LearningFocus. Adviseert, ontwerpt en ontwikkelt.

Samen werken aan leerprocessen. Lees meer over LearningFocus »

De Agora-challenge

Reageer »

 

Leerlingen van Agor (Foto J.C.Lepeltak)

Door Jan Lepeltak

“Ze moeten het wel willen, anders kunnen ze beter een andere school zoeken.” “Sommige leerlingen hebben gewoon structuur nodig en daar is Agora niet zo geschikt voor”. Aldus enkele leerlingen van de Agora ‘school’ in Roermond tijdens een studiemiddag met als thema Leerlingen aan het stuur.

De Agora was de plek waar het sociale leven zich in het oude Griekenland afspeelde. Het woord agora betekent verzamelplaats. De agora was in eerste instantie een ontmoetings- en vergaderplaats voor de vrije burgers (mannen, want het werk werd in de regel door de vrouwen en de slaven gedaan). Oorspronkelijk kwam hier ook de volksvergadering bijeen. Daarnaast werd de agora gebruikt als marktplaats en als plek waar men zich kon ontspannen. (Wikipedia).

‘Leerlingen aan het stuur’ was opgezet door Gerdien Oort, docent Nederlands aan het Nieuwe Lyceum in Bilthoven, en Nicole Verhoeven, docent wiskunde aan De Werkplaats in Bilthoven. Zij hadden masterclasses gevolgd aan de Nederlandse School. Het was de Nederlandse School die de middag samen met Randstad Uitzendbureau mogelijk maakte. Een enthousiaste Suzanne von der Dunk, directeur onderwijs van Randstad, opende de middag in het imposante hoofdkantoor van Randstad. (meer…)

Bestseller-auteur Lucy Crehan (Cleverlands): Kwaliteit docent is bepalend

Reageer »
beleidInnovatiePublicaties

Lucy Crehan  (foto: J.C.Lepeltak)

Door Jan Lepeltak

Onlangs was voormalig leraar en onderwijsauteur Lucy Crehan in ons land waar zij in Amsterdam een presentatie verzorgde op het congres Make Shift Happen (MSH). Lucy bezocht in twee jaar scholen in onder meer Oost-Azië en sprak met leerlingen, ouders, docenten en onderwijsbobo’s in Finland, Japan, Singapore, Shanghai en Canada. Het gaat om landen die bekend staan als onderwijstoppers in studieresultaten volgens de PISA-onderzoeken. In haar boek Cleverlands (inmiddels een onderwijsbestseller) beschrijft ze op nuchtere en deskundige wijze haar ervaringen, waarbij ze ook haar twijfels over PISA niet onder stoelen of banken steekt. Al eerder meldden we dat het een bijzonder lezenswaardig boek opleverde.

Wij spraken met Lucy na het MSH-congres in het Amsterdamse Café-Restaurant Dauphine. Bij de voorbereiding zag ik op YouTube een vraaggesprek met haar op BBC-breakfast news.
Lucy oogt jonger, ze praat snel, is spontaan en bijzonder vriendelijk. Ze blijkt zeer geïnteresseerd in wat er in Nederland gebeurt, vooral de activiteiten van Leraren in Actie en de ontwikkelingen rond de Onderwijscoöperatie hebben haar aandacht naar blijkt. Haar interesse wordt verklaard door het feit dat ze al weer werkt aan een nieuw boek waarin de leraar centraal staat. Het verbaast dat ze feitelijk geen journalistieke ervaring heeft, wat je gezien de vlotte stijl en leesbaarheid van haar boek niet zou zeggen. (meer…)

Een van de weinige ICT-successen: de invoering van fysische informatica in het vo

Reageer »
DidactiekInformaticaLeerplanontwikkelingnatuurkunde

Prof. dr.Ton Ellermeijer (foto: J.C.Lepeltak)

 

Interview met dr. Ton Ellermeijer bij wie het 40 jaar geleden allemaal begon

Door Jan Lepeltak

Natuurkunde is het enige eindexamenvak in havo en vwo waar informatica deel van uit-maakt. Het onderdeel fysische informatica is sinds 1992-1993 integraal deel van het natuurkundecurriculum. Leraren zijn nageschoold (zonder enige registerdwang); er is lesmateriaal en hardware beschikbaar; kortom het is een heus, serieus vakonderdeel geworden. Aan de vier in balans voorwaarden van Kennisnet lijkt te zijn voldaan. Hoe is dat zo gekomen?

We bezochten in Amsterdam-Buitenveldert CMA. Deze spin-off van de Universiteit van Amsterdam bestaat in 2017 dertig jaar. Begonnen begin 80’er jaren binnen de didactiek natuurkunde vakgroep aan de UvA en vanaf 1987 als Stichting Centrum voor Micro-computer Applicaties (CMA). Vervolgens werkte CMA samen met het AMSTEL Instituut binnen de Bèta-faculteit (FNWI).  Een overactieve decaan sloot dit gerenommeerde instituut om zijn bezuinigingsdoelstellingen te halen om vervolgens zelf na twee jaar weer naar het bedrijfsleven te verhuizen, waar hij ook vandaan kwam. (meer…)

Bordeaux2017 en de verdere opmars van Scratch

Reageer »
codingICT
Mitchel Resnick (Mr.Scratch)

Mitchel Resnick  (foto: J.C.Lepeltak)

De ‘educatieve’ programmeertaal Scratch zet zijn opmars voort. Dat bleek tijdens de internationale Scratch-conferentie die eind-juli in Bordeaux werd gehouden. Ruim 300 deelnemers (ontwikkelaars, onderzoekers maar ook veel leraren) uit 40 landen wisselden ervaringen uit. Scratch is tien jaar geleden op het MIT ontwikkeld door Mitchel Resnick en zijn team. Scratch kan gezien worden als de opvolger van de 50 jaar geleden door Cynthia Solomon and Seymour Papert ontwikkelde programmeertaal LOGO. Inmiddels heeft de vorig jaar overleden Papert bijna een cultstatus. Ik zou kunnen zeggen dat Papert de profeet is en Resnick zijn evangelist.  Met zijn begin jaren ’80 verschenen klassieker Mindstorms gaf Papert richting aan een geheel nieuwe visie op IT-gebruik door kinderen. Zij moeten bepalen wat de computer doet en niet andersom. In 1986 interviewde ik Papert voor de Volkskrant in het net geopende Medialab van het MIT. Voor meer over Papert zie een PDF van mijn interview http://www.learningfocus.nl/2014/02/25/1986-interview-met-seymour-papert-mindstorms/.
Resnick is ook de denker achter de Computerclubhouse-beweging. Belangrijkste doelstelling kinderen in achterstandsituates toegang geven tot nieuwe media, kids die daar nauwelijks toegang toe hebben. In de jaren ’90 interviewde ik Mitchel Resnick wat leidde tot de oprichting van twee computerclubhuizen in Amsterdam die Mitchel diverse malen heeft bezocht. Zie voor het interview met Resnick en de relatie met de maker movement ook http://www.learningfocus.nl/2014/10/06/luister-en-vergeet-kijk-en-onthoudt-doe-en-begrijp/.

(meer…)

Hoe het vertrek van Prof.Frits Staal de filosofie in NL veranderde

Reageer »

 

books-of-frits-staal

Max Pam ging recent in een column in de Volkskrant in op de persoon en het belang van Staal als taalkundige en filosoof. Het vertrek van Staal uit Nederland had cultuurfilosofisch grote negatieve gevolgen.

Eind jaren ’90 had ik een bijzonder interessant gesprek in het Amsterdamse café de Zwart over de filosofie in Nederland met de inmiddels overleden literatuurcriticus en uitgever Antonie Mertens (1946-2009), en A.F.Th. van der Heijden, een van zijn auteurs.
Ik kende Antonie Mertens nog van mijn studie. Het gesprek ging over de staat van de filosofie in ons land en met name de kwestie Staal, die zich in de tweede helft van jaren ’60 aan de Universiteit van Amsterdam had afgespeeld. De Amsterdamse hoogleraar Frits Staal (1930-2012) werd het middelpunt van een affaire. Staal gold als een eminent en veelzijdig geleerde. Hij studeerde wis- en natuurkunde en filosofie, logica, Indiase filosofie, linguïstiek en Sanskriet.  Een geruchtmakend artikel in de Gids van 1967 was de bron van de controverse. Staal stelde in zijn Gidsartikel namelijk dat filosofie en ook metafysica het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek kunnen zijn.  Hij gaf aan dat er in de hedendaagse filosofie uitspraken gebezigd worden die echter geen zinvolle filosofie opleveren. Uitspraken als “Das Nichts nichtet” (Heidegger) zijn op geen enkele wijze te onderzoeken of te verifiëren en daarom zinloos. Staal’s opmerkingen over Heidegger en andere continentale (Duitse en Franse) wijsgeren werden hem door niet-analytisch ingestelde filosofen niet in dank afgenomen en leidden tot een hoog oplopende ruzie met zijn collega en voormalig docent Duits  de hoogleraar Jan Aler (1910-1992). Aler schreef zijn proefschrift bij Heidegger (een actieve nazi en antisemiet) maar promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam in 1947. Waarschijnlijk omdat Heidegger toen nog een beroepsverbod had.
Staal vertrok uiteindelijk na de nodige pesterijen naar de VS waar hij een mooie carrière opbouwde. Hij was o.a. hoogleraar aan het MIT en later de University of California in Berkeley.

Mertens maakte tijdens ons gesprek een opmerking die mij altijd is bijgebleven. Door het vertrek van Staal zijn we in Nederland een geheel andere kant uit gegaan.  De continentale filosofie, met wortels in het Duits idealisme werd dominant. Zelfs het gerenommeerde Instituut voor Grondslagenonderzoek en Filosofie der Exacte Wetenschappen, opgericht door de internationaal bekende wiskundige en filosoof Evert Beth, verdween.

 

Bij het overlijden van René Franquinet

Reageer »

 

Foto: Met dank aan Ramon Moorlag

Foto: Met dank aan Ramon Moorlag

 

Midden jaren ’80 heb ik René Franquinet leren kennen tijdens de eerste NIOC-conferentie (Nederlandse Informatica en Onderwijs Conferentie) die werd gehouden in Maastricht. René was de enige Neerlandicus die mijn presentatie bijwoonde. Deze ontmoeting was het begin van een jarenlange, vriendschappelijke samenwerking.

René was een erudiet en veelzijdig mens, een pionier op het terrein van de informatica in het voortgezet onderwijs. Hij behoorde tot de eerste die de zware 1e graads nascholing informatica met succes volgde en was waarschijnlijk ook de eerste leraar Nederlands die het diploma haalde.

Onze samenwerking betrof vooral zijn redacteurschap van het maandblad Computers op School. Door de scrupuleuze wijze waarop hij zijn rubriek verzorgde en de eindredactie voor zijn rekening nam, was hij een belangrijke steunpilaar.
René was een heer, die met zijn charmante eloquentie iedereen voor zich innam.  Van pensionering was bij hem geen sprake. Na onze gezamenlijke Computers op Schoolperiode (die zeker 15 jaar in beslag nam) was hij betrokken bij de vernieuwing van het onderwijs o.a. in de vereniging I&I , de veldvereniging voor informaticadocenten, waarin hij verschillende bestuursfuncties bekleedde. Verder maakt hij ook deel uit van onze maatschap die enkele jaren bestond.

Na zijn pensionering als leraar Nederlands en informatica bleef hij actief.  Zowel in de Onderwijscoöperatie, waarover we vaak heerlijk konden discussiëren en van mening verschillen, als binnen de vereniging I&I. René hield ook van het goede leven. Hij en Corry hielden van Venetië waar ze regelmatig kwamen.  We wisselden graag ervaringen over onze geliefde Italiaanse keuken uit.  Ik kan me ook herinneren dat we begin deze eeuw met onze echtgenotes een uitstekend Italiaans restaurant in Berlijn bezochten dat Rene kende.   Hij zocht voor onze redactiereünies altijd het restaurant uit.  Ons Computers op School reüniegroepje dat bestonde uit Frits, Tessa, John en Rene  wordt nu na het verscheiden van John en Rene wel steeds kleiner.

Het voor ons plotselinge overlijden van Rene kwam als een schok. We wensen Corry en de familie veel sterkte. We zullen hem missen.

Waarom het aantal “dyslectici” schrikbarend toeneemt

Reageer »
ICT

 

Prof.dr.Anna Bosman
Prof.dr.Anna Bosman

Onderstaand blog is door mij geschreven voor de I-zine www.komenskypost.nl . Doordat andere media het blog overnamen onderstond er landelijke aandacht voor de sterke groei van dyslexie in Nederland. Het resulteerde o.m. in een openingsitem van het NOS-journaal en een optreden van Prof.Bosman in RTL-late night.

Was in Nederland in 2007 nog 1,6% van de leerlingen officieel dyslectisch in 2015 was dit aantal gegroeid tot 10,5%. Anna Bosman (hoogleraar ‘Dynamiek van leren en ontwikkeling’) hield een glashelder, nuchter verhaal over dyslexie tijdens ResearchEd. Hier kwamen praktijk en onderzoek voorbeeldig samen.

Bij leren lezen en spellen speelt de aanleg van de lezer/speller een rol. Een grotere rol spelen de eigenschappen van de geschreven taal (de relatie van het grafeem/schrijfteken met de klank). De belangrijkste rol speelt de kwaliteit van de instructie. Anna Bosman ontmythologiseert op basis van wetenschappelijk onderzoek een aantal vastgeroeste opvattingen. We zetten ze even op een rijtje:

– Er is geen relatie tussen gender en dyslexie.

– Intelligentie speelt bij leren lezen en spellen nauwelijks een rol.

– Er is geen noemenswaardige samenhang tussen het geheugen / de executieve functies en kunnen spellen en lezen.

– Dialectsprekers zijn soms in het nadeel en soms in het voordeel.

– Een visuele beperking speelt nauwelijks een rol. Al geven visueel beperkten, als dat nog kan, de voorkeur aan een te lezen tekst in plaats van braille. Het hebben van een auditieve beperking is daarentegen wel een groot nadeel.

– Eigenschappen van een (geschreven) taal spelen ook een rol.  Als de schrijfwijze/spelling consistent is dan heeft dat een gunstig effect, zoals bij het Fins in tegenstelling tot het Engels bijvoorbeeld. In het Nederlands is met name de werkwoordspelling een probleem.

(meer…)

Wel of niet programmeren in de basisschool?

Reageer »
ICTInformaticarobotica

DSC07064

Deze vraag wordt vaak gesteld en de antwoorden zijn verschillend.  Er zijn goede argumenten om met coding en computational thinking (CT) in het basisonderwijs te beginnen. Maar er zijn evenzogoed valide argumenten om dat nog niet te doen.

Door Jan Lepeltak

Laat een ding duidelijk zijn: leerlingen moeten in ieder geval vanaf het begin van het voortgezet onderwijs met CT in het curriculum in aanraking komen. Dat er nog geen enkel zicht is op wanneer dat gaat gebeuren is onbegrijpelijk en onverantwoord. In dit artikel ga ik in op de argumenten voor en tegen coding en computational thinking (wat niet hetzelfde is als coding).
Toch eerst een stukje geschiedenis. Je politiek verantwoorden met verwijzing naar Dijsselbloem (‘het moet uit het veld komen’) is een handige truc met beperkte houdbaarheid. Er waren in het verleden gelukkig politici die wel over visie, durf en daadkracht beschikten. Sander Dekker zet een VVD-traditie voort. Zijn voorganger Luuk Hermans sprak in een interview dat ik in 1999 met hem had over brede invoering van internet in het onderwijs steeds over eerst een noodzakelijk nut en noodzaakdiscussie. Het was de vermaledijde onderwijsminister Deetman (die zelf uit bestuurlijk onderwijsland kwam) die adviezen over kleinschalige pilots in de jaren ’80 naast zich neerlegde. (meer…)

(Edu)meetups, bijeenkomsten van en door leraren georganiseerd

2 reacties
CommunicatieDidactiekICTlerarenPresentatiesProfessionalisering

Rotterdam hielp Amsterdam enige tijd gelden met een interessant initiatief. In navolging en met gebruikmaking van de ervaringen van de succesvolle Meetups010 bijeenkomsten in de grote havenstad aan de Maas vond de eerste meetup020 in Amsterdam plaats.
Even ter vergelijking: bij de raadpleging rond Onderwijs2032 in de Amsterdamse Balie waren ca. 35 personen aanwezig, waarvan ongeveer 15 personen die voor de klas stonden en zeker vijf personen tot de organisatie behoorden.  De raadpleging was georganiseerd door de Onderwijscoöperatie ( ‘Van, voor en door de leraar’).
Hoe anders was de situatie in het schoolgebouw van het nieuwe Cartesius2 Lyceum (enkele jaren geleden nog thuishaven van circus Elleboog).  Meetup020 werd afgelopen dinsdagavond door bijna 70 personen bezocht.  Men moest de inschrijving vanwege de grote belangstelling stop zetten. Van de aanwezigen was veruit de meerderheid leraar.

“Het belangrijkste adagium van Frans is, blijf onafhankelijk en laat je niet betalen door de gemeente of wie dan ook. Eerst krijg je wat geld en al gauw verwacht men wederdiensten.”

De bedoeling van deze informele,  door onderwijsmensen georganiseerde bijeenkomsten,  is vooral ervaring en kennis delen. Maar ook discussiëren over nieuwe ideeën, plannen et cetera. Inmiddels schieten deze succesvolle bijeenkomsten als paddenstoelen uit de grond. Ze vormen de bewijzen van een nieuwe trends waarbij ‘ongeorganiseerd’  bijeenkomsten door groepen betrokkenen worden georganiseerd rond zelf ingebrachte thema’s. (meer…)

Wat is het verschil tussen coding en computational thinking?

2 reacties
codingDidactiekICTInformaticarobotica

 

Workshops Robopal

Workshops Robopal

In de codeweek die onlangs werd gehouden lag de nadruk sterk op programmeren. Programmeren is niet hetzelfde als computational thinking (CT). De vraag die men vaak hoort is of programmeren/coding wel thuis hoort in het programma van de basisschool? Als kinderen dat leuk vinden, waarom niet? Er zijn meer zaken leuk die belangrijk lijken en die niet meer bestaan, zoals schoolzwemmen bijvoorbeeld. Vraag is hoe zou een CT-leerplan dat meer is dan puur coding eruit kunnen zien?

Door Jan Lepeltak

De didactiek voor programmeren heeft een lange voorgeschiedenis en begint bij de dit jaar overleden Seymour Papert (hoogleraar aan het medialab van het MIT). Papert ontwikkelde samen met anderen de programmeertaal Logo in de jaren ‘70/’80 van de vorige eeuw. Een kernidee was dat leerlingen kennis ontwikkelen in interactie met de fysieke wereld waarin ze zich bevinden. Dat kan ook gelden voor computers. In de oertijd van Logo leerden kinderen hoe ze een virtuele of fysieke schildpad kunnen aansturen (lees programmeren). Uitgangspunt van Papert was dat kinderen leren ‘in control’ te zijn van de computers en niet andersom.

Het concept van CT kan gezien worden als een verdere verdieping van de ideeën rond programmeren in het onderwijs en past goed in de traditie van Logo en de Maker Educatie. Niet verwonderlijk  als men weet dat Mitchell Resnick, die met zijn MIT-medialabteam Scratch ontwikkelde, een leerling is van Papert.
Jeanet Wing, voormalig hoogleraar computerwetenschap aan de Carnegie Mellon University introduceerde het begrip CT in 2006. Volgens Wing gaat het bij CT niet alleen om coding en programmeren. Er is meer. Het gaat ook over de vraag welk soort problemen door computers kunnen worden opgelost en welke beter door mensen kunnen worden getackeld,  omdat mensen er gewoon beter in zijn. (meer…)