LearningFocus. Adviseert, ontwerpt en ontwikkelt.

Samen werken aan leerprocessen. Lees meer over LearningFocus »

Uitreiking prijzen Profiel-werkstukken KNAW

Reageer »
ICTInformaticaInnovatie

“Alles kan als je maar doorzet”. Dat verklaarde Jelle Feitsma, mede-ontwerper en ontwikkelaar van een long-board en een van de prijswinnaars van de jaarlijkse profielwerkstukkenprijsvraag van de KNAW (Koninklijke Akademie van Wetenschappen). Hierbij een selectie uit de inzendingen die op 12 juni in de prijzen vielen.

Er waren, stelde natuurkundige Wim Saarloos, per 1 juni de kersverse nieuwe KNAW-voorzitter, 337 inzendingen van 155 vo-scholen. Uit de longlists werden van de vier profielen per profiel drie genomineerden geselecteerd. www.knawonderwijsprijs.nl

In de categorie Natuur & Techniek ging de eerste plaats (alle inzenders waren jongens) naar Stijn Nowee en Wouter Witteman, twee nuchtere Eindhovense scholieren van het Van Maerlant college die net hun eindexamen 6 vwo achter de rug heben. Ze ontwikkelden een ingenieuze ‘lichtinstallatie’ voor de racefiets van Wouter. Het woord installatie is wat misleidend, omdat het om een minuscule applicatie gaat in het racestuur van de fiets. Afslaan met een lichte racefiets is niet ongevaarlijk wanneer je het stuur bij het hand uitsteken even met één hand in de bocht vast moet houden. Zou daar niets op te vinden zijn? De heren deden aan marktonderzoek, maakten een ontwerp en bouwden en testten hun ontwerp. De LED-lampjes zijn in het stuur geïntegreerd. Er zijn rem- en waarschuwingsknipperlampjes. Afhankelijk van het aantal tikjes op het stuur bedien je de lichtjes en kun je zien hoe vol de batterij is. Deze is net zoals je I-phone via een USB-aansluiting op te laden. Inmiddels hebben de heren prijzen gewonnen aan de Radboud Universiteit en ook in Servië en Turkije. Beide ontwerpers willen volgend jaar electronic engineering gaan studeren in respectievelijk Eindhoven en Twente.

overzichtsfotoknaw-kl

Voor het profiel Cultuur & Maatschappij vielen twee documentaire inzendingen op. “Het laatste beeld” van Mila Haak van het Het Goese Lyceum. Een documentaire over haar 85-jarige opa die in de oorlog als 11-jarige jongen zijn ouders verloor. In dialoog met zijn kleindochter kijkt hij in zijn laatste levensfase met humor en berusting terug op zijn leven. Bij de presentatie werd alleen een ‘trailer’ vertoond. Graag zou je de hele film zien. Hij is in Middelburg vertoond, begreep ik. Mila wil mogelijk naar de filmacademie. Dat lijkt me een zinvolle keuze. Nu maar hopen dat ze wordt aangenomen en het haar niet vergaat als cameraman Hoyte Hoytema. Hij werd afgewezen en moest zijn geluk elders beproeven (in dit geval de beroemde filmschool in het Poolse Łodz) om daarna wereldberoemd te worden.

De andere documentaire was “Romijn” van Lotte Peters van Het Zaanlands Lyceum in Zaandam. Een documentaire over hoe haar elfjarige autistische broertje het gezinsleven beinvloedt. Jammer dat haar presentatie niet de vorm had van een trailer van haar film, zodat je een indruk kon krijgen van de vorm en inhoud. Volgens de jury zou de docu zo in Nieuwsuur uitgezonden kunnen worden.

Akoestische versterker

Een eerste prijs in de categorie Natuur & Gezondheid was er voor Lot Hartevelt en Isis Verhaag (Lyceum Sancta Maria, Haarlem). Zij ontwikkelden een akoestische versterker voor de Iphone 6 die de gang naar Schoonenberg wellicht overbodig maakt. Hij moest een hard en zuiver geluid voortbrengen. Daartoe verdiepten de dames zich in de natuurkunde van geluid en bestudeerden ze verschillende versterkers en gingen op bezoek bij de fabrikant van een bestaande commerciële versterker. Daarna werd met een 3D-printer een akoestische versterker gebouwd inclusief opzetstukje voor de Iphone. Wat blijkt na meeting? De gebouwde versterker is beter dan de bestaande commerciële. De hoorn versterkt het geluid van 65 decibel naar 80 decibel wat beter is dan menig commerciële akoestische versterker.

The boy problem

Even verwarring in de zaal. Werd de video bij deze inzending gepresenteerd door een jonge docente? Het bleek inzender Lucia Otten (Ignatius Gymnasium, Amsterdam) te zijn. Haar werkstuk ging over het verschijnsel dat jongens sinds de jaren ’90 zijn ondervertegenwoordigd op universiteiten; ze doen langer over hun studie en tellen meer voortijdige schoolverlaters. Kortom ze presteren minder goed. In haar werkstuk benoemt ze de oorzaken, beschrijft ze mogelijke oplossingen en toetst deze en interviewt ze experts. Ze ontwikkelde een speciaal lesprogramma voor jongens dat in twee vierde klassen werd uitgeprobeerd. Ze kon geen noemenswaardige verschillen vinden tussen de ‘boys class’ lessen en de normale lessen. Maar ja een lessenserie van vier weken is natuurlijk een beetje kort, gaf ze zelf aan.

De eerste prijs Cultuur & Maatschappij ging naar Sara Haverkamp (Scala College, Alphen aan de Rijn) met “Making or Braking the News”. Volgens de jury een werkstuk met masterscriptie kwaliteiten. Het gaat over de wijze waarop Poetin en Trump met de media omgaan. Ze deed veel literatuuronderzoek en sprak met diverse experts. Uit haar filmpje bleek overigens niet echt wat haar bevindingen waren. Haar docente kwam relatief lang aan het woord en uit de samenvatting van haar doorwrochte, academische 140 pagina’s tellende scriptie kwamen niet echte nieuwe zienswijzen naar voren.

Volgens de KNAW-voorwaarden mogen alleen vwo-leerlingen meedoen. Aangezien er op het hbo tegenwoordig ook interessant toegepast onderzoek wordt gedaan lijkt dit een onterechte beperking. Daarbij kunnen havo leerlingen ook enkele vakken op vwo-niveau volgen. Ook moet een profielwerkstuk een academisch karakter hebben. Dat laatste lijkt voor sommige profielen een lastige zaak. Bij de origineelste inzendingen kan je je afvragen of dit het geval is, maar niemand had ze willen missen. Kortom, KNAW, schrap die voorwaarde en/of organiseer iets samen met de hbo-raad.

Jan Lepeltak

Zeven mythes rond kleine scholen

1 reactie
besturenfusiekleine scholenkrimp

 

De afgelopen jaren zijn honderden kleine scholen gesloten. Soms door fusie, soms ‘gewoon’ door opheffing. Dat zijn vaak grote drama’s, zeker als het de laatste school in een dorpskern betreft. Niet verwonderlijk dat de emoties hoog oplopen. De afgelopen jaren heb ik een aantal ouders van medezeggenschapsraden mogen helpen de kleine school, in ieder geval voor een aantal jaren, te behouden. Daarbij werkte ik nauw samen met een onderwijsjurist en soms met een expert op het gebied van bekostiging. Het blijkt dat er veel misverstanden /hardnekkig mythes bestaan rond de kleine school. Hierbij volgen een aantal.

  1. Kleine scholen leveren minder kwaliteit dan grote scholen.
    Dit is een van de meest hardnekkige mythes. Om met de huidige hoofdinspecteur onderwijs te spreken: er zijn goede kleine scholen en slechte grote basisscholen en omgekeerd. Dit is allemaal gebaseerd op een groot aantal onderzoeken.
  2. Het lesgeven is zwaarder.
    Dit is vooral een kwestie van organisatie in de klas, al is het waar dat meer taken door minder mensen moeten worden uitgevoerd. Daar staat tegenover dat het pedagogische klimaat vaak beter is dan op een grote school. Men kent elkaar, er wordt minder of helemaal niet gepest. De school is van iedereen.
  3. Mijn kind heeft te weinig leeftijdgenootjes om mee te spelen op een kleine school.
    Dit suggereert dat kinderen altijd met leeftijdgenootjes moeten spelen. Juist differentiatie, gemengde leeftijdsgroepen in plaats van het traditionele leerstofjaarklassensysteem hebben een positieve invloed op de cognitieve en sociale ontwikkeling van een kind.
  4. Het onderwijs is duurder. Dat hoeft helemaal niet, integendeel. Door de kleine scholentoeslag en recent nog eens extra bedrag van minister Slob, kan men goed uitkomen. Men kan op een aantal punten financieel voordeel halen, zoals door gezamenlijk inkopen en met ouders een stuk onderhoud verzorgen. Verder moet het bestuur wel alle gelden voor de kleine school bedoeld daar ook voor gebruiken.
  5. Het bestuur bepaalt of een school wordt opgeheven en de ouders hebben maar te volgen. De Wet Medezeggenschap Scholen (WMS) legt precies vast wat de rechten van ouders en medewerkers zijn en welke procedures het bestuur moet volgen. Dat kan betekenen dat ouders moeten instemmen of adviseren, al naar gelang er sprake is fusie of sluiting.
  6. Advies en hulp kost geld en de ouders of medewerkers draaien daar voor op.
    Als de MR of alleen de oudergeleding (OMR) zich wil laten adviseren dan regelt de WMS dit allemaal keurig, wat betekent dat de ingeschakelde experts door het bestuur in redelijkheid dienen te worden betaald.
  7. Bij minder dan 50 leerlingen kan de school niet voortbestaan. Er bestaat onderwijskundig gezien geen criterium voor minimale grootte van een basisschool. Wel bestaat er een wettelijke onderkant van 23 leerlingen. In bijzondere gevallen (zoals op de Waddeneilanden) kan daar van worden afgeweken.
    Volgens de bekende Engelse hoogleraar Stephen Heppell vormen kleine scholen juist de toekomst. Toen ik vroeg wat voor hem het minimum aantal zou zijn antwoordde hij: drie of vier leerlingen. Door de slimme inzet van internet en educatieve programma’s kan onderwijs ook worden gedeeld.

Jan Lepeltak

Voor verdere info zie behoudkleinescholen.nl

 

 

 

 

 

De Agora-challenge

Reageer »

 

Leerlingen van Agor (Foto J.C.Lepeltak)

Door Jan Lepeltak

“Ze moeten het wel willen, anders kunnen ze beter een andere school zoeken.” “Sommige leerlingen hebben gewoon structuur nodig en daar is Agora niet zo geschikt voor”. Aldus enkele leerlingen van de Agora ‘school’ in Roermond tijdens een studiemiddag met als thema Leerlingen aan het stuur.

De Agora was de plek waar het sociale leven zich in het oude Griekenland afspeelde. Het woord agora betekent verzamelplaats. De agora was in eerste instantie een ontmoetings- en vergaderplaats voor de vrije burgers (mannen, want het werk werd in de regel door de vrouwen en de slaven gedaan). Oorspronkelijk kwam hier ook de volksvergadering bijeen. Daarnaast werd de agora gebruikt als marktplaats en als plek waar men zich kon ontspannen. (Wikipedia).

‘Leerlingen aan het stuur’ was opgezet door Gerdien Oort, docent Nederlands aan het Nieuwe Lyceum in Bilthoven, en Nicole Verhoeven, docent wiskunde aan De Werkplaats in Bilthoven. Zij hadden masterclasses gevolgd aan de Nederlandse School. Het was de Nederlandse School die de middag samen met Randstad Uitzendbureau mogelijk maakte. Een enthousiaste Suzanne von der Dunk, directeur onderwijs van Randstad, opende de middag in het imposante hoofdkantoor van Randstad. (meer…)

Bestseller-auteur Lucy Crehan (Cleverlands): Kwaliteit docent is bepalend

Reageer »
beleidInnovatiePublicaties

Lucy Crehan  (foto: J.C.Lepeltak)

Door Jan Lepeltak

Onlangs was voormalig leraar en onderwijsauteur Lucy Crehan in ons land waar zij in Amsterdam een presentatie verzorgde op het congres Make Shift Happen (MSH). Lucy bezocht in twee jaar scholen in onder meer Oost-Azië en sprak met leerlingen, ouders, docenten en onderwijsbobo’s in Finland, Japan, Singapore, Shanghai en Canada. Het gaat om landen die bekend staan als onderwijstoppers in studieresultaten volgens de PISA-onderzoeken. In haar boek Cleverlands (inmiddels een onderwijsbestseller) beschrijft ze op nuchtere en deskundige wijze haar ervaringen, waarbij ze ook haar twijfels over PISA niet onder stoelen of banken steekt. Al eerder meldden we dat het een bijzonder lezenswaardig boek opleverde.

Wij spraken met Lucy na het MSH-congres in het Amsterdamse Café-Restaurant Dauphine. Bij de voorbereiding zag ik op YouTube een vraaggesprek met haar op BBC-breakfast news.
Lucy oogt jonger, ze praat snel, is spontaan en bijzonder vriendelijk. Ze blijkt zeer geïnteresseerd in wat er in Nederland gebeurt, vooral de activiteiten van Leraren in Actie en de ontwikkelingen rond de Onderwijscoöperatie hebben haar aandacht naar blijkt. Haar interesse wordt verklaard door het feit dat ze al weer werkt aan een nieuw boek waarin de leraar centraal staat. Het verbaast dat ze feitelijk geen journalistieke ervaring heeft, wat je gezien de vlotte stijl en leesbaarheid van haar boek niet zou zeggen. (meer…)

Een van de weinige ICT-successen: de invoering van fysische informatica in het vo

Reageer »
DidactiekInformaticaLeerplanontwikkelingnatuurkunde

Prof. dr.Ton Ellermeijer (foto: J.C.Lepeltak)

 

Interview met dr. Ton Ellermeijer bij wie het 40 jaar geleden allemaal begon

Door Jan Lepeltak

Natuurkunde is het enige eindexamenvak in havo en vwo waar informatica deel van uit-maakt. Het onderdeel fysische informatica is sinds 1992-1993 integraal deel van het natuurkundecurriculum. Leraren zijn nageschoold (zonder enige registerdwang); er is lesmateriaal en hardware beschikbaar; kortom het is een heus, serieus vakonderdeel geworden. Aan de vier in balans voorwaarden van Kennisnet lijkt te zijn voldaan. Hoe is dat zo gekomen?

We bezochten in Amsterdam-Buitenveldert CMA. Deze spin-off van de Universiteit van Amsterdam bestaat in 2017 dertig jaar. Begonnen begin 80’er jaren binnen de didactiek natuurkunde vakgroep aan de UvA en vanaf 1987 als Stichting Centrum voor Micro-computer Applicaties (CMA). Vervolgens werkte CMA samen met het AMSTEL Instituut binnen de Bèta-faculteit (FNWI).  Een overactieve decaan sloot dit gerenommeerde instituut om zijn bezuinigingsdoelstellingen te halen om vervolgens zelf na twee jaar weer naar het bedrijfsleven te verhuizen, waar hij ook vandaan kwam. (meer…)

Bordeaux2017 en de verdere opmars van Scratch

Reageer »
codingICT
Mitchel Resnick (Mr.Scratch)

Mitchel Resnick  (foto: J.C.Lepeltak)

De ‘educatieve’ programmeertaal Scratch zet zijn opmars voort. Dat bleek tijdens de internationale Scratch-conferentie die eind-juli in Bordeaux werd gehouden. Ruim 300 deelnemers (ontwikkelaars, onderzoekers maar ook veel leraren) uit 40 landen wisselden ervaringen uit. Scratch is tien jaar geleden op het MIT ontwikkeld door Mitchel Resnick en zijn team. Scratch kan gezien worden als de opvolger van de 50 jaar geleden door Cynthia Solomon and Seymour Papert ontwikkelde programmeertaal LOGO. Inmiddels heeft de vorig jaar overleden Papert bijna een cultstatus. Ik zou kunnen zeggen dat Papert de profeet is en Resnick zijn evangelist.  Met zijn begin jaren ’80 verschenen klassieker Mindstorms gaf Papert richting aan een geheel nieuwe visie op IT-gebruik door kinderen. Zij moeten bepalen wat de computer doet en niet andersom. In 1986 interviewde ik Papert voor de Volkskrant in het net geopende Medialab van het MIT. Voor meer over Papert zie een PDF van mijn interview http://www.learningfocus.nl/2014/02/25/1986-interview-met-seymour-papert-mindstorms/.
Resnick is ook de denker achter de Computerclubhouse-beweging. Belangrijkste doelstelling kinderen in achterstandsituates toegang geven tot nieuwe media, kids die daar nauwelijks toegang toe hebben. In de jaren ’90 interviewde ik Mitchel Resnick wat leidde tot de oprichting van twee computerclubhuizen in Amsterdam die Mitchel diverse malen heeft bezocht. Zie voor het interview met Resnick en de relatie met de maker movement ook http://www.learningfocus.nl/2014/10/06/luister-en-vergeet-kijk-en-onthoudt-doe-en-begrijp/.

(meer…)

Hoe het vertrek van Prof.Frits Staal de filosofie in NL veranderde

Reageer »

 

books-of-frits-staal

Max Pam ging recent in een column in de Volkskrant in op de persoon en het belang van Staal als taalkundige en filosoof. Het vertrek van Staal uit Nederland had cultuurfilosofisch grote negatieve gevolgen.

Eind jaren ’90 had ik een bijzonder interessant gesprek in het Amsterdamse café de Zwart over de filosofie in Nederland met de inmiddels overleden literatuurcriticus en uitgever Antonie Mertens (1946-2009), en A.F.Th. van der Heijden, een van zijn auteurs.
Ik kende Antonie Mertens nog van mijn studie. Het gesprek ging over de staat van de filosofie in ons land en met name de kwestie Staal, die zich in de tweede helft van jaren ’60 aan de Universiteit van Amsterdam had afgespeeld. De Amsterdamse hoogleraar Frits Staal (1930-2012) werd het middelpunt van een affaire. Staal gold als een eminent en veelzijdig geleerde. Hij studeerde wis- en natuurkunde en filosofie, logica, Indiase filosofie, linguïstiek en Sanskriet.  Een geruchtmakend artikel in de Gids van 1967 was de bron van de controverse. Staal stelde in zijn Gidsartikel namelijk dat filosofie en ook metafysica het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek kunnen zijn.  Hij gaf aan dat er in de hedendaagse filosofie uitspraken gebezigd worden die echter geen zinvolle filosofie opleveren. Uitspraken als “Das Nichts nichtet” (Heidegger) zijn op geen enkele wijze te onderzoeken of te verifiëren en daarom zinloos. Staal’s opmerkingen over Heidegger en andere continentale (Duitse en Franse) wijsgeren werden hem door niet-analytisch ingestelde filosofen niet in dank afgenomen en leidden tot een hoog oplopende ruzie met zijn collega en voormalig docent Duits  de hoogleraar Jan Aler (1910-1992). Aler schreef zijn proefschrift bij Heidegger (een actieve nazi en antisemiet) maar promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam in 1947. Waarschijnlijk omdat Heidegger toen nog een beroepsverbod had.
Staal vertrok uiteindelijk na de nodige pesterijen naar de VS waar hij een mooie carrière opbouwde. Hij was o.a. hoogleraar aan het MIT en later de University of California in Berkeley.

Mertens maakte tijdens ons gesprek een opmerking die mij altijd is bijgebleven. Door het vertrek van Staal zijn we in Nederland een geheel andere kant uit gegaan.  De continentale filosofie, met wortels in het Duits idealisme werd dominant. Zelfs het gerenommeerde Instituut voor Grondslagenonderzoek en Filosofie der Exacte Wetenschappen, opgericht door de internationaal bekende wiskundige en filosoof Evert Beth, verdween.

 

Bij het overlijden van René Franquinet

Reageer »

 

Foto: Met dank aan Ramon Moorlag

Foto: Met dank aan Ramon Moorlag

 

Midden jaren ’80 heb ik René Franquinet leren kennen tijdens de eerste NIOC-conferentie (Nederlandse Informatica en Onderwijs Conferentie) die werd gehouden in Maastricht. René was de enige Neerlandicus die mijn presentatie bijwoonde. Deze ontmoeting was het begin van een jarenlange, vriendschappelijke samenwerking.

René was een erudiet en veelzijdig mens, een pionier op het terrein van de informatica in het voortgezet onderwijs. Hij behoorde tot de eerste die de zware 1e graads nascholing informatica met succes volgde en was waarschijnlijk ook de eerste leraar Nederlands die het diploma haalde.

Onze samenwerking betrof vooral zijn redacteurschap van het maandblad Computers op School. Door de scrupuleuze wijze waarop hij zijn rubriek verzorgde en de eindredactie voor zijn rekening nam, was hij een belangrijke steunpilaar.
René was een heer, die met zijn charmante eloquentie iedereen voor zich innam.  Van pensionering was bij hem geen sprake. Na onze gezamenlijke Computers op Schoolperiode (die zeker 15 jaar in beslag nam) was hij betrokken bij de vernieuwing van het onderwijs o.a. in de vereniging I&I , de veldvereniging voor informaticadocenten, waarin hij verschillende bestuursfuncties bekleedde. Verder maakt hij ook deel uit van onze maatschap die enkele jaren bestond.

Na zijn pensionering als leraar Nederlands en informatica bleef hij actief.  Zowel in de Onderwijscoöperatie, waarover we vaak heerlijk konden discussiëren en van mening verschillen, als binnen de vereniging I&I. René hield ook van het goede leven. Hij en Corry hielden van Venetië waar ze regelmatig kwamen.  We wisselden graag ervaringen over onze geliefde Italiaanse keuken uit.  Ik kan me ook herinneren dat we begin deze eeuw met onze echtgenotes een uitstekend Italiaans restaurant in Berlijn bezochten dat Rene kende.   Hij zocht voor onze redactiereünies altijd het restaurant uit.  Ons Computers op School reüniegroepje dat bestonde uit Frits, Tessa, John en Rene  wordt nu na het verscheiden van John en Rene wel steeds kleiner.

Het voor ons plotselinge overlijden van Rene kwam als een schok. We wensen Corry en de familie veel sterkte. We zullen hem missen.

Waarom het aantal “dyslectici” schrikbarend toeneemt

Reageer »
ICT

 

Prof.dr.Anna Bosman
Prof.dr.Anna Bosman

Onderstaand blog is door mij geschreven voor de I-zine www.komenskypost.nl . Doordat andere media het blog overnamen onderstond er landelijke aandacht voor de sterke groei van dyslexie in Nederland. Het resulteerde o.m. in een openingsitem van het NOS-journaal en een optreden van Prof.Bosman in RTL-late night.

Was in Nederland in 2007 nog 1,6% van de leerlingen officieel dyslectisch in 2015 was dit aantal gegroeid tot 10,5%. Anna Bosman (hoogleraar ‘Dynamiek van leren en ontwikkeling’) hield een glashelder, nuchter verhaal over dyslexie tijdens ResearchEd. Hier kwamen praktijk en onderzoek voorbeeldig samen.

Bij leren lezen en spellen speelt de aanleg van de lezer/speller een rol. Een grotere rol spelen de eigenschappen van de geschreven taal (de relatie van het grafeem/schrijfteken met de klank). De belangrijkste rol speelt de kwaliteit van de instructie. Anna Bosman ontmythologiseert op basis van wetenschappelijk onderzoek een aantal vastgeroeste opvattingen. We zetten ze even op een rijtje:

– Er is geen relatie tussen gender en dyslexie.

– Intelligentie speelt bij leren lezen en spellen nauwelijks een rol.

– Er is geen noemenswaardige samenhang tussen het geheugen / de executieve functies en kunnen spellen en lezen.

– Dialectsprekers zijn soms in het nadeel en soms in het voordeel.

– Een visuele beperking speelt nauwelijks een rol. Al geven visueel beperkten, als dat nog kan, de voorkeur aan een te lezen tekst in plaats van braille. Het hebben van een auditieve beperking is daarentegen wel een groot nadeel.

– Eigenschappen van een (geschreven) taal spelen ook een rol.  Als de schrijfwijze/spelling consistent is dan heeft dat een gunstig effect, zoals bij het Fins in tegenstelling tot het Engels bijvoorbeeld. In het Nederlands is met name de werkwoordspelling een probleem.

(meer…)

Wel of niet programmeren in de basisschool?

Reageer »
ICTInformaticarobotica

DSC07064

Deze vraag wordt vaak gesteld en de antwoorden zijn verschillend.  Er zijn goede argumenten om met coding en computational thinking (CT) in het basisonderwijs te beginnen. Maar er zijn evenzogoed valide argumenten om dat nog niet te doen.

Door Jan Lepeltak

Laat een ding duidelijk zijn: leerlingen moeten in ieder geval vanaf het begin van het voortgezet onderwijs met CT in het curriculum in aanraking komen. Dat er nog geen enkel zicht is op wanneer dat gaat gebeuren is onbegrijpelijk en onverantwoord. In dit artikel ga ik in op de argumenten voor en tegen coding en computational thinking (wat niet hetzelfde is als coding).
Toch eerst een stukje geschiedenis. Je politiek verantwoorden met verwijzing naar Dijsselbloem (‘het moet uit het veld komen’) is een handige truc met beperkte houdbaarheid. Er waren in het verleden gelukkig politici die wel over visie, durf en daadkracht beschikten. Sander Dekker zet een VVD-traditie voort. Zijn voorganger Luuk Hermans sprak in een interview dat ik in 1999 met hem had over brede invoering van internet in het onderwijs steeds over eerst een noodzakelijk nut en noodzaakdiscussie. Het was de vermaledijde onderwijsminister Deetman (die zelf uit bestuurlijk onderwijsland kwam) die adviezen over kleinschalige pilots in de jaren ’80 naast zich neerlegde. (meer…)