Waarom innovatie vaak mislukt

2e rij, 4e van links Arjan van der Mey ('Ed-fabber'')
2e rij, 4e van links Arjan van der Mey (‘Ed-fabber”)

Over informatica en natuurkunde

De weg naar onderwijsinnovatie is geplaveid met goede voornemens, maar de bestemming wordt vaak niet bereikt. Waarom? Eerst even dit. Scholen houden vaak van pakketten. De overheid speelt daar graag op in. Is er een maatschappelijk probleem dan laat de overheid een lespakket ontwikkelen. Dat zien we ook bij innovatie. Wil een school iets doen aan programmeren/coding doen dan worden enkele workshops gegeven door externen in de hoop dat e.e.a. bij leerkrachten en leerlingen beklijft. Het houden van inspiratiedagen is een ander voorbeeld. Maar het is de vraag of dit alles duurzame verandering oplevert.  Scholen moeten beleidsplannen maken en dat lijkt me heel verstandig, maar uiteindelijk draait het toch om curriculum integratie. In de 13 jaar dat ik als curriculumontwikkelaar ICT gewerkt heb bij de SLO, weet ik dat dit in ons polderland een moeizaam proces is, dat soms slaagt (vernieuwing natuurkundeonderwijs) en soms faalt (informaticaonderwijs).  Interessant is te zien waarom?  De recente vernieuwing van het natuurkunde-onderwijs en de exameneisen riep bij een kleine groep leraren weliswaar weerstand op, maar toch is deze relatief soepel verlopen. Reden is de betrokkenheid van docenten in het veld en het feit dat het natuurkunde-onderwijs en de informatica door actieve docenten al vanaf de jaren ’80 zijn geïntegreerd (fysische informatica). Er zijn fraaie materialen ontwikkeld als Coach en recentelijk Vinci-lab en het heeft een hoogleraarschap opgeleverd in de persoon van pionier Ton Ellermeijer.  Door de beschikbaarheid van materiaal, (content en hardware) kwam de scholing goed opgang.  Educatieve uitgevers pikten het op. Werken met dit materiaal maakte ook deel uit van de opleiding tot natuurkundeleraar.

Bij informatica ging het al mis bij de politiek. Het 80-uursvak werd uitgehold o.a. door invoering van het vak verzorging (met dank aan Tineke Netelenbos, onze huidige Nederlandse informatica-ambassadeur, ja het kan verkeren).  Op de meeste scholen werd tussen de 20 en 40 uren informatiekunde gegeven, te weing om er een echt vak van te maken. De gehoopte integratie in de andere vakken kwam ook niet opgang (een vak uitgezonderd). Alles werd van bovenaf gereguleerd. Bij de scholing was per VO-school ruimte voor drie docenten die een cursus mochten volgen. Het was een pittige cursus dat moet gezegd worden. Volgens het Cascademodel zouden die docenten dan hun kennis als een olievlek of cascade aan hun collega’s moeten doorgeven. Daar kwam weinig van terecht. Een deel verliet het onderwijs voor beter betaalde banen in het bedrijfsleven en een deel had op school een bevoorrechte positie veroverd als ICT-expert en was niet direct bereid om kennis en ervaring te delen. Daar komt nog bij je moest er maar de tijd voor hebben.
Als het om informatica-onderwijs in PO en VO gaat hoort Nederland nu niet direct tot de voorhoede in Europa.  2010, het jaar van het halen van de Lissabondoelen, ligt al weer enkele jaren achter ons. Merkwaardig dat er na de de commissie Zegveld (jaren ’90) nauwelijks gerichte impactonderzoek is gedaan. De jaarlijkse Kennisnet-rapportages reken ik daar niet toe.

Maar er gloort wel het een en ander. De activiteiten van de jonge honden van Het Alternatief (Jelmer Evers en René Kneyber) en de Edfab beweging met Arjan van der Meij en Per-Ivar Koen zijn voorbeelden van interessante innovaties voortgekomen uit het veld. Als we terugkijken dan zien we dat bij alles was succes had en is ingedaald, het zo is begonnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *