn different’ het devies geworden. In The New Yorker van 7 maart 2016 staat een interessant artikel over de zogenaamde AltSchools in de VS. De Alt-schools zijn basisscholen (groep 1 tot en met groep 8) waarbij technologie een centrale rol speelt en die in hun aanpak sterk doen denken aan de Iederwijsschool van ruim 10 jaar geleden.  Maurice de Hond zou er zijn vingers bij aflikken en Aleid Truijens zou er van wakker liggen.

De AltSchools, er zijn er inmiddels vijf in de VS en er volgen er nog vijf (Manhattan, Chicago, San Francisco), willen de leerlingen voorbereiden op hun werkomgeving in de 21e eeuw. ‘Needs and passions’ is het devies. Kleine klassen, kleine teams waarbij een van de leerkrachten als schoolhoofd optreedt en gepersonaliseerd leren centraal staat en waar allerlei programmatuur voor wordt ontwikkeld.  Het schoolgeld voor de AltSchools bedraagt $ 30.000,-  maar dan krijg je ook wat. De eerste scholen zijn in 2013 gestart. (meer…)

Scratch en Maker education: Beren op de weg?

Reageer »
beleidcodingCommunicatieDidactiekICTImplementatieInformaticaInnovatieLeerplanontwikkelingmultimediaOverheid~Maker movement

 

Joek van Montfort op de Megadojo in het Ziggodome

Joek van Montfort op de Megadojo in het Ziggodome

Afgelopen twee weken waren er in Amsterdam twee interessante bijeenkomsten rond respectievelijk Maker education (in de Balie) en Scratch (Megadojo in het Ziggodome). De zaal bij de Maker-Education bijeenkomst was bijna geheel gevuld met publiek uit heel Nederland (van Groningen tot de Brabantse Kempen).  Er waren interessante presentaties waarbij Rolf Hut de show stal.   Het was een heerlijk en echt inspirerend verhaal van de auteur van de Maakbare wereld. Hut is werkzaam op de TU Delft als (technisch) natuurkundige. Deze man moet een eigen tv-programma krijgen. Ik heb genoten van de gedreven presentatie van Astrid Poot ontwikkelaar van de Klooikoffers.
Uit de ontwapende presentaties van PO-docente Yvon Boger van het basisschool Het Palet in de Brabantse Kempen bleek weer eens dat je geen hardcore Bèta hoeft te zijn om goed met Makered bezig te zijn.  Belangrijk omdat de school van Astrid veel  juffen kent (althans zo lijkt op hun website) en we zien dat handvaardigheid richting Maker ed verschuift.
Jammer alleen dat er telkens bij de Baliebijeenkomsten zo weinig tijd/ruimte is voor deelname van het publiek. Op het einde van de bijeenkomst werd bekendgemaakt dat er nu makered-vouchers beschikbaar zijn. Leuk dat dit idee, dat ik bij de bekendmaking van het Codepact eerder ook heb geventileerd en dat nu bij de Makered’s praktijk wordt. De vouchers zijn tussen de € 250-500 Euro waard.  Dat is goed nieuws.  Helaas is er slechts € 25000,- beschikbaar is. Nu ja een beginnetje zou je kunnen zeggen. Gevaar is dat hiermee nieuwe initiatieven worden afgekocht. “Kijk is wat we allemaal al doen” ik hoor het Sander zeggen. Maar welke andere initiatieven? Er is geen Bussemaker/Dekker-beleid in dezen. (meer…)